Minderheid transporteurs kan kilometerheffing volledig doorrekenen

Het aantal vervoerbedrijven dat de kosten verbonden aan de kilometerheffing volledig kan doorrekenen, neemt geleidelijk toe. Toch betreft het nog steeds een minderheid ervan. Bijna niemand kan de overheadkosten verbonden aan de heffing doorrekenen.

De resultaten zijn afkomstig van de jongste enquête van het Instituut Transport en Logistiek België (ITLB) over de impact van de kilometerheffing. De Belgische ondernemingen werd gevraagd in welke mate ze erin geslaagd zijn hun klanten te overtuigen van de noodzaak om de kosten verbonden aan de kilometerheffing, door te rekenen. Hierbij werd het onderscheid gemaakt tussen de kosten van de kilometerheffing op het traject met lading, het traject zonder lading en de overheadkosten.

Net niet de helft van de vervoerondernemingen (46,2%) antwoordde dat ze de kosten van de kilometerheffing voor het traject met lading volledig doorrekenen aan de klanten. In de vorige enquêtes was dat 35,2% (Q1 2016) en 27,5% (begin 2016).

Er is dus vooruitgang, maar het blijft een minderheid. Iets meer dan 30% van de bedrijven kan de heffing voor 80% doorrekenen. Aan de andere kant van het spectrum blijkt dat 8% van de bedrijven dat niet of voor minder dan 20% kunnen doen.

Lege ritten

Met betrekking tot het traject zonder lading is de situatie veel zorgwekkender: amper 21,2% van de vervoerders zegt dat hun opdrachtgevers bereid zijn om 100 % van de kosten van de kilometerheffing te betalen (15,5 % in de voorgaande periode).

De grootste groep – bijna een derde (31,3%) – kan de heffing voor dit deel van het traject niet doorrekenen.

Overheadkosten

Voor wat de doorrekening van de overheadskosten betreft, valt het op dat slechts 16,5 % van de vervoerondernemingen met de opdrachtgevers tot een akkoord kon komen over een volledige betaling. 10,7% kan dat voor 80% doen. Meer dan 43% van hen krijgt die kosten niet betaald.

De overheadkosten zijn alle overige kosten van de kilometerheffing, zoals de installatiekosten van de OBU’s, de opleidingskosten, de prefinanciering van de kilometerheffing, enzovoort.

Prefinanciering zorgt voor liquiditeitsproblemen

In verband met de prefinanciering noteert het ITLB dat de vervoerbedrijven de facturen van de kilometerheffing om de veertien dagen opgestuurd krijgen en bijna onmiddellijk moeten betalen, terwijl ze zelf meestal een stuk langer moeten wachten op de betalingen van hun klanten. Volgens de resultaten van de jongste ITLB-conjunctuurenquête (tweede kwartaal) bedraagt de overeengekomen betalingstermijn gemiddeld 43 dagen en in de praktijk gemiddeld 53 dagen. “Dit behelst dus een vrij grote overbruggingsperiode,” aldus de opstelers van het rapport.

Het is dan ook niet verrassend dat de meeste vervoerders zeer kritisch zijn over de invloed van de prefinanciering van de kilometerheffing op de liquiditeitssituatie van hun bedrijf: 60,9 % ziet de liquiditeitspositie verslechteren. Toch geeft 39,1 % van hen aan dat ze geen invloed heeft.

Concurrentiepositie aangetast

Iets meer dan de helft van de vervoerondernemingen (53,5 %) zegt dat de concurrentiepositie ten opzichte van buitenlandse vervoerders gedurende het tweede kwartaal verslechterd is. In de eerste bevraging van het jaar, dus vóór de invoering van de kilometerheffing, was dat 65,7 %.

Iets minder dan de helft van de bedrijven (45,6%) geeft aan dat de situatie op dit vlak niet veranderd is.