ESO klaagt over implementering minimumloon in Frankrijk

De European Skippers’ Organisation (ESO) doet in een brief aan Europees Transportcommissaris Bulc haar beklag over de implementering van het minimumloon in Frankrijk. Die zou de binnenvaart met een grote administratieve rompslomp opzadelen.

Het minimumloon in Frankrijk werd begin juli van dit jaar geïmplementeerd. Volgens de ESO heerst er echter grote onduidelijkheid over welke documenten aan boord moeten zijn, welke formulieren nodig zijn voor de administratie, enzovoort.

"Wij zijn niet tegen een minimumloon, maar volgens de Franse wet is een schipper ook verplicht om een vestigingsadres te hebben in Frankrijk. Voor een internationale sector zouden er geen dergelijke drempels mogen zijn”, benadrukt Hester Duursema, secretaris-generaal van de ESO. Het is bovendien niet duidelijk aan welke criteria die vertegenwoordiging in Frankrijk moet voldoen. “Het wordt moeilijk als de Franse overheid er zelf niet in slaagt om accurate informatie in meerdere talen ter beschikking te stellen”, aldus Duursema nog.

Voorbeeld Duitsland

De secretaris-generaal wijst er in de brief aan Bulc op dat Duitsland door de Europese Commissie al op de vingers is getikt over het minimumloon, omdat dit indruist tegen de Europese wetgeving. Ze verwacht dat met Frankrijk hetzelfde zal gebeuren, maar intussen moeten de schippers wel aan de wet voldoen. De ESO pleit bij de Europese Transportcommissaris voor een aanpak op Europese schaal. Momenteel gelden verschillende nationale systemen, die zorgen voor een immense administratieve rompslomp. Zo moet een schipper die naar een Duitse bestemming vaart, voldoen aan het Duitse ‘Mindestlohngesetz’. Vaart de schipper van Duitsland naar Frankrijk, dan moet hij daar voldoen aan de Franse wet op het minimumloon. Keert hij daarna terug naar Nederland, dan moet hij zich weer in regel stellen met de Nederlandse wetgeving.

De ESO roept Europa op om voor een verlichting van de administratieve rompslomp te zorgen, al was het maar tijdelijk. De organisatie zegt dat het aanstellen van een vertegenwoordiger met een kantoor in Frankrijk niets te maken heeft met het vrije verkeer van goederen in de EU. Daarom vraagt ze dat tijdens de lopende discussies Frankrijk het voorbeeld van Duitsland zou volgen, dit door de verplichting voor de vertegenwoordiging te laten vallen. Ze benadrukt dat de extra kosten die daarmee gemoeid zijn niet kunnen doorgerekend worden aan de klant en dus ten laste vallen van de kleine en middelgrote binnenvaartondernemingen.

“We zijn voorstander van een eerlijk Europa, maar ondernemers moeten in staat zijn om te doen waar ze goed in zijn en dat is ondernemen”, besluit Duursema haar brief aan Bulc.