Biertrein vervangt 5.000 trucks per jaar tussen Jupille en Ninove

Delhaize, AB Inbev, Lineas, Remitrans en de POM Oost-Vlaanderen hebben vandaag een eerste test uitgevoerd met een trein tussen Jupille en Ninove. Op termijn willen ze maar liefst 5.000 trucks per jaar van de weg halen.

Het gaat om een unieke vorm van horizontale samenwerking tussen een producent, een retailer, een spoorvervoerder een wegvervoerder, waarbij de regie in hand was van de provincie Oost-Vlaanderen. “Dit partnership heeft mensen samengebracht die van de modal shift een passie hebben gemaakt”, vatte Geert Pauwels, CEO van Lineas, het initiatief samen. Volgens hem is deze trein dan ook een signaal voor de maatschappij.

Dagelijkse rijden er vrachtwagens tussen Jupille nabij Luik en het distributiecentrum voor FMCG van Delhaize in Ninove. Het is de bedoeling om de bakken bier nu met het spoor te vervoeren. Ze worden geladen bij Europorte, op 750 meter van de productiesite van AB Inbev, sporen naar Ninove en worden daar gelost bij Remitrans. Dat bedrijf kocht acht jaar geleden een spoorlijn naast zijn site. Vandaar wordt het bier naar het distributiecentrum (dc) van Delhaize gereden, over een afstand van 500 meter. De opzet is om zowel files als CO2-emissies te verminderen.

Vandaag was het een eerste proef, maar op termijn moeten dat drie treinen per week worden. Op één trein kunnen duizend palletten worden geladen, wat overeenkomt met ongeveer veertig trucks.

Best practices

De eerste trein bestond uit conventionele wagons, waarop de palletten met bierkratten op verschillende manieren waren geladen, en twee types containers. “Op basis van de ervaring die vandaag is opgedaan en tijdens latere proefritten wordt afgetoetst, zal men kunnen zien wat het efficiëntst is. Ook kunnen best practices uitgewerkt worden”, zegt Luc D’Hondt de drijvende kracht bij Delhaize.

Volgens hem komen andere types goederen in aanmerking om tot bij het dc in Ninove gebracht worden. “Zelfs kleinere partijen goederen zouden bijvoorbeeld in ene wagon naast het bier geladen kunnen worden”. Hij benadrukt dat het een horizontale samenwerking gaat. “Hoe meer deelnemers, hoe meer volumes, hoe interessanter het project", klinkt het.

Samenwerking en 'combimobiliteit'

De studie- en aanloopkosten voor deze eerste trein bedroegen 55.000 euro. De partners droegen voor 18.000 euro bij, de provincie Oost-Vlaanderen 18.000 en de POM Oost-Vlaanderen de rest. Dat past in het klimaat actieplan van de provincie.

Volgens Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) is dit initiatief een mooi voorbeeld van ‘combimobiliteit’ en samenwerking. “De combinatie van weg én spoor en/of binnenvaart opent veel mogelijkheden, en dat bewijst Remitrans. Oorspronkelijk een zuiver wegvervoerder, maar een die vandaag ook inzet op het spoor”. Ook loofde hij de samenwerking tussen de verschillende partners.

Federaal minister van Mobiliteit François Bellot (MR) benadrukte van zijn kant zijn inspanningen om het gecombineerd en het verspreid spoorvervoer te integreren. Niet zonder fierheid kondigde hij aan dat Europa hiervoor zopas een enveloppe van 14 miljoen aan subsidies heeft goedgekeurd. Hij hoopt dan ook dat er nog andere initiatieven zoals de deze zullen volgen.

Philippe Van Dooren