Activiteit in Belgisch wegvervoer vertraagt opnieuw

Na een opflakkering van de activiteit in het nationaal wegvervoer in het tweede kwartaal, is deze in het derde kwartaal weer geluwd. Ook in het internationaal vervoer is een activiteitsvertraging geregistreerd.

Dat stelt het Instituut Transport en Logistiek België (ITLB) op basis van de jongste conjunctuurenquête. Die meet de trends aan de hand van een ‘antwoordensaldo’, zijnde het gewogen verschil tussen het aantal ondernemingen (in %) dat een stijging signaleert en het aantal ondernemingen (in %) dat een daling signaleert in vergelijking met voorgaand kwartaal.

“Voorgaand kwartaal mocht de sector met betrekking tot het nationaal vervoer eindelijk weer positieve cijfers noteren, al ging het om een geringe activiteitsverhoging. Deze opflakkering zet zich spijtig genoeg niet voort in dit kwartaal. Het saldo van de antwoorden bedraagt immers -3,2%. Ook in het internationaal vervoer is een activiteitsvertraging geregistreerd (-2,6%)”, zegt het ITLB.

Uit de enquête blijkt dat sommige bedrijven deze negatieve cijfers nuanceren door erop te wijzen dat de grote vakantieperiode in dit derde kwartaal valt, waardoor hun activiteit op een iets lager pitje staat. Toch wijzen anderen erop dat de internationale economie zich weliswaar langzamerhand aan het herstellen is, maar dit herstel wordt getemperd door een aantal economische ontwikkelingen in Zuidoost-Azië, vooral China.

In Europa is de economie immers zeer matig gegroeid (met 0,3% in de Eurozone en met 0,4% in de EU-28). In België lag de groei iets lager: het bbp is met slechts 0,2% gestegen.

Ook de uitbesteding van opdrachten is afgenomen in vergelijking met voorgaand kwartaal. Het gewogen saldo bedraagt -5,7% in het nationaal vervoer en -6,8% in het internationaal vervoer.

Kilometerheffing blijft zorgen baren

Het merendeel van de vervoerders signaleren een status quo van zowel de kostprijs als de vrachtprijs, maar de overige bedrijven signaleren vooral een daling van de kostprijs en van de vrachtprijs, zowel in het nationaal als in het internationaal vervoer. “Deze afname is zelfs een tikje groter bij de kostprijs, vooral omwille van de dalende tendens van de brandstofprijs”, stelt het ITLB vast.

Veel bedrijven voeren een voortdurende strijd om ervoor te zorgen dat hun vrachtprijs in overeenstemming is met de kostprijsevolutie. “Jammer genoeg leiden kostprijsstijgingen niet altijd tot adequate vrachtprijsverhogingen. In dit opzicht willen veel vervoerondernemingen nu hun huidige vrachtprijs op zijn minst handhaven, maar sommigen laten weten dat ze onder druk gezet worden door opdrachtgevers om de vrachtprijs toch naar beneden toe aan te passen. Velen maken zich in dit verband zorgen over de toekomstige kilometerheffing”, klinkt het verder.

Chauffeurstekort

Het aantal tewerkgestelde chauffeurs is lichtjes gedaald ten opzichte van voorgaand kwartaal, maar de personeelsbestanden van de niet-rijdende arbeiders en van de bedienden zijn een klein beetje gestegen.

Toch zegt 19% van de vervoerondernemingen op zoek te zijn naar een chauffeur. De instroom van nieuwe chauffeurs is dan ook te laag, aldus sommigen. Bovendien is de juiste motivatie vaak zoek. Heel wat kandidaat-chauffeurs verkiezen immers een job van 9 tot 17 uur en staan weigerachtig tegenover onregelmatige werkuren.

Ook de strikte vakbekwaamheidseisen schrikken velen af. Een aantal vervoerders beklaagt er zich dan ook over dat voertuigen soms noodgedwongen stil blijven staan omdat het bedrijf onvoldoende chauffeurs kan inzetten.

Liquiditeitsproblemen

Het aantal bedrijven met liquiditeitstekorten is vrij stevig toegenomen in vergelijking met voorgaand kwartaal: 19,9% van de bedrijven laat weten met liquiditeitsproblemen te kampen, ten opzichte van 11,8% in voorgaand kwartaal. In dezelfde periode van voorgaand jaar lag het echter nagenoeg op hetzelfde niveau (toen bedroeg het 20,9%).

De door de bedrijven aan hun opdrachtgevers toegestane uitstel van betaling bedraagt gemiddeld 44 dagen, maar in praktijk loopt die op tot gemiddeld 56 dagen.

De investeringsbereidheid is licht gestegen: 23,9% van de vervoerders heeft in de loop van het kwartaal een investering doorgevoerd, in vergelijking met 20,9% in het kwartaal ervoor en 23,5% een jaar terug. Het gaat echter nog steeds merendeels om vervangingsinvesteringen.