Conjunctuurenquête wegvervoer blijft weinig hoopvol

Ondanks een zeer lichte economische groei, is de activiteit van de Belgische wegvervoerders tijdens het eerst kwartaal van 2015 gedaald. “Veel bedrijven zien de komst van de kilometerheffing dan ook met enige vertwijfeling tegemoet", zegt het ITLB.

Het Instituut wegTransport en Logistiek België (ITLB, het vroegere IWT) organiseert sinds 1977 enquêtes om de conjunctuurtoestand van de sector van het beroepsgoederenvervoer over de weg op te volgen. De basismethodologie is dezelfde als deze gehanteerd door de Nationale Bank van België voor haar conjunctuuronderzoek.

In België is het bbp met +0,3% toegenomen in vergelijking met voorgaand kwartaal. Op jaarbasis is het bbp met 0,9% toegenomen. Op Europees vlak was de activiteitsverhoging van het eerste kwartaal nog een tikje hoger: +0,4% zowel in de eurozone als in de EU28.

Deze licht positieve evolutie vindt men echter niet terug in het wegvervoer. “Ondanks het feit dat sommige vervoerders ook signalen opvangen van een algemene economische verbetering, stellen ze met spijt vast dat de sector nog steeds achterblijft”, aldus het ITLB.

Sector blijft achter

Tegenover het voorgaande kwartaal is het internationaal vervoer met 4,8% afgenomen en in het nationaal vervoer is de daling zelfs nog iets groter (-7%). Ook de uitbesteding van opdrachten is met 8,6% gedaald in het nationaal vervoer en met 6,1% in het internationaal vervoer.

Let wel: het dalingspercentage betekent niet dat de activiteit effectief met evenveel procenten is gedaald. De cijfers duiden op het ‘gewogen verschil’ tussen het aantal ondernemingen (in %) dat een stijging signaleert en het aantal ondernemingen (in %) dat een daling signaleert in vergelijking met voorgaand kwartaal. Dat er duidelijk meer vervoerders een daling aangeven dan een stijging, duidt op een negatieve tendens in de Belgische markt.

Vertwijfeling

Gevraagd naar een verklaring, verwijzen velen vooral naar de hoge Belgische loonkosten, de veelal te lage vrachtprijs alsook de groeiende mobiliteitsproblematiek in combinatie met een strikte reglementering inzake de rij- en rusttijden.

“De daling van de dieselprijs in de voorbije periode bracht enig soelaas, maar velen schijnen voorbij te gaan aan het feit dat de kostprijs meer elementen bevat dan louter de brandstofkost. Aangezien de marges momenteel al zo mager zijn en het nu al vaak ontzettend moeilijk is om de vrachtprijs op voldoende wijze aan te passen aan de kostprijs, zien veel bedrijven de komst van de kilometerheffing met enige vertwijfeling tegemoet”, stelt het ITLB vast.

Kilometerheffing

Het merendeel van de vervoerbedrijven geeft aan dat zowel hun kostprijs als hun vrachtprijs gelijk gebleven is in vergelijking met voorgaand kwartaal. De overige bedrijven wijzen grotendeels op een daling. Voor het tweede kwartaal op rij is het gewogen saldo van de antwoorden dus negatief met betrekking tot de kostprijs. Deze vrij gunstige ontwikkeling wordt echter overschaduwd door het feit dat de vrachtprijs nog verder naar onder geduwd wordt”, waarschuwt het ITLB

Ook noteert het instituut dat talrijke vervoerders klagen over het feit dat veel opdrachtgevers zich blind lijken te staren op de brandstofprijsevolutie en een aanzienlijke vrachtprijsdaling eisen, terwijl de kostprijs nog meer elementen bevat. Aangezien de vrachtprijsonderhandelingen nu al vaak moeizaam verlopen, vrezen vele vervoerders de komst van de kilometerheffing”, aldus het ITLB.

Personeel

De personeelsbestanden van de chauffeurs, van de niet-rijdende arbeiders en van de bedienden zijn lichtjes gedaald ten opzichte van voorgaand kwartaal. Het aantal vacatures voor chauffeurs is paradoxaal iets gestegen: 13,7% van de vervoerders verklaart op zoek te zijn naar een chauffeur in vergelijking met 12,5% in het kwartaal ervoor. Ook de aanwervingen van niet-rijdende arbeiders en bedienden lijken lichtjes terug op gang te komen.

Liquiditeitsproblemen

Het aantal bedrijven dat liquiditeitsproblemen signaleert, is iets afgenomen: 18,8% van de respondenten deelt mee met tekorten te kampen in vergelijking met 19,3% in voorgaand kwartaal. Het ligt wel iets hoger dan het niveau van een jaar eerder: toen bedroeg het 17,1%.

De door de bedrijven aan hun opdrachtgevers toegestane uitstel van betaling bedraagt gemiddeld 41 dagen, maar in praktijk loopt het op tot gemiddeld 52 dagen.

31,6% van de vervoerders deelt mee dat hun bedrijf in de loop van het kwartaal een investering doorgevoerd heeft in vergelijking met 28,7% in het kwartaal ervoor en 19,3% een jaar terug. Het gaat echter wel merendeels om vervangingsinvesteringen.