Interview: “Binnenhavens cruciaal voor ontwikkeling TEN-T-corridors”

Alexander van den Bosch is sinds enkele maanden de nieuwe directeur van EFIP, de Europese federatie van binnenhavens. Hij heeft dertien jaar ervaring in Europees beleid en advies in Brussel. Die wil hij nu ten dienste stellen van de binnenhavens.

Hoe wil u de ervaring uit uw eerdere functies aanwenden voor de binnenhavens?

Alexander van den Bosch: "Ik was EU-vertegenwoordiger van de provincie Zuid-Holland, met onder andere de haven van Rotterdam en de steden Rotterdam, Delft en Den Haag binnen het grondgebied. Dat is ook de enige provincieregio die een gedeputeerde heeft specifiek voor transport over de binnenwateren. Dat geeft ook aan dat het belang van binnenvaart in de haarvaten van de regio zit. Ik was onder meer betrokken bij een groot project: een platform voor vergroening in de sector. Als je het hebt over een regio in Nederland waar transport het issue is, dan is dat Rotterdam. In die zin was het een vast onderdeel van het werk dat ik met transport over water te maken had, maar ook met thema’s als energie, bio-economie, circulaire economie, enzovoort. Een aantal thema’s die ik nu ook terugzie als prioriteit bij andere havens. Zoals ook de Rijn-corridor en de ontwikkeling die daar gaande is op het vlak van LNG. Een aantal interessante onderwerpen, waar ik mijn kennis en ervaring voor wil inzetten. Ik heb er heel erg zin in en het is een fantastische uitdaging."

Hebt u in die korte periode dat u aan de slag bent bij EFIP al bepaalde complexiteiten ervaren?

AvdB: "Ik woon sinds 2002 in België, heb in het Europees Parlement gewerkt, voor de Kamer van Koophandel van België en Luxemburg en voor de Noord-Brabantse stedenband. Je kan Brussel op twee manieren zien: volgen of meedoen en ik heb een proactieve rol aangenomen. Om in te gaan op uw vraag over complexiteit: natuurlijk zie ik, als iemand met een nieuw blikveld, het gevecht tussen de modi 'road & rail' en het feit dat de binnenvaart maar 6% marktaandeel heeft. Als je daarentegen de cijfers van de containertrafiek in de havens afzet, die in de lift zitten, dan zit daar een grote kans voor de binnenhavens om de rol van multimodale hub die ze zijn ten volle te benutten."

"Ik zou ook eerder spreken van het vervlechten dan van het ontvlechten van modi. Een samenwerking in de transport- en logistieke keten is natuurlijk uitermate complex. Soms merk ik dat men vanuit silo’s opereert, dat men toch meer vanuit een ‘short time’-competitie denkt in plaats van aan samenwerking. Dit gaat, denk ik toch, een heel belangrijke factor zijn om te zien hoe die havens in de opgave om integraliteit te realiseren, gaan slagen. Er zijn vele goede voorbeelden te noemen van multimodale havens ieder met een uniek profiel, zoals de recent geopende terminal Trilogiport in Luik, de autonome haven van Straatsburg, de haven van Basel en bijvoorbeeld de haven van Brussel die zich manifesteert in de luwte van een stad waar men te maken heeft met geografische limieten en met congestie, maar die toch ook die multimodaliteit weet te realiseren. EFIP is daarbij een krachtig Europees platform, dat de havens langs de belangrijkste Europese transportassen op een complementaire manier bij elkaar brengt, strategische samenwerking bevordert en voorziet in informatiedeling."

Maar de volumes zijn toch wel bescheiden, niet?

AvdB: "Zeker, daar ben ik het mee eens. Er is nog veel werk. Even de politieke context: tegen 2050 zet de globalisering door, woont 85% van de mensen in of rond de steden, is er de wereldbevolking die stijgt, gaan de transportkosten omhoog met 80%, verdubbelen de congestiekosten en krijgen we CO2 vrije steden, enzovoort. Volgens het Witboek moeten we tegen 2030 30% van de laatste 300 kilometer inzetten op alternatieve modi."

Wat voor mij cruciaal is, is dat binnenhavens echte sleutelinstrumenten zijn en blijven om die TEN-T-corridors als economische vaarweg te kunnen ontwikkelen. Daar zie ik een hele grote opgave voor de binnenhavens.

"Dat zijn nogal wat maatschappelijke uitdagingen en de grote vraag is: hoe zorg je er inderdaad voor dat wat daar in voorstaat kan gerealiseerd worden en de volumes en capaciteit meegroeien? Hoe past een binnenhaven in deze omgeving, de regio en welke beslissingen zijn nodig op het snijvlak van economische vooruitgang en het milieu? Binnenhavens zijn vaak maatschappelijk verankerd en ingebed in de regio. Wat is de functie van een binnenhaven en is ze gelegen aan een corridor? Wat voor mij cruciaal is, is dat binnenhavens echte sleutelinstrumenten zijn en blijven om die TEN-T-corridors als economische vaarweg te kunnen ontwikkelen. Daar zie ik een hele grote opgave voor de binnenhavens."

Hoe zit het met de ontwikkeling van die corridors?

AvdB: "De Donau is de langste corridor, maar 75% gaat over de Rijn-corridor. Daar zit ook een grote opgave om die Donau-corridor tot bloei te laten komen. Dat heeft onder meer te maken met het grote aantal oeverstaten, waardoor het moeilijk is om tot een vorm van standaardisatie te komen, uniformering van regelgeving. Naast de bevaarbaarheid, het upgraden van infrastructuur en het fysiek wegwerken van logistieke bottlenecks denk ik dat de kern is: hoe zorg je dat informatie geüniformeerd beschikbaar is en dat de regelgeving niet belemmert maar juist voorziet in de ontplooiing en het tot wasdom komen van het potentieel van de binnenhavens. Ik denk dat één van de belangrijkste opgaves de informatietechnologie is en het hebben van een juridisch kader waarin juist die informatievoorziening geregeld wordt."

Bij uw aanstelling zei EFIP-voorzitter Hadorn dat u uitstekend geplaatst bent om de toegevoegde waarde van binnenhavens aan te tonen. Hoe ziet u dat?

AvdB: "De commissie ziet het belang in van de binnenhavens. Denk maar aan het Inland Ports Platform, het Transport Witboek of de TEN-T-guidelines met de modal shift. Maar waar het om gaat, is de meerwaarde van de binnenhavens als multimodale hub of hotspot te promoten en ze te positioneren als onmisbare groene, duurzame en efficiente schakels in de keten. De toegevoegde waarde van de binnenhavens zit hem vooral in het feit dat ze vaak een belangrijke bijdrage leveren aan de regionale economie en werkgelegenheid. Dit besef ga ik in Europa meer onder de aandacht brengen en vooral de economische functie die havens in en rond een stedelijk gebied vervullen, dat mag sterker!"

Daarom vind ik een initiatief als de Green Awards interessant om in een wereld waar toch de kosten voor de baten uitgaan, het lastig is om te zeggen: we gaan voor het groenere alternatief.

Verloopt de vergroening niet eerder moeizaam?

AvdB: "Vergroening is noodzakelijk, ook in de binnenvaartsector. Maar is het toepasbaar? Soms moet je kleine stapjes nemen om tot een grote stap te komen. Innovatie en betrokkenheid van alle partijen in de keten vormen de absolute sleutel om te komen tot vergroening en ik denk dat er een aantal goede voorbeelden zijn. Denk aan het Interreg project ‘Watertruck’ of aan CLean INland SHipping (CLINSH) of de voorbeelden uit  het ‘Citizen Port 21’ project et cetera. De grootste uitdaging is dat het uit de pilotfase moet geraken en opgeschaald en verder uitgerold moet worden met vergroening als nieuw ‘business model’. Daarom vind ik een initiatief als de Green Awards interessant om in een wereld waar toch de kosten voor de baten uitgaan, het lastig is om te zeggen: we gaan voor het groenere alternatief." 

"Toch denk ik dat er langzaamaan iets in beweging komt. Daarnaast pleit ik voor een Europa waar Europese ambities aansluiten op de praktijk en elkaar niet tegenwerken zodat bijvoorbeeld de exploitate van LNG mogelijk blijft naast aangepaste EU-emissienormen voor de sector."

Heeft het spoorvervoer ook een impuls nodig?

AvdB: "Daarom spreek ik ook niet van het ontvlechten van modi of van de ene modus die voor de andere gaat. Het gaat erom dat havens vanuit hun strategische positie, door de geografische inbedding die ze hebben, de modi optimaal kunnen bedienen en aansluiten op de aanwezige voorzieningen die er zijn in de havens. Daar hoort ook spoorvervoer bij. Dat is op zich een heel goeie manier om in je positie als logistieke hub te kunnen uitmunten."

Zitten er in het Vierde spoorpakket elementen die belangrijk kunnen zijn voor de binnenhavens?

AvdB: "Als we redeneren vanuit het spoorwegpakket  en de ontwikkeling van één Europese spoorwegruimte, hebben ook de havens daarin een belangrijke rol te vervullen. Een goed Europees spoornet kan ook voor een positieve economische impuls voor de binnenhavens zorgen. Havens zijn immers de interface tussen maritiem en andere modi, inclusief weg en rail. Binnenhavens staan voor het integreren van verschillende modi."

Als je een SWOT-analyse moest maken van de binnenhavens in het algemeen, hoe zou die er dan uitzien?

AvdB: "Sterktes zijn de strategische ligging, duurzaamheid, kostenbesparend alternatief. Binnenhavens zijn cruciaal voor de ontwikkeling van de TEN-T-corridors."

"Wat de zwaktes betreft: die 6% marktaandeel van de binnenvaart zegt genoeg. Maar de binnenhavens zijn onvoldoende erkend. Ze worden vaak alleen gelinkt aan binnenvaart, maar we zien ook hoe ze zich steeds meer ontwikkelen als multimodaal en intermediair, naar andere schakels en modi. Die cruciale rol van de binnenhavens moet ook erkend worden. Intermodaliteit vraagt een bepaalde mate van betrokkenheid van alle actoren in de keten. Om dat te organiseren is niet gemakkelijk. Dat vergt tijd."

Er wordt vanuit de Europese instellingen heel veel werk gedaan. Het hoeft ook niet alleen in geld uitgedrukt te worden.

"Kansen zie ik vooral op het vlak van informatietechnologie, integrale ketenbenadering, digitalisering, dat alle vervoersmodi samenkomen en vervlechten en op korte termijn van competitie naar meer samenwerking gaan."

"Wat niet echt een bedreiging is, maar toch iets om rekening mee te houden, is het feit dat binnenhavens vaak gelegen zijn in of rond een stad, met een geografische limiet. Vaak zijn het de regio’s die éénrichtingsplannen opstellen. De multimodaliteit van een haven is uitermate complex. Het vraagt van havens om uitermate flexibel en als intermediair op te treden met de verschillende actoren en transportmodi. Europa erkent en onderkent echter dat die opgave bij de binnenhavens aanwezig is. Eén van de grootste zaken waar wij belang aan hechten, is voldoende steun voor het uitwerken van die positie, voor de ontwikkeling van de corridors. Als dat stagneert dan kunnen hele strategische knooppunten niet worden ontwikkeld. Een voldoende evenwichtig juridisch kader en voldoende financiële steunmaatregelen zijn zeer belangrijk. Er wordt vanuit de Europese instellingen heel veel werk gedaan. Het hoeft ook niet alleen in geld uitgedrukt te worden."

Wat zijn volgens u tot slot de grootste prioriteiten?

AvdB: "De volledige erkenning van binnenhavens als multimodale hub en onmisbare schakel, is heel belangrijk. En de rol van de binnenhaven in de ontwikkeling van de TEN-T-corridors. Daarnaast is het ook heel belangrijk om te kijken naar de informatietechnologie, -management en -uitwisseling. Ik wil daar graag een bijdrage aan leveren. Europa heeft de RIS (River Information Services)-herziening op de agenda staan. Tot slot is standaardisatie nog niet voldoende aanwezig."

"Daarvoor is een netwerk als EFIP uitermate geschikt, als platform waar verschillende havens met unieke identiteiten hun kennis kunnen delen, ervaring kunnen uitwisselen, ook de dagelijkse problemen, de link met Europa. Dat maakt een netwerk als EFIP interessant en nuttig. Dat is onze ‘backbone’."

koen.heinen@flows.be