Centraal Boeking Platform nieuwe troef Antwerpse achterlandstrategie

Op de containerterminal TCT in Willebroek is maandag het officiële startsein gegeven voor het Centraal Boeking Platform (CBP). Het bundelen van volumes moet het 'leegrijden' tegengaan en het multimodale achterlandvervoer aantrekkelijker maken.

Het CBP is een initiatief van VEA-CEB, het Antwerpse Havenbedrijf, de Vlaamse waterwegbeheerders W&Z en De Scheepvaart en Promotie Binnenvaart Vlaanderen.

VEA-voorzitter Johan Proost wees op de lange weg tussen de studie in opdracht van de expediteursvereniging voor de oprichting van een CBP in de binnenvaart in 2005 en de uiteindelijke start. In 2007 zette de algemene vergadering van VEA het licht op groen en stelde ook de nodige middelen ter beschikking via een renteloze lening aangevuld door eenzelfde bedrag van de Vlaamse overheid. 

Wegens de economische crisis werd de start opgeschort tot op het moment dat er in de loop van 2014 nieuwe stappen werden genomen en ook het Antwerpse Havenbedrijf zich voor de kar spande, omdat het oordeelde dat het CBP een belangrijke troef kan vormen in de achterlandstrategie van de haven. Het zou voortaan ook een multimodaal platform worden met de focus op binnenvaart, maar met mogelijkheden voor spoor- en last mile wegvervoer.

“Vele internationale studies over de toekomst van de logistiek wijzen uit dat horizontale samenwerking tussen logistieke dienstverleners en bundeling van volumes dé manier zijn om concurrentieel te blijven”, aldus Proost die in het platform een belangrijke troef ziet voor het faciliteren van de goederenstromen, de bereikbaarheid van de havens en de mobiliteit in het algemeen. Momenteel worden nog steeds zo’n 40% containers leeg gereden tussen de inland terminals en de haven.

Neutraal

De VEA-voorzitter benadrukt de neutraliteit van het systeem in een dagdagelijkse expeditiepraktijk waar een groot aantal VEA-leden concurrenten zijn. “Dit vergt een psychologische klik waarbij wordt ingezien dat gemeenschappelijk ‘buying power’ een beter wapen is tegen externe marktbedreigingen dan puur kleinschalige onderlinge concurrentie”. Het platform garandeert dan ook dat elke gebruiker op dezelfde manier volgens éénduidige en transparante spelregels kan genieten van de voordelen en strikt confidentiële behandeling van individuele bedrijfsgegevens.

Het CBP richt zich niet enkel naar expediteurs. Ook rederijen, containerterminals en inlandterminals kunnen van het platform gebruik maken of hun eigen bestaande producten eraan koppelen. “We zijn ervan overtuigd dat we voor iedereen toegevoegde waarde kunnen brengen en dat de havengemeenschap in haar geheel de vruchten kan plukken van dit community-initiatief”, zegt Proost. Volgens hem hebben vele bedrijven vandaag nog te vaak de reflex om via de weg te vervoeren ondanks de toegenomen aandacht voor duurzame logistieke oplossingen. Via het CBP wil men die logistieke spelers sensibiliseren dat het ook anders kan. Volgens hem zit concurrentie ook in het ecologische deel van het transport en niet enkel in de prijs.

Momentum

Vlaams minister voor Mobiliteit Ben Weyts noemt de lancering het momentum om de binnenvaart sterker te promoten. Ook het laten samenwerken van logistieke spelers binnen het CBP is volgens de minister een belangrijke ontwikkeling.

Voor Havenschepen Marc Van Peel is het een goed initiatief, vooral omdat het vanuit de havengemeenschap zelf komt. Bovendien is het belangrijk tegen het licht van de verdere groei van de haventrafiek en de daardoor noodzakelijke uitbreiding van de haven. “We moeten met zijn allen heel veel inspanningen leveren om andere modi te promoten”, zo benadrukt hij. 

Principe

Het principe van het CBP is eenvoudig. Een expediteur die een opdracht krijgt om een transport te organiseren vanuit de haven van Antwerpen naar een bepaalde inland bestemming, kan in plaats van verschillende telefoontjes te moeten doen om uit te zoeken welk traject het meest interessante is qua kostprijs en transittijd, de transportvraag ingeven op het CBP, waar hij binnen de kortste keren de meest interessante combinaties voorgeschoteld krijgt die er voorhanden zijn.

Anderzijds, als aanbieder van achterlanddiensten, bijvoorbeeld als binnenvaartonderneming, spooroperator of wegvervoerder, vraagt het soms ook heel wat moeite om die ene transportdienst te kunnen leveren, waarbij niet altijd de volle capaciteit van het voertuig kan benut worden en ook niet altijd 'terugvracht' voor handen is. Door het aanbod in te geven op het CBP krijgt de vervoerder binnen de kortste tijd het meest interessante ladingaanbod.

Het territorium van het CBP strekt zich volgens Mark Scheerlinck, algemeen directeur van het CBP, uit binnen de zogenaamde ‘blue banana’. Wat de modal split doelstellingen betreft, hoopt hij dankzij het systeem de groei van het wegvervoer te kunnen absorberen. In eerste instantie wordt een bescheiden modal shift van 9.000 containers van het wegvervoer naar binnenvaart en spoor geambieerd.

Dat cijfer werd bekomen uit tellingen van het containerverkeer naar het hinterland, rekening houdend met transshipment volumes, containers die in de haven blijven en die al vervoerd worden via barge en spoorvervoer.

Het CBP werkt volgens een 'break even'-model. De gebruikers betalen een kleine commissie. Binnen een drietal jaar moet het systeem zelfbedruipend zijn. “We hebben nog een heel traject af te leggen tussen nu en eind dit jaar, maar we merken een sterke interesse bij de expediteurs. We willen echter de hele markt aanspreken. We moeten het ‘community denken’ stimuleren. Het CBP is operationeel, de gebruikers kunnen bellen”, zo besluit hij.

Op 26 april vindt in het Antwerpse Havenhuis een demosessie plaats van het CBP.