Constructeurs pleiten voor nog grotere supertrucks

De Europese koepel van truckconstructeurs ACEA pleit ervoor dat ‘high-capacitytrucks’ (of super-lzv’s) worden toegelaten op bepaalde corridors binnen de EU. Zij zouden twee opleggers mogen trekken en op die manier 27% minder CO2 uitstoten.

Om aan de afspraken van het Klimaatakkoord van Parijs te kunnen voldoen, zijn er al een aantal maatregelen getroffen om de CO2-reductiedoelstellingen voor het goederenvervoer te halen. Zo besliste Europa dat er nieuwe, maar aerodynamische cabines komen. Ook zijn voor het eerst strenge CO2-normen van kracht waaraan nieuwe voertuigen tegen 2025 en 2030 moeten voldoen. Volgens de Europese koepel van truckconstructeurs ACEA zullen de toepassing van alternatieve brandstoffen en het optimaliseren van de beladingsgraad ook een belangrijke bijdrage kunnen leveren.

Maar volgens de truckconstructeurs zal dat niet volstaan om de totale CO2-uitstoot van het wegvervoer te verminderen. Want de vraag naar transport zal blijven stijgen. Daarom pleitte ACEA tijdens een workshop in Brussel ervoor dat voertuigen met een hogere laadcapaciteit zouden ingezet worden. De koepel denkt dan aan ecocombi’s (langere en zwaardere trucks of  lzv’s) – die al in meerdere landen toegestaan of in test zijn – en super lzv’s, die nu al in Zweden en Finland getest worden.

Voor wat de lzv’s betreft – combinaties van 25,25 m lang en tot 60 ton zwaar – pleit ACEA ervoor dat  grensoverschrijdend verkeer binnen de EU mogelijk wordt. Ook vraagt de organisatie een harmonisatie van de eisen en normen voor de inzet van lzv’s binnen de EU.

Super-lzv's

De ‘high-capacitytrucks' of super-lzv’s zijn volgens ACEA een kosteneffectieve oplossing om aan de CO2-doelstellingen te voldoen. Bij deze combinatie gaat het om een trekker met twee standaard trailers die via een dolly met elkaar zijn verbonden. De totale lengte is 32 meter. In Zweden en Finland bedraagt het maximum gewicht voor deze combinaties 76 ton.

Vier lzv’s kunnen dezelfde hoeveelheid lading vervoeren als zes normale combinaties. In het geval van de high-capacitytruck zijn slechts drie combinaties nodig. De totale CO2-besparing bedraagt respectievelijk 15% en 27%. Een bijkomend voordeel is dat er de helft minder chauffeurs nodig zijn. Ook zijn voor- en natransporten gemakkelijker te organiseren, vermits het alleen gaat om combinaties met twee opleggers (wat bij ecocombi’s niet het geval is).

De super-lzv’s zouden niet overal kunnen rijden, maar wel op bepaalde (grensoverschrijdende) corridors. Volgens ACEA zijn deze combinaties een kostenefficiënt alternatief om de groeiende vraag naar transport op te vangen en tegelijkertijd de CO2-emissies in toom te houden, zonder dat men de weginfrastructuur moet aanpassen. “Uit de ervaring met ecocombi’s blijkt dat de bezorgdheid rond een shift van spoor naar weg, wegbeschadiging en veiligheid ongegrond blijkt”, stelt ACEA.

Regels dienen aangepast

Binnen de huidige Europese regels kunnen de voorstellen van ACEA niet uitgevoerd worden. Tijdens de workshop zei Eddy Liegeois, hoofd wegtransport bij DG MOVE, dat de super-lzv’s inderdaad een mogelijke piste is, meer bepaald voor langeafstandstransporten. “Maar dan zal de sector met sterke argumenten moeten komen om de voordelen te bewijzen en de Europese wetgever ervan te overtuigen dat de regels rond maten en gewichten gewijzigd moeten worden”, zei hij.

Philippe Van Dooren