ICT-innovaties in havensector gedreven door economische doelstellingen

De leerstoel BNP Paribas Fortis Transport, Logistiek en Havens aan de UA onderzocht het belang en de succesgraad van innovatieve ICT-oplossingen in de havensector. Daaruit blijkt dat ICT-innovaties gedreven worden door economische doelstellingen.

In het onderzoek stond de vraag centraal of innovatieve ICT-oplossingen toegepast in een douaneomgeving tot ketenintegratie bijdragen. Daarnaast had het onderzoek tot doel om inzicht te krijgen in de succes- en faalfactoren van ICT-cases gerelateerd aan douane.

In totaal werden 32 ICT-innovatiecases bestudeerd. Een aantal privé-operatoren en organisaties zoals ACB Group, AET, BCTN, BDP International, Borealis, Hamann, MSC Belgium, Metallo Chimique, Portmade, Remant, Steinachter Customer Services, Transport Joosen, TSM en VEA alsook de softwarehuizen APCS, Avantida, Descartes, Pionira, ... verleenden hun medewerking aan het onderzoek.

Doelstellingen

Uit het onderzoek bleek in eerste instantie dat de motivatie voor ICT-innovaties gedreven wordt door economische doelstellingen. Het gaat daarbij om het optimaliseren van de operaties, integratie met andere actoren, differentiatie van de concurrenten, kostenminimalisatie en het positief effect op het concurrentievermogen.

Een vergelijking van de ervaringen van de privé-actoren met de meningen van de softwarehuizen leverde inzicht in de voorwaarden die nodig zijn om ICT-innovaties in de sector succesvol te realiseren. De vergelijking maakte duidelijk dat ICT-applicaties succesvoller zijn in hun economische doelstellingen. Op het vlak van ‘positief effect op concurrentievermogen’ en ‘differentiatie met concurrentie’ scoren actoren uit de haven- en maritieme sector echter niet het verhoopte succes.

Uit een aantal bilaterale gesprekken blijkt dat voor een specifiek probleem bij een bepaalde stakeholder in de keten een ICT-oplossing op maat bestaat. De ontstane ‘cloud-verzuiling’, oftewel de focus van cloud computing op één actor in de maritieme keten, kan via co-innovatie weggewerkt worden, aldus de onderzoekers.

Kennis delen

Het doel van co-innovatie in de havensector is gezamenlijk nieuwe kennis delen, zoeken naar oplossingen en netwerking. Tijdens het eerste BNP Paribas Fortis Port Co-Innovation Café vorige maand, kregen de deelnemers een drietal vragen voorgeschoteld met betrekking tot in eerste instantie oplossingen voor de problemen en uitdagingen geïdentificeerd in het onderzoek, hoe IT op het vlak van douane kan bijdragen tot integratie van de maritieme supply chain en tot slot hoe kosten kunnen bespaard worden via keten denken.

Uit de antwoorden bleek eensgezindheid over het feit dat een echte community ontbreekt om de drempels voor verdere ketenintegratie weg te werken en werd duidelijk dat de douane en alle actoren in de maritieme supply chain nog meer aan hetzelfde zeel moeten trekken. Dit versterkt de concurrentiekracht van de haven. Niet digitale innovatie, maar te veel uiteenlopende belangen bij de stakeholders belemmeren de mogelijkheid om samen te werken, aldus de onderzoekers.

Er werd tevens gepleit voor neutrale cloud2cloud toepassingen. Niet 'ketendenken', maar 'ketenwerken', ook voor de grote volumes, kan de kosten nog verder reduceren. Volgens de douane kunnen alle stakeholders, ook kleine en middelgrote ondernemingen, hiervoor best AEO-gecertifieerd zijn.

Conclusie

Volgens Professor Van de Voorde zijn de bestaande ketens niet meer optimaal. Grote uitdagingen zoals de gevolgen van klimaatwijziging, gewijzigde kostenstructuur en gewijzigde vraag- en aanbodpatronen, noodzaken de bestaande ketenstructuren te herdenken, aldus Van de Voorde. Samenwerken in denken en handelen, ook in co-innovatie binnen logistiek en in een havencontext, leidt niet enkel tot voordelen voor alle deelnemende actoren, het vergroot ook de welvaart van een brede gemeenschap, zo besloot hij.

In het najaar wordt een tweede Innovatie-café georganiseerd rond het thema ‘Integratie van de maritieme keten – best practices uit de chemische sector’. De UA zoekt hiervoor geïnteresseerden die willen meewerken aan het onderzoek. Dat kan door te mailen naar christa.sys@uantwerpen.be