Belgische wegvervoerders blijven in gevarenzone

Ondanks de lichte economische groei blijft de sector van het wegvervoer het moeilijk hebben. Vooral in het internationaal vervoer was er een uitgesproken daling van de activiteit. De vrees voor de impact van de kilometerheffing blijft dan ook groot.

Dat blijkt uit de jongste conjunctuurenquête van het Instituut Transport en Logistiek België (ITLB) rond het vierde kwartaal van 2015.

De onderzoekers noteren dat de Belgische economie hetzelfde groeitempo als de Europese economie volgde: het bbp groeide zowel in België als in de eurozone en de EU28 met een schamele 0,3% ten opzichte van het voorgaande kwartaal.

Toch was er een daling van de activiteit van de Belgische wegvervoerders. In het nationaal vervoer kon men de daling beperken tot -0,8% in vergelijking met het derde kwartaal, maar in het internationaal vervoer is de activiteit vrij fors afgenomen (-8,8%). “Tal van Belgische vervoerders voeren aan dat ze de internationale concurrentiestrijd binnen de EU met ongelijke wapens moeten aangaan”, stellen de onderzoekers opnieuw vast.

“Sommige vervoerders leggen uit dat ze zich iets meer gaan toespitsen op het nationaal vervoer. Dat de concurrentiestrijd in de vervoersector zwaar is, zullen weinigen ontkennen, maar een aantal bedrijven benadrukt dat het voor Belgische bedrijven in toenemende mate moeilijk is om de strijd voor vervoeropdrachten aan te gaan met Oost-Europese vervoerondernemingen. De vrachtprijsonderhandelingen lijken immers vaak op een wedstrijd naar de bodem”, klinkt het.

Ook de politieke onzekerheid in Europa maakt een aantal vervoersondernemingen terughoudender. “Zo hebben de aanslepende moeilijkheden in Calais een duidelijke impact op de transportbewegingen van en naar de UK, onder andere omwille van de strengere veiligheidscontroles met grotere wachttijden als gevolg”, aldus het ITLB.

De belangrijkste bestemming is Frankrijk, al merken sommige bedrijven op dat het vaak moeilijk is om adequate terugvrachten te vinden. Andere veel vermelde bestemmingen zijn Nederland en Duitsland.

Afstandscoëfficiënt licht gedaald

Ook de uitbesteding van opdrachten is verminderd ten opzichte van het kwartaal ervoor. Het saldo van de antwoorden bedraagt -6,2% in het nationaal vervoer en -4,9% in het internationaal vervoer.  

Het gemiddelde afstandscoëfficiënt, zijn de het totaal afgelegde kilometers tegenover de beladen kilometers, is heel licht gedaald. Gemiddeld legden de vervoerondernemingen 70% van de totale afstand af met een lading, terwijl in het voorgaande kwartaal dit percentage 70,6% was.

Kostprijs en vrachtprijs stabiel

De meeste vervoersondernemingen laten weten dat zowel de kostprijs als de vrachtprijs dezelfde gebleven zijn in vergelijking met voorgaand kwartaal. De andere bedrijven signaleren grotendeels een daling, iets meer nog bij de kostprijs dan bij de vrachtprijs.

“De belangrijkste oorzaak van de kostprijsdaling is niet ver te zoeken: de neerwaarts evoluerende dieselprijs. Dit zorgt weliswaar voor een welgekomen dosis zuurstof in de sector, maar veel vervoerbedrijven signaleren dat veel opdrachtgevers zich blind lijken te staren op deze brandstofprijsevolutie, terwijl de kostprijs van een vervoerbedrijf natuurlijk nog andere elementen bevat”, aldus het ITLB.

Vrees voor kilometerheffing blijft

Bovendien zet de sector zich schrap voor de komst van de Belgische kilometerheffing op 1 april 2016. “Volgens een aantal vervoerders blokkeren veel klanten de onderhandelingen over een volledige doorrekening van de kosten van de kilometerheffing en ze gebruiken daarbij vaak de dalende dieselprijs als pasmunt. Sommigen vrezen dat vooral de kleinere bedrijven het gelag zullen moeten betalen”, noteert het ITLB verder.

Personeelstekort

Het aantal tewerkgestelde bedienden bleef stabiel in vergelijking met voorgaand kwartaal, maar zowel het aantal chauffeurs als het aantal niet-rijdende arbeiders zijn lichtjes gedaald. Het aantal vacatures is over de ganse lijn verminderd in vergelijking met het kwartaal ervoor.

Gepeild naar de moeilijkheden in het vinden van geschikt personeel, antwoorden veel bedrijven dat het veel potentiële chauffeurs ontbreekt aan de juiste motivatie en de nodige flexibiliteit.

Ook de toenemende eisen van het chauffeursberoep speelt velen parten: er wordt gewezen op de voortdurende opleidingsvereisten en de strenge reglementering over de rij- en rusttijden. Daarbij is er bijvoorbeeld onvoldoende oog voor de groeiende mobiliteitsproblematiek.

Minder liquiditeitsproblemen

Het ITLB stelt wel vast dat het aantal bedrijven met liquiditeitstekorten flink is afgenomen: gemiddeld 1 op 10 bedrijven signaleert problemen in dat verband, tegen gemiddeld 1 op 5 zowel in het kwartaal ervoor als in de overeenkomstige periode van 2014.

De door de bedrijven aan hun opdrachtgevers toegestane uitstel van betaling bedraagt gemiddeld 42 dagen, maar in praktijk duurt het gemiddeld 11 dagen langer.

Tot slot heeft 29,1% van de vervoerders aan het ITLB meegedeeld in de loop van het kwartaal een investering doorgevoerd te hebben. In het derde kwartaal waren het er 23,9% en in het vierde kwartaal 2014 28,7%. Ook nu ging het merendeels om vervangingsinvesteringen, vooral in motorvoertuigen.