Nederlands spoor kent "te hoge tarieven" en capaciteitstekort

De Nederlandse spoorgoederenvervoerders vinden dat ze te hoge vergoedingen betalen voor het spoorgebruik. Bovendien is het Nederlandse spoornet op bepaalde delen verzadigd. Dat blijkt uit een rapport van marktobservator ACM.

De Nederlandse Autoriteit Consument & Markt (ACM) deed voor de Spoormonitor 2016 een stakeholderonderzoek. Daaruit blijkt dat de spoorvervoerders zich zorgen maken over zowel de betaalbaarheid van het spoorvervoer als over de capaciteit.

Zowel de groeiende economie als de toenemende behoefte aan spooronderhoud zetten de capaciteit van het spoornet onder druk. Samen met de ambities van het Klimaatakkoord van Parijs maakt dit volgens de ACM duidelijk dat er forse maatregelen nodig zijn om het spoorvervoer te kunnen laten groeien. Dat geldt zowel voor het aandeel in de internationale spoorcorridors als voor de spooraansluitingen rondom de Nederlandse havens en terminals.

Tarieven

De Nederlandse spoorvervoerders vinden dat de gebruiksvergoeding voor het spoor met 40% moet dalen. Alleen zo kan het spoorvervoer werkelijk concurreren met het wegvervoer. De spoortarieven in Nederland zijn vergelijkbaar met die in Duitsland en liggen iets lager dan die in Belgiƫ. De spoorvervoerders wijzen erop dat zowel in Duitsland als in Belgiƫ het wegvervoer een kilometerheffing betaalt. In Nederland is dat niet het geval en dat zorgt voor een scheeftrekking van de concurrentie.

ACM gaat in de loop van dit jaar onderzoek doen naar de manier waarop spoornetbeheerder Prorail omspringt met de capaciteit en of de gebruiksvergoeding op de juiste manier berekend wordt.

Koen Heinen