Rotterdam verlegt Havenspoorlijn voor betere doorstroming

Het Rotterdamse Havenbedrijf gaat de Havenspoorlijn, de aanzet van de Betuweroute, over een lengte van 4 kilometer omleggen via de Theemsweg. Daardoor hinderen scheepvaart en spoorverkeer elkaar niet langer en moet de doorstroming verbeteren.

De Havenspoorlijn loopt nu nog over de Calandbrug bij Rozenburg. De brug is een belangrijk verkeersknooppunt voor zowel spoor- als wegverkeer. In 2020 bereikt de stalen hefbrug echter het einde van haar technische levensduur. Tegen die tijd moet de omlegging klaar zijn.

Die omlegging loopt over de Rozenburgse Sluis en via de Theemsweg. Het spoorverkeer van en naar Europoort en de Maasvlakte wordt daardoor niet meer belemmerd door het scheepvaartverkeer.

Investering

Aangezien de hinderlandverbindingen essentieel zijn voor de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven, wilde het Havenbedrijf dit capaciteitsknelpunt oplossen. Omdat het overheidsbudget voor de komende jaren ontoereikend is om hierin te investeren, heeft de haven beslist om zelf een groot deel van de kosten van het Theemswegtracé te betalen. “Het ministerie heeft hier positief op gereageerd. Na de oplevering dragen we het nieuwe stuk spoorlijn over aan ProRail”, aldus Ronald Paul, coo van het Rotterdamse Havenbedrijf.

Het definitieve ontwerp van de spoorlijn wordt in samenwerking met spoornetbeheerder ProRail gemaakt. Het nieuwe tracé is 4 kilometer lang en loopt over een verhoogd spoorviaduct. Er komen twee boogbruggen en ter hoogte van de A15 sluit het spoor weer aan op het bestaande tracé.

Oneerlijke concurrentie

De totale kostprijs van de omlegging wordt op 275 miljoen euro geraamd. Het Havenbedrijf neemt daarvan ruim 100 miljoen euro voor zijn rekening. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu draagt 100 miljoen euro bij en Europa 62 miljoen euro.

Dat het havenbedrijf zo fors investeert in publieke infrastructuur, noemt het zelf een uitzonderlijke situatie. Het verwijst daarbij naar een studie van de RHV-Erasmus Universiteit in opdracht van het ministerie van I&M. Daaruit blijkt dat in havens als Hamburg, Wilhelmshaven, Bremerhaven, maar ook Antwerpen en Zeebrugge de overheden niet alleen de publieke infrastructuur zoals spoorwegen financieren, maar ook meebetalen aan investeringen in de ontwikkeling van de havens en zelfs instaan voor het aanzuiveren van verliezen van havenbedrijven. Daardoor betalen de klanten van die havens geen reële prijs en is er geen ‘level playing field’, aldus het Rotterdamse Havenbedrijf. Volgens het onderzoek zou de haven daardoor op jaarbasis ongeveer een miljoen teu mislopen.

Alvast wat de Antwerpse haven betreft, is die aanklacht niet helemaal terecht. Daar heeft het Havenbedrijf zelf ook bijgedragen aan onder meer de bouw van de nieuwe Kieldrechtsluis en het zal ook een bijdrage leveren aan de Oosterweelverbinding.