Ruzie over nalatenschap voormalige vervoerdersfederatie NBFBV

Via een cassatieberoep proberen TLV en UPTR te verhinderen dat de schatkist van de NBFBV, die in de jaren 1980 in vereffening ging, naar transportorganisaties in Limburg en Henegouwen gaat. Die nalatenschap zou meer dan een miljoen bedragen.

Het is een ingewikkeld verhaal, dat leest als een roman van John Grisham, met veel intriges, juridische wendingen en – veel – geld in de hoofdrol. Het begint in de tweede helft van de jaren 1980. Tot dan werd de sector van het wegvervoer vertegenwoordigd door de Nationale Belgische Federatie der Beroepsvervoerders (NBFBV). Die bestond uit een aantal provinciale verenigingen en een vereniging van internationale vervoerders, de BIB. Hoofdzakelijk omwille van persoonlijke ruzies implodeerde de NBFBV en scheurden een aantal leden zich af. BIB werd Febetra, SAV (Oost-en West Vlaanderen) werd TLV en UPTR Liège werd UPTR. De andere provinciale verenigingen verdwenen of gingen, zoals SAVA in Antwerpen, op in Febetra. Twee daarvan voegden zich bij Febetra, maar bleven lid van de NBFBV, die in vereffening werd gesteld: VVL (Limburg) en UPTR Hainaut.

De NBFBV had een mooie schatkist, afkomstig uit de verkoop van CMR-vrachtbrieven en TIR-carnets. Volgens onze informatie zou het gaan om (vandaag) meer dan een miljoen euro. De vereffening duurde lang. “In 2008 kwamen de drie federaties – Febetra, TLV en UPTR – overeen dat die activa zouden aangewend worden voor initiatieven die alle Belgische vervoerders ten goede zouden komen. Toenmalig Febetra-voorzitter Willy Van Loon maakte zich sterk dat hij ‘Limburg’ en ‘Henegouwen’ zou overhalen om in te stemmen met dat akkoord. Dat deden zij echter niet”, zegt Lode Verkinderen van TLV. Ter verduidelijking: de finale beslissing lag bij die twee verenigingen, omdat zij feitelijk nog lid waren van de NBFBV. Tijdens de laatste algemene vergadering van de NBFBV in 2009 beslisten ze dat de schatkist onder elkaar verdeeld zou worden.

“Voor àlle vervoerders”

Dat werd door TLV en UPTR aangevochten, maar ze verloren zowel in eerste aanleg als in beroep. De rechtbank bekrachtigde telkens de beslissing van de algemene vergadering. Nu gaan ze in cassatieberoep. Lode Verkinderen legt uit waarom: “De wetgeving op de vzw’s is in tussentijd gewijzigd. Die zegt dat als een vzw in vereffening wordt gesteld, de enige rechthebbenden vzw’s mogen zijn met een gelijkaardig doel. Limburg en Henegouwen hebben dan ook vzw’s opgericht voor de opleiding van chauffeurs. Alleen zouden die opleidingen enkel in die twee provincies gegeven worden en niet in heel België. En wij hebben signalen opgevangen dat slechts een beperkt aantal vervoerders hiervan zouden profiteren. We hebben geen enkele garantie gekregen dat alle vervoerders in België gelijk behandeld zouden worden door die twee vzw’s”.

Voorstellen

Volgens Verkinderen formuleerden TLV en UPTR verschillende voorstellen om het geld aan te wenden voor initiatieven die alle vervoerders ten goede zouden komen. Enkele voorbeelden zijn:

• Verhoog de opleidingsbudgetten via het Sociaal Fonds Transport & Logistiek ten voordele van alle werkgevers in de sector. Wie is er beter geplaatst dan het SFTL om op een neutrale manier het tekort aan chauffeurs te beheersen en ervoor te zorgen dat werkzoekenden (C, CE en Code 95) worden opgeleid?
• Investeer in massamediacampagnes gericht op verbetering van het imago van de vervoerssector en op het promoten van de roeping om chauffeur te worden voor jongeren.
• Anticipeer op de regionalisering van de toegang tot het beroep en de geplande verdwijning van het ITLB voor de organisatie van vakbekwaamheidscursussen.
• Zet de middelen in voor de oprichting van een studiecentrum (economie/statistieken/mobiliteit), als ondersteuning voor de federaties in hun missie van lobby en vertegenwoordiging.

Cassatieberoep

“Geen enkel van de voorstellen die werden ingediend om de vereffening van de NBFBV als een goede huisvader te beheren, in het algemeen belang van de sector, heeft ooit de gunst gevonden bij vertegenwoordigers van die twee provinciale structuren. TLV en UPTR hebben daarom besloten in cassatieberoep te gaan om te proberen te voorkomen dat het geld bestemd voor iedereen uiteindelijk slechts een paar enkelingen ten goede zou komen”, voegt Michael Reul van UPTR toe.

Volgens Verkinderen en Reul “vormt het volharden van lokale baronieën een verklaring voor de mislukking van de jongste pogingen tot toenadering in de representatieve structuren van transporteurs en logistiekers”.

Wij hebben Roel Smets, voorzitter van VVL, gecontacteerd om zijn reactie te vernemen, maar kregen nog geen antwoord.

Philippe Van Dooren