ITLB: Eén uur file kost Belgische transporteur 80 euro

Eén truck die een uur stilstaat in de file kost gemiddeld 80 euro. Dat becijferde het ITLB. Deze simulatie is een eerste stap in de uitwerking van een ‘file-index’, waarmee de vervoerder rekening kan houden in de berekening van zijn kostprijs.

Omdat de kosten van de files almaar groeien, beslisten verschillende vervoerders vorig jaar om een congestietoeslag of filetaks in te voeren. Om die aanvaardbaarder te maken voor de opdrachtgevers, vroegen ze naar een objectieve maatstaf voor de filekosten. Daarvoor werd het Instituut Transport en Logistiek België (ITLB) ingeschakeld.

“Op vraag van UPTR heeft het ITLB een update gemaakt van de kost die één uur immobilisatie van een vrachtwagen in het wegverkeer met zich meebrengt”, zegt secretaris generaal Michael Reul. Hij maakte de eerste resultaten van het cijferwerk bekend.

Voor het ITLB was de opdracht niet gering, omdat de parameters erg kunnen verschillen. De onderzoekers komen uit op een kost per uur van gemiddeld 79,53 euro. Voor een voertuig dat ingezet wordt in nationaal vervoer is de kost bijna 75 euro, internationaal is het bijna 85 euro.

Extra kosten

Voor de berekening werden de cijfergegevens gebruikt van de maandelijkse kosten- en kostprijsindices van het ITLB. Op basis hiervan werden de uurkosten berekend voor het voertuig (vaste voertuigkosten), voor de chauffeur en voor het draaien van de motor in de file. De kosten kunnen nog oplopen door extra communicatie na onverwachte gebeurtenissen, bij duurdere voertuigtypes zoals tankwagens, die sowieso hogere vaste voertuigkosten hebben, en voor extra koeling of verwarming van stilstaande lading.

Stap naar 'file-index'

Volgens Reul is deze simulatie een eerste stap in het uitrollen van een echte ‘file-index’. “Vandaag is het ITBL, in overleg met de federaties, bezig om deze nieuwe index uit te werken. Die zal de vervoerders toelaten om een procentuele verhoging van de kostprijs op te leggen. De immobiliteit en de files vormen immers de grootste nachtmerrie voor transportondernemingen en andere Belgische logistieke spelers”, stelt hij.

“De uitwerking van die index blijkt een moeilijke klus en het is dan ook nog niet geweten wanneer het werk af is. We hebben nu wel een kostprijs per uur, maar nu moeten we de files ‘parametreren’ en zien hoe we ze kunnen integreren in de kostprijsindices van het ITLB. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door de gemiddelde snelheid naar beneden te trekken. Vandaag gaat het ITLB nog uit van een gemiddelde snelheid van 45 km/u, maar in de praktijk ligt die veel lager”, zegt Reul.

Volgende week buigt een werkgroep zich over het probleem. Die zal een beroep doen op transporteconoom professor Thierry Vanelslander van de UAntwerpen.

Philippe Van Dooren