Aandeel cabotage door buitenlanders nergens hoger dan in België

Maar liefst 10% van alle binnenlandse transporten in België gebeurt door trucks met een buitenlandse nummerplaat. De ‘caboteurs’ hebben nergens anders zo’n groot marktaandeel. “Daarom zijn de voorstellen van de EU verontrustend".

Samen met de voorstellen voor nieuwe Europese transportregels publiceerde de Europese Commissie een overzicht van de transportmarkt, dit met cijfers van 2015. “Daarin kan men lezen dat 10% van de nationale transporten in België door caboteurs wordt uitgevoerd. Dat is drie keer meer dan het Europees gemiddelde,” stelt Philippe Degraef, directeur van Febetra, vast.

In Europa is het aandeel van cabotage gemiddeld 3,3%. Volgens de onderzoekers van de Commissie is dat 2,5 keer zoveel als in 2005. “Maar door de band genomen is dat aandeel nog maar zeer klein”, stellen ze. De grootste caboteurs zijn Polen (30% van de cabotageritten in de EU), Spanjaarden (8%), Nederlanders (7%), Duitsers (6%), Roemenen (5%), Luxemburgers (5%), Bulgaren (5%) en Belgen (4%). Ook Slovaken en Portugezen hebben een marktaandeel van 4%.

De meest populaire landen om te caboteren zijn Duitsland (40%), Frankrijk (27%), Italië (6%), België (5%) en het Verenigd Koninkrijk (5%).

Nog een opmerkelijke vaststelling is dat de caboteurs vooral transporteurs uit de buurlanden zijn. In Duitsland, België, en Oostenrijk is hun aandeel zelfs 75%.

Nederlanders en Luxemburgers

In ons land valt dat zeker te verklaren door het feit dat binnen de Benelux cabotage al sinds 1990 volledig vrij is. Nederlanders en Luxemburgers mogen dus vrij in ons land binnenlandse transporten uitvoeren. Dat de penetratiegraad van cabotage in België op 10% ligt, heeft vermoedelijk daarmee te maken.

“Maar als men naar het percentage in Nederland kijkt, dan moet men vaststellen dat het lager is dan het Europese gemiddelde. Hieruit kunnen we afleiden dat Belgen minder in Nederland caboteren dan omgekeerd. De Nederlandse transporteurs zijn immers goedkoper dan de Belgische. Nergens zijn de kosten zo hoog voor de vervoerders als in België”, zegt Degraef.

Bijzonder verontrustend

“Doordat wij nu al de hoogste penetratiegraad van cabotage in de EU hebben, zijn de cabotagevoorstellen van de Europese Commissie bijzonder verontrustend te noemen voor de Belgische transportector. Ze komen immers de facto neer op een quasi volledige liberalisering, De wijzigingen ten opzichte van de huidige regeling zullen volledig in het voordeel van de buitenlandse concurrentie uitdraaien”, waarschuwt hij.

“De Europese Commissie mag dan nog van de daken schreeuwen dat een caboterende chauffeur vanaf dag 1 als gedetacheerde werknemer moet worden beschouwd, maar voor een Belgische transporteur is dat een schrale troost”, vervolgt hij. Omdat de sociale bijdragen verschuldigd blijven in het land waar de onderneming gevestigd is, zal er nog altijd een verschil in arbeidskosten zijn.

Verdere toename

“Zelfs in het geval dat de detacheringsregels scrupuleus gerespecteerd worden, zal de kost voor een buitenlandse chauffeur die in België caboteert nog altijd veel lager uitvallen dan de kost van een Belgische chauffeur die op zijn thuismarkt actief is. België was al een gegeerd cabotageland en zal dat nog meer worden”, vreest Degraef.

Philippe Van Dooren