Concept deelplatform voor vrachtwagens kent nog geen bijval

De transportsector in Vlaanderen staat niet open voor deeleconomie. Zelfs het delen van opleggers kan niet op bijval rekenen. Het potentieel wordt wel erkend, maar transporteurs maken de mental shift nog niet, blijkt uit het VIL-project Cambion.

Het project Cambion beoogde een uitbreiding van het concept van deelplatformen voor auto’s – zoals Cambio, Poppy of DriveNow – naar vrachtwagens. De resultaten worden deze namiddag gepresenteerd. “Piekperiodes voor het ene transportbedrijf betekenen niet noodzakelijk pieken op hetzelfde moment bij een ander bedrijf. Dat creëert opportuniteiten om transportmiddelen te delen”, zegt Filip Van Hulle, projectleider van Cambion. Volgens hem kan vrachtwagens delen niet alleen de kosten verlagen, maar ook extra omzet genereren.

1,5 opleggers per trekkend voertuig

Het project had dan ook tot doel te onderzoeken of het concept van autodelen kan geëxtrapoleerd worden naar de transportsector. Volgens Van Hulle is het potentieel groot. “Bijna alle transportbedrijven proberen zich te onderscheiden door het verschil te maken in service. Dat leidt ertoe dat zo goed als alle transporteurs overgedimensioneerd zijn om de vraag gedurende piekperiodes te beantwoorden. De ratio die ze vaak hanteren is 1,5 opleggers per trekkend voertuig. Hierdoor hebben ze tijdens de dalperiodes vaak te kampen met stilstand omwille van overcapaciteit.”

Te veel dezelfde pieken

Het komt er dus op aan om concullega’s met een verschillend piekpatroon te vinden en ze vervolgens met elkaar te ‘matchen’. "Rechtstreekse concurrenten hebben echter hetzelfde type klanten en hetzelfde piekpatroon, wat de mogelijkheid van ‘fleet sharing’ tussen directe concurrenten bemoeilijkt", stelt Van Hulle vast.

“Het principe van de deeleconomie toe te passen in de transportsector, brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee. De bijkomende administratieve handelingen en verzekeringstechnische aspecten vragen om duidelijke afspraken tussen de verschillende bedrijven”, zegt hij.

Om te kunnen delen, moeten ook de beschikbaarheid en de locatie inzichtelijk gemaakt worden. Daarom werd het track & trace-platform van het softwarebedrijf Suivo Telematics ingezet. Voor de proof of concept werd ook een reservatiemodule via de cloud ontwikkeld.

Trekker als tweede thuis

Tijdens het project werd snel duidelijk dat het delen van trekkende voertuigen op weinig bijval kan rekenen. De reden hiervoor lag niet bij de transporteurs, maar bij de chauffeurs. “Chauffeurs zijn erg gehecht aan hun eigen voertuig en zien het als hun tweede thuis. Daarom werd enkel het delen van opleggers verder uitgewerkt in dit project”, licht Van Hulle toe.

“Maar ook voor opleggers zijn er argumenten die de extrapolatie van de deeleconomie naar de transportsector vertragen. Het belangrijkste tegenargument dat de vervoerders aanhalen, is de vrees voor imagoschade”, zegt hij. “Voor veel bedrijven en hun klanten zijn de bedrijfslogo’s op de trailers zeer gevoelig”, legt Filip De Clercq, gedelegeerd bestuurder van Gilbert De Clercq, uit. Volgens hem zal dit de grootste uitdaging worden tijdens de verdere uitrol van het Cambiondeelproject.

Nog geen reflex

“De reflex maken om bij een concullega hulp in te roepen, blijft momenteel uit. Men opteert nog altijd voor een interne oplossing. Het principe van de deeleconomie is met andere woorden nog maar moeilijk toepasbaar in de transportsector", zegt Van Hulle. "Het potentieel wordt erkend, maar de daden om dit effectief uit te proberen, blijven nog uit."

Volgens hem kan alleen een sterke mental shift, zowel bij bedrijfsleiders als bij uitvoerend personeel, hier verandering in brengen.

Philippe Van Dooren