Slechts 48 bedrijven vragen subsidie voor te dure gecombineerd vervoer

Volgens minister Lydia Peeters (Open Vld) hebben vorig jaar 48 wegvervoerbedrijven, of 0,5% van het totaal, een beroep gedaan op de steun voor het gebruik van gecombineerd vervoer. Het kostenplaatje klopt niet, zegt wegvervoerfederatie Febetra.

Wegvervoerders die gebruikmaken van gecombineerd vervoer kunnen een deel of heel hun verkeersbelasting terugbetaald krijgen. Vorig jaar werd in totaal 262.411 euro aan verkeersbelasting terugbetaald. Dat is 10% meer dan het jaar voordien maar het aantal aanvragers liep terug van 53 naar 48. In totaal vonden 56.258 ritten met gecombineerd vervoer plaats, een stijging met 5,5%. Daarbij waren 377 vrachtwagens betrokken tegenover 323 in 2017.

Een halve procent

“België telt in totaal 9.300 wegvervoerbedrijven. Dat wil zeggen dat slechts 0,5% daarvan gecombineerd vervoer gebruikt. Nochtans hebben vervoerders de mentale klik naar multimodaliteit gemaakt. Het zijn al lang geen fundamentalisten van de weg meer en ze beseffen dat er niet 100% over de weg vervoerd kan worden”, benadrukt Philippe Degraef, directeur van de wegvervoerorganisatie Febetra.

“Ze botsen dikwijls op het hoge kostenplaatje. Naast de overslagkosten is er nog de investering in materieel. Een oplegger voor gecombineerd vervoer is gemiddeld 10% duurder. Doordat die zwaarder is, is er een verlies aan laadvermogen. Het kostenplaatje klopt niet, zeker op korte afstanden. De terugbetaling van de verkeersbelasting is niet voldoende. Nochtans kan het gecombineerd vervoer de mobiliteit vooruithelpen. Zeker met de Oosterweelwerken voor de deur zijn alternatieven welkom”, besluit hij.

Koen Heinen