Droogtes negatiever voor binnenvaart dan overstromingen

Geen enkele landtransportmodus is zo kwetsbaar voor klimaatverandering als binnenvaart. Hoog water en overstromingen zijn voor die sector een stevige kopzorg. Maar de grootste bedreiging komt van langdurige droogtes.

In zijn nieuw rapport over de impact van klimaatverandering op de transportsector besteedt het Joint Research Centre van de Europese Commissie heel wat aandacht aan de binnenvaart. De betrouwbaarheid en efficiëntie van die transportmodus is sterk afhankelijk van het waterpeil op het waterwegennet, met de grote slagaders Rijn en Donau op kop. Precies daar loert het klimaatgevaar om de hoek.

Hoog en laag

Overstromingen en hoog water zijn net als voor de zeehavens een probleem, bijvoorbeeld omdat schepen niet meer onder bruggen door kunnen. Hun frequentie en duur zal toenemen, is de verwachting.

Maar hun impact schat het rapport omwille van hun doorgaans korte(re) duur lager in dan die van de voorspelde langere periodes van droogte. “Droogtes hebben de meest disruptieve impact op vervoer over het water”, luidt het.

Wanneer het waterpeil niet zo laag valt dat scheepvaart onmogelijk wordt, brengen droogtes toch diepgangbeperkingen met zich mee. Die staan een optimale benutting van de schepen in de weg. De vraag naar capaciteit gaat dan de hoogte in omdat meer schepen nodig zijn om hetzelfde volume te vervoeren. De bevrachtingstarieven gaan mee omhoog. Laag water treft logischerwijs ook eerst de grootste binnenschepen.

Modal backshift

Klimaatverandering kan er zo toe leiden dat de binnenvaart ondanks zijn ecologische troeven moet wijken voor andere oplossingen.

“Een mogelijke reactie van de markt bij verstoorde binnenvaartdiensten kan zijn om terug te schuiven naar transportmodi zoals het wegvervoer. Dat is minder gevoelig voor klimaatverandering maar schadelijker voor het milieu op het vlak van emission per ton lading”, stelt het rapport vast.

Jean-Louis Vandevoorde