Belgisch wegvervoer zette 2016 in mineur in

De vervoeractiviteit van de Belgische transportbedrijven is tijdens het eerste kwartaal vertraagd. De daling was merkbaar op internationaal en nationaal vlak. Het jaar startte in mineur, terwijl de kilometerheffing toen nog niet van kracht was.

Dat blijkt uit de cijfers van de conjunctuurenquête van het ITLB voor het eerste kwartaal van 2016. In vergelijking met het voorgaande kwartaal vertraagde de vervoeractiviteit iets meer op internationaal (-13,2%) dan op nationaal vlak (-7,6% antwoordensaldo).

Hierdoor is ook de uitbesteding van opdrachten afgenomen. Het saldo van de antwoorden bedraagt -4,3% in het nationaal vervoer en -13,8 % in het internationaal vervoer. Ter herinnering: het ‘antwoordensaldo’ is het gewogen verschil tussen het aantal ondernemingen (in %) dat een stijging signaleert en het aantal ondernemingen dat een daling signaleert in vergelijking met voorgaand kwartaal.

Na twee opeenvolgende kwartalen van daling is de kostprijs opnieuw naar omhoog gegaan. De meeste vervoerders melden dat zowel de kostprijs als de vrachtprijs stabiel gebleven zijn in vergelijking met voorgaand kwartaal. In het nationaal vervoer kon de vrachtprijs nog min of meer op peil gehouden worden (+ 0,8%), maar in het internationaal vervoer is een aanpassing naar onder toe geregistreerd (-0,5%).

Kilometerheffing

De kilometerheffing is pas op 1 april in werking getreden en de impact ervan was dus nog niet voelbaar wanneer de conjunctuurenquête werd afgenomen. Wel meldden de vervoerbedrijven dat de heffing hen zorgen baarde temeer dat de daling van de brandstofprijs, die in de voorbije maanden nog voor enig soelaas zorgde, in de loop van het eerste kwartaal opnieuw een licht stijgende tendens is gaan volgen.

“Daarenboven stoomden de bedrijven zich in het begin van het jaar klaar voor de invoering van de heffing door de aanschaf en installatie van de OBU’s, het opleiden van het personeel en hier en daar zelfs de investering in Euro6-voertuigen waarop het gunstigste tarief van toepassing is. Sommige vervoerders vrezen dat een flink aantal vervoerondernemingen de boeken zullen moeten toe doen omdat deze heffing voor hen de druppel zou kunnen zijn die de emmer zal doen overlopen.

Meer bedienden gevraagd

De personeelsbestanden van de chauffeurs en van de bedienden zijn gedaald, terwijl dat van de niet-rijdende arbeiders stabiel gebleven is in vergelijking met voorgaand kwartaal. Het aantal openstaande betrekkingen is dan weer over de gehele lijn toegenomen.

Vooral met betrekking tot de bedienden is een opvallende stijging genoteerd: bijna een kwart van de bedrijven meldt een vacature voor een bediende (in het kwartaal ervoor bedroeg het 14,2%).

Liquiditeitstekorten

“Na een bemoedigende daling op het einde van voorgaand jaar is het aantal bedrijven met liquiditeitstekorten opnieuw toegenomen: gemiddeld meldt 16,8% van de bedrijven liquiditeitsmoeilijkheden in vergelijking met gemiddeld 10,8% in het laatste kwartaal van 2015”, noteert het ITLB.

Dit is een onrustwekkende stijging, omdat de kilometerheffing naar verwachting een aanslag zal plegen op de cashflow en de liquiditeitsproblemen zal verergeren.

Ook zorgwekkend in dit verband, is dat de door de bedrijven aan hun opdrachtgevers toegestane uitstel van betaling gemiddeld 41 dagen bedraagt, terwijl ze in praktijk gemiddeld 10 dagen langer moeten wachten op de betaling.

Vervangingsinvesteringen

Het aantal investeringen is lichtjes gestegen: 31,9% van de vervoerders deelt mee hun bedrijf in de loop van het kwartaal een investering doorgevoerd heeft in vergelijking met 29,1% voordien. In vergelijking met de overeenkomstige periode van voorgaand jaar ligt het investeringsgehalte op ongeveer hetzelfde niveau (toen bedroeg het 31,6%).

Bij de meerderheid van de investeringen ging het om een vervanging, grotendeels in motorvoertuigen.