Febetra hekelt onduidelijkheid rond Frans minimumloon

Vanaf 1 juli maakt Frankrijk het Frans minimumloon (9,67 euro/uur) verplicht voor alle buitenlandse mobiele werknemers die op zijn grondgebied gedetacheerd worden. "Die reglementering moet ‘on hold’ gezet worden", zegt Febetra.

“Op zich is er aan dit principe niets fout”, zegt Philippe Degraef, directeur van Febetra. “Alleen moet men er dan ook voor zorgen dat alle modaliteiten duidelijk zijn, verzoenbaar zijn met het gemeenschapsrecht en dat de administratieve rompslomp tot een minimum beperkt blijft. Op exact één maand van de invoegetreding, moeten wij met lede ogen vaststellen dat Frankrijk schromelijk te kort schiet inzake informatieverstrekking.”

Onbeantwoorde vragen

Degraef somt een aantal praktische vragen op, die tot op heden nog steeds onbeantwoord blijven.

  • Het is nog steeds niet duidelijk op welke transporten de nieuwe regeling betrekking heeft. Enkel op cabotageritten of ook op bilaterale ritten?
  • Werkgevers moeten een detacheringsattest in tweevoud opstellen. Details over eventuele vormvoorschriften, zijn voorlopig niet voorhanden.
  • Hoe de bevoegde instanties zullen controleren of buitenlandse ondernemers zich aan de wet houden, blijft voorlopig een raadsel.
  • Buitenlandse werkgevers moeten verplicht een vertegenwoordiger in Frankrijk aanstellen die tot 18 maand na het einde van de detachering als tussenpersoon met de controlediensten moet fungeren. Het is niet duidelijk wie in aanmerking komt om als vertegenwoordiger te fungeren.

Nutteloze rompslomp

Volgens Degraef is heel de administratieve rompslomp die de Franse wet met zich meebrengt overigens totaal nutteloos voor Belgische vervoerders. “Belgische chauffeurs verdienen immers meer dan het Frans minimumloon, wanneer zij in, van of naar Frankrijk rijden”, beklemtoont hij.

'On hold' zetten

“Febetra is niet bij de pakken blijven zitten en heeft haar beklag gedaan bij diverse instanties in binnen- en buitenland”, aldus Degraef. Volgens hem moet de Franse wet eerst en vooral getoetst worden op haar verenigbaarheid met de Europese regelgeving.

“Mocht de Franse wet die toets doorstaan, dan is het de plicht van de Franse instanties om de ondernemers van alle praktische informatie te voorzien, zodat deze tijdig de nodige schikkingen kunnen treffen. Zolang die voorwaarden niet vervuld zijn, moet de reglementering ‘on hold’ gezet worden”, aldus Degraef tot slot.