INE vindt Rekenkamer te streng voor Europees binnenvaartbeleid

Inland Navigation Europe ziet minder redenen dan de Europese Rekenkamer om het EU-binnenvaartbeleid neer te sabelen. “Sinds 2006 zitten we op de goede weg”, zegt directeur Karin De Schepper. Het ERK-rapport toont wel hoe het fout kan gaan, vindt ze.

In een recent rapport haalde de Europese Rekenkamer het Europees binnenvaartbeleid tot 2012 door de mangel. Het beleid mist visie, samenhang en diepgang, oordeelde de budgettaire waakhond van Europa. Een hoger marktaandeel voor de binnenvaart bleef uit.

Bij INE, het Europees platform van waterwegbeheerders en binnenvaartpromotiebureau’s, wil directeur Karin De Schepper (foto) dat streng vonnis toch wel nuanceren. Het rapport extrapoleert in haar ogen teveel wat over een selectie van projecten gezegd kan worden, naar een algemene waarheid.

“Het klopt dat in Tsjechië en Duitsland niet echt doordacht is gewerkt en het is heel goed dat hier de vinger wordt opgelegd, maar hoe zou de studie er bijvoorbeeld hebben uitgezien als er meer projecten uit Nederland, Frankrijk en België waren bekeken”, vraagt ze zich af.

Ook het verwijt dat de impact van deelprojecten soms beperkt bleef omdat andere flessenhalzen onaangeroerd bleven, vindt ze iets te makkelijk. “Met de bruggen over het Albertkanaal moet je wel ergens starten”, geeft ze als voorbeeld.

Kentering

Meer algemeen is ze van mening dat sinds 2006 het Europees binnenvaartbeleid een kentering ten goede heeft gekend. “Eerlijkheidshalve moeten we zeggen dat we sinds 2006 op de goede weg zitten (iets wat de Europese Commissie in haar eigen reactie op het ERK-rapport ook betoogde, red.). Er is een zeer trage maar progressieve visieontwikkeling in gang gezet voor de trans-Europese netwerken.”

Ze verwijst daarbij onder meer naar het feit dat de belangrijkste internationale vaarwegen in de corridors zijn opgenomen, onderhoud meer aandacht krijgt en voor investeringen in de waterweg Europese cofinanciering tot 40% bekomen kan worden, wat de lidstaten ertoe aanzet sneller die stap te zetten.

Op verschillende punten is nog duidelijk ruimte voor vooruitgang, maar tal van aspecten waar onder meer INE sinds 2006 op hamert, hebben een vertaling gevonden in het Europees beleid, zegt Karin De Schepper.

“Heel welkom”

“Het rapport blijft heel welkom en is een prachtig middel om de Europese Commissie op CEF-koers te houden”, voegt ze daar wel aan toe. “Het toont mooi aan dat landen zoals Nederland en België die consequent in infrastructuur investeren, ervoor zorgen dat het aandeel van de binnenvaart in de modal split stijgt. Zonder langetermijnvisie en goede voorbereiding lopen projecten vast, worden ze vertraagd en lopen de kosten op, wat de projecten zelf ondermijnt. Gefragmenteerd beleid, nationaal en Europees, leidt niet tot sterke vaarwegcorridors. Je verstrooit geld en het brengt weinig op.”

Over die laatste punten zijn INE en de Europese Rekenkamer het roerend met elkaar eens.