2018: jaar van kentering voor rentabiliteit Belgisch wegvervoer

In 2017 werd een verontrustende daling van de rentabiliteit in het Belgisch wegvervoer genoteerd, ondanks de stevige omzetgroei. Dat zegt financieel consultant BDO. Maar dit jaar stelt men een ommekeer vast: de verladers worden inschikkelijker.

In 2015 heeft UPTR voor het eerst BDO belast met een grondige studie van de financiële gezondheid van de transportsector. Die analyseerde de resultaten van ongeveer 6.000 transportondernemingen op basis van de balansen neergelegd bij de Nationale Bank van België. Sindsdien werd de oefening jaarlijks herhaald. De cijfers voor 2017 werden zopas door de transporteursvereniging bekendgemaakt. “En ze ogen niet goed. Ondanks de verbeterde conjunctuur en de hogere omzetten verminderde in 2017 de rentabiliteit van transportondernemingen”, zegt Michael Reul, secretaris-generaal van UPTR.

Rentabiliteitsratio’s

Wat zijn de belangrijkste financiële indicatoren voor het jaar 2017? Volgens de analyse van BDO zijn de rentabiliteitsratio’s van de transportsector teruggezakt tot het niveau van 2014-2015, terwijl ze tussen 2010 en 2016 consistent stegen. Enkele opmerkelijke indicatoren:

- De nettomarge op omzet (de verhouding tussen het nettoresultaat en de omzet) bedraagt 2,8% (tegen 3,2% in 2016 en 3,3% als gemiddelde van de andere sectoren in 2017).

-  27% van de ondernemingen hebben een negatief exploitatieresultaat (resultaat voor financiële kosten en belastingen).

- Voor het tweede jaar op rij behaalt de solvabiliteitsratio (de verhouding tussen het eigen vermogen en de totale activa) in de transportsector haar hoogste peil (36%) sinds 2010 (29%). Die blijft echter lichtjes onder het Belgische gemiddelde.

- 11% van de bedrijven hebben een negatief eigen vermogen (m.a.w. meer schulden dan activa).

-  Na een consistente groei van de liquiditeiten van de transportondernemingen tussen 2010 en 2016, verminderen ze lichtjes in 2017 (net als het algemene gemiddelde).

- De vlottende activa van een kwart van de bedrijven zijn onvoldoende om de verplichtingen op korte termijn te dekken.

- De transporteurs lijden in 2017 nog steeds onder betalingstermijnen van gemiddeld 59 dagen. Ze liggen veel hoger dan het algemene gemiddelde (41 dagen).

“Men kan dus stellen dat de transportsector van een groeiende vraag geniet, maar te kampen heeft met een druk op haar marges. Dat komt vooral door een hogere loonkost ten gevolge van het gebrek aan chauffeurs, de toenemende verkeerscongestie en de ongezien hoge brandstofprijzen, die niet volledig doorgerekend kunnen worden aan de klanten”, stelt Reul.

Kentering in 2018

“Ik kan mij in die cijfers voor 2017 terugvinden, maar dit jaar merken we toch een omslag. Wat de vervoerders in 2017 realiseerden, is wat ze in 2016 onderhandelden. Toen waren de omstandigheden anders dan vandaag. De zekerheden die de vervoerders in 2018 onderhandelen, zullen zich pas in 2019 in de cijfers vertalen”, zegt Serge Gregoir, CEO van Eutraco.

Volgens hem worden de opdrachtgevers bewust van het nijpende chauffeurstekort. Tot vorig jaar klopte het plaatje van vraag en aanbod niet. Veel verladers wilden nog steeds een premiumdienst aan een lage kost, terwijl de transportcapaciteit krap werd. Dat is aan het veranderen. De prijzen zijn gevoelig verbeterd, maar de kosten zijn fors blijven stijgen. Wie marges van 2 à 3% haalt, heeft goed geboerd. Maar doordat de verladers bewust worden dat de capaciteit problematisch wordt, vragen ze vandaag niet meer dat de transportkosten dalen, maar dat ze onder controle blijven. En ze leggen meer de nadruk op de betrouwbaarheid van de dienstverlening”, zegt Gregoir. Volgens hem is het chauffeurstekort dus niet zozeer een probleem, maar een opportuniteit om een scheefgetrokken vraag- en aanbodsituatie recht te trekken.

Dat beaamt Eric Charlier, voormalig eigenaar van het transportbedrijf Charlier International en nu commercieel manager bij Jost Group. “De opdrachtgevers zijn er zich nu van bewust dat de capaciteit in de markt krap wordt. In de onderhandelingen is de klemtoon dit jaar duidelijk verplaatst. De prijs komt niet meer op de eerste plaats, maar wel de gewaarborgde capaciteit. Zij willen hun transporten zeker voor de komende twee à drie jaar veiligstellen”.

Philippe Van Dooren