Franse regels minimumloon op alle fronten aangevallen

Over ongeveer twee weken treedt in Frankrijk de Loi Macron in werking, met daarin onder andere nieuwe regels rond het minimumloon in het wegvervoer. De Franse regering houdt vast aan de startdatum van 2 juli, ondanks hevige internationale kritiek.

Die kritiek komt niet alleen uit West-Europa, waar het minimumloon hoger is dan in Frankrijk en waar men klaagt over de juridische vaagheid en de nutteloze administratieve rompslomp, maar ook uit Oost-Europa.

Tijdens de jongste Transportraad, enkele dagen geleden, was het vooral Polen die forse kritiek had, niet alleen op Frankrijk, maar ook op Duitsland waar al sinds vorig jaar omstreden regels bestaan rond het minimumloon. Polen, dat de steun kreeg van tien andere lidstaten, beschuldigde beide landen regels te hanteren "die buiten alle proporties zijn".

Opvallend daarbij is dat de steun niet alleen kwam van Centraal- en Oost-Europese landen (met name Hongarije, Tsjechië, Litouwen, Letland, Estland, Roemenië en Bulgarije), maar ook uit Ierland, Spanje en Portugal. Zij roepen de hulp in van de Europese Commissie om tegen Frankrijk en Duitsland op te treden.

Volgens de protesterende lidstaten zouden de regels rond het minimumloon een negatief impact kunnen hebben op de goede werking van de eenheidsmarkt. Daarenboven zeggen ze dat die regels een nutteloze last veroorzaken, die de transporteurs handenvol geld kosten.

Vidalies houdt voet bij stuk

Maar staatssecretaris voor Transport Alain Vidalies (foto) antwoordde zijn Poolse collega dat die goede werking alleen gewaarborgd kan worden als de regels – vooral die op het vlak van concurrentie – gerespecteerd worden.

Volgens hem is het decreet rond de toepassing van de Loi Macron in het wegvervoer juist bedoeld om “het gemeenschapsrecht te doen eerbiedigen door de juiste omstandigheden te scheppen voor een eerlijke concurrentie, zonder dat de administratieve lasten verhoogd worden.”

Maar uitgerekend dat laatste oogst kritiek. De tekst van het decreet voorziet dat de buitenlandse chauffeurs het Franse minimumloon moeten krijgen van zodra zij op Frans grondgebied rijden. Tevens moeten ze hun arbeidscontract bij zich hebben, alsook een ‘detacheringsattest’ dat minstens zes maand geldig is.

Mist niet opgetrokken

Dat, en nog andere aspecten van het decreet, zullen de administratieve rompslomp echter vergroten. Een maand geleden benadrukte Febetra overigens dat het totaal nutteloos is voor Belgische vervoerders, vermits Belgische chauffeurs meer verdienen dan het Frans minimumloon. Toen werd ook de grote onduidelijkheid rond die regels gehekeld. Nu, twee weken later en amper twee weken voor de 'start' van de regel, is die mist nog steeds niet opgetrokken.

Daarom is nu ook de IRU, internationale koepel van het wegvervoer, in gang geschoten. Die eist niet alleen een opschorting van de Franse regels, maar ook een moratorium van zes maanden op de controles in het wegvervoer.

Essentiële informatie ontbreekt

“Met wat de transporteurs nu weten, kunnen ze in geen geval zich aan die nieuwe regels houden. Hen ontbreken een aantal essentiële informaties. De Europese Commissie moet dan ook een uitstel van de Loi Macron afdwingen, zolang er geen duidelijke regels zijn en er geen rechtszekerheid is”, aldus Michael Nielsen, EU-verantwoordelijke van de IRU.

“De wet bepaalt dat de operatoren zich zullen moeten inschrijven, een vertegenwoordiger in Frankrijk moeten aanduiden, en dergelijke, terwijl de inschrijvingsformulieren niet eens gepubliceerd zijn”, klinkt het. Nielsen eist dan ook dat de wet niet wordt toegepast zolang de sector niet correct is geïnformeerd. En zelfs nadien zou er volgens hem een overgangsperiode moeten gelden, opdat de transportbedrijven zich aan die nieuwe regels zouden kunnen aanpassen.

40 vragen blijven onbeantwoord

Nielsen beklemtoont dat de IRU twee maand geleden al liefst 40 juridische en praktische vragen aan de Franse regering had overgemaakt. “Tot op vandaag hebben wij geen antwoorden gekregen”, stelt hij vast.

Dat de wet in die omstandigheden van kracht zou worden, is totaal onaanvaardbaar, zeker omdat boetes tot 500.000 euro kunnen worden opgelegd.

Wat de IRU ook stoort, is dat Frankrijk de uitslag niet heeft afgewacht van het onderzoek van de Europese Commissie naar de regels rond het minimumloon in Duitsland (MiLoG), vermits in beide gevallen dezelfde principes worden aangehouden. Daarom roept Nielsen de Commissie dan ook op om zo snel mogelijk haar conclusies te presenteren.