Vervoerder blijft bezorgd om concurrentiepositie door kilometerheffing

Heel wat vervoerders benadrukken dat de kilometerheffing hun concurrentiepositie tegenover buitenlandse transporteurs helemaal niet ten goede komt. Zij kunnen de heffing moeilijker integraal doorrekenen.

Sinds de invoering van de kilometerheffing in april 2016 houdt het Instituut Transport en Logistiek België (ITLB) elk kwartaal een enquête over de impact op de concurrentiepositie van de Belgische wegvervoerders. Uit de cijfers voor het vierde kwartaal van vorig jaar blijkt dat 43,5% van hen de heffing integraal kan doorrekenen voor de trajecten met lading. Dat is bijna 5% minder dan het kwartaal ervoor, maar nog steeds 8% meer dan juist na de invoering van de taks.

Bijna 37% van de vervoerders kan de heffing voor minstens 80% doorrekenen. Dat betekent dat 8 op de 10 transporteurs ze integraal of bijna helemaal kan factureren aan de opdrachtgever.

Het ITLB merkt echter op dat veel vervoerders zich erover beklagen dat hun opdrachtgevers enkel de gunstigste tarieven willen terugbetalen. Voor oudere voertuigen draaien veel bedrijven dus zelf op.

Ladingloze trajecten

De kosten van de kilometerheffing voor de trajecten zonder lading, daarentegen, zijn veel moeilijker door te rekenen. Slechts 24,4% van de transporteurs kan dat integraal doen. Dat is weliswaar 6% meer dan tijdens het derde kwartaal en het hoogste percentage sinds de invoering. Toch blijkt dat bijna 28% daar niets voor kan aanrekenen.

Het percentage vervoerders die overheadkosten volledig kunnen doorrekenen, is stabiel gebleven op 18%. Bijna de helft (48,5%) kan nog geen 20% van die kosten of helemaal niets aanrekenen.

Concurrentiepositie

Hoewel 58% van de vervoerders zegt dat de kilometerheffing geen invloed heeft gehad op hun concurrentiepositie ten opzichte van buitenlandse vervoerondernemingen, observeert het leeuwendeel van de overige bedrijven (39,4 %) een negatieve impact.

“Heel wat vervoerders benadrukken uitdrukkelijk dat de invoering van de kilometerheffing hun concurrentiepositie ten opzichte van buitenlandse vervoerders helemaal niet ten goede komt”, stelt het ITLB vast.

Liquiditeiten

Ook blijven veel bedrijven melden hoe zwaar de voorfinanciering van de kilometerheffing doorweegt. “De heffing dient door hen om de twee weken betaald te worden, terwijl hun opdrachtgevers vaak meer dan een maand langer wachten met betalen. Dat is een vrij lange periode. De bedrijven vragen daarom een versoepeling van de tweewekelijkse facturatie”, zegt het ITLB.

Uit de enquête blijkt nochtans dat het percentage ondernemingen dat een verslechterde liquiditeitspositie door de invloed van de prefinanciering meldt, achteruit blijft gaan. In het vierde kwartaal was dat 48,3%, tegen 67,7% na de invoering van de heffing. Het percentage dat een status-quo meldt, is gestegen tot 51,7%.

OBU’s vervangen

Uit de vrije commentaren van deelnemers aan de enquête blijkt dat er nog steeds veel problemen zijn met de on-board-units (OBU) van Satellic. “Heel wat vervoerbedrijven vragen zich af of de procedure niet vereenvoudigd kan worden in geval van een defecte OBU. Een vervanging is vaak tijdrovend en brengt extra kosten met zich mee, die veelal opnieuw vallen door te rekenen", stelt het ITLB nog.

Philippe Van Dooren