Nieuwe algemene vervoersvoorwaarden boven doopvont gehouden

De drie vervoerdersfederaties hebben vandaag de nieuwe algemene voorwaarden in het wegtransport voorgesteld. De huidige dateren van 2001 en waren dringend aan vernieuwing toe. Verschillende clausules werden stevig onder handen genomen.

De nieuwe voorwaarden vullen het aansprakelijkheidsregime van het CMR-verdrag aan. Daarnaast zijn ze aangepast aan de nieuwe evoluties en de ‘gebruikelijke bedingen’ in de sector en houden ze rekening met de e-CMR. De juristen van de drie federaties werkten hiervoor samen met vertegenwoordigers van de (transport)verzekeraars en vooral met Filip Melis, een advocaat gespecialiseerd in transportrecht en CMR. Zijn ereloon wordt overgemaakt aan ‘Truckers met een hart’, een initiatief dat onder andere gedragen werd door wijlen Alfons Buyl.

De nieuwe algemene voorwaarden, die op de keerzijde van de CMR-vrachtbrief gedrukt zijn (of die in het achterliggend systeem van het e-CMR platform zijn opgenomen), leggen een aantal principes vast over de verantwoordelijkheden van de verschillende partijen en andere bepalingen. Veel van die principes zijn nieuw of ingrijpend aangepast.

Wachttijden

Een voorbeeld over wachturen. Voordien nam de vervoerder twee uur per traject voor zich. Dat is nu geworden: één uur bij het laden en één uur bij het lossen. Als de tijd van een van beide wordt overschreden, dan wordt de vervoerder vergoed voor het geheel van de kosten die uit de bijkomende immobilisatietijd voortvloeien.

Er is ook gedacht aan de mogelijke gevolgen van de brexit of van de herinvoering van grenscontroles. “De vervoerder is bovendien gerechtigd op vergoeding voor het geheel van de kosten die voortvloeien uit andere immobilisatietijden die, rekening houdend met de omstandigheden van het transport, de gebruikelijke duur overschrijden”, klinkt het.

“Daarbij wordt vooral gedacht aan de immobilisatie bij bijvoorbeeld fytosanitaire of douanecontroles, maar niet aan de files of de congestie. Die factoren zitten er niet echt in”, legt TLV-juriste Freija Fonteyn uit.

Overladen en ladingszekering

Volgens Fonteyn is de belangrijkste nieuwe bepaling dat de afzender verantwoordelijk blijft voor elke overlading, zelfs overlading per as, die tijdens het transport wordt vastgesteld. “Die verantwoordelijkheden worden zeer binnenkort in de Vlaamse regelgeving ingevoerd, maar in Wallonië en het Brussels Gewest zullen ze op sommige punten verschillend zijn. Deze clausule biedt het voordeel dat ze meer duidelijkheid schept”, zegt ze.

Filip Melis beklemtoonde daarnaast dat ook het principe werd vastgelegd dat de handelingen van het laden en het lossen door de afzender of de bestemmeling gebeuren, en “dat het stuwen door de vervoerder geschiedt op basis van de instructies die de afzender geeft en conform de vigerende wetgeving”. Dat betekent dat de verantwoordelijk voor de ladingzekering nu meer bij de verlader ligt, wat de nieuwe regelgeving overigens ook bepaalt.

Philippe Van Dooren