DHL Global Forwarding en WFS testen nieuwe modulaire laadeenheid

In het kader van het Europese project Clusters 2.0 testen DHL Global Forwarding Belgium en grondafhandelaar WFS Belgium een nieuw modulair laadsysteem. Het is geschikt voor alle modi, niet enkel voor luchtvracht.

DHL Global Forwarding Belgium en WFS Belgium maken samen met de overkoepelende luchtvrachtorganisatie Air Cargo Belgium (ACB) deel uit van het Europese consortium Clusters 2.0. Het ontwikkelen van een nieuwe modulaire laadeenheid (NMLU) is een van de oplossingen die binnen het consortium uitgewerkt worden.

Test

“Het doel van het Europese subsidieproject Clusters 2.0 is onder meer een modulaire loading unit (NMLU) te ontwikkelen die geschikt is voor alle transporttypes, zowel air, road, rail als water. Dit geldt zowel voor transport over lange afstanden als first en last mile, waarbij gebruikgemaakt wordt van een intermodaal netwerk”, legt Davide Scatorchia, projectcoördinator en digitisation bij Air Cargo Belgium, uit.

Optimalisering capaciteit

“Deze NMLU zou een maximaal gebruik moeten kunnen maken van de beschikbare capaciteit in vrachtwagens en door zijn design moeten zorgen voor een efficiënter transhipment. Het eerste prototype is vorige week getest bij WFS en DHL. De test bij WFS had betrekking op het gedrag van de NMLU op een vorklift en bij DHL werd het gedrag op een rollerbed getest”, zegt Scatorchia. Over het design kan hij geen details geven, omdat die informatie nog vertrouwelijk is.

Met de modulaire laadeenheid wordt vooral gemikt op grote verladers en retailers van verpakte consumptiegoederen. Ze moet een oplossing bieden voor de lage beladingsgraad van verpakkingseenheden en voertuigen maar ook voor onderbenutting van de ruimte in warehouses en op terminals. De gemiddelde beladingsgraad van vrachtwagens en containers bij vertrek zou slechts 42,6% bedragen.

Afmetingen

De afmetingen van de NMLU zijn in overeenstemming met die van 20’ en 40’ diepzeecontainers en van 45’ containers voor land- of shortsea transport zodat aanpassingen aan het laad- en losequipment niet nodig zijn.

De kleinere en modulaire laadeenheden kunnen gecombineerd worden in een grotere laadeenheid en op dezelfde manier behandeld worden als palletten. Daardoor kunnen de goederen verpakt worden op de productielijn zonder verdere behandeling tot de aflevering bij de eindklant of een hub.

Koen Heinen