Verrassend minder faillissementen in Belgisch wegvervoer

Tijdens het derde kwartaal van 2016 zijn er maar 20 wegtransportbedrijven failliet verklaard. Dat is het op een na laagste aantal in meer dan zes jaar. De sector waarschuwt er echter voor om nu al conclusies te trekken.

Het ITLB, dat de Belgische markt van het wegvervoer observeert, heeft zopas de faillissementscijfers voor het derde kwartaal gepubliceerd. Ze bevestigen de positieve evolutie die tijdens de eerste twee trimesters werd opgetekend. Enkel in het eerste kwartaal 2016 was het aantal faillissementen lager. Toen waren het er vijftien.

Tenzij er zich in het vierde kwartaal een plotse en forse opstoot van de faillissementen voordoet, zal het aantal falingen in 2016 ver onder dat van de afgelopen zes jaren zitten.

Wat echter opvalt, is het feit dat de faillissementscijfers in Frans- en Duitstalig België proportioneel hoger blijven dan in Vlaanderen. Dat was de afgelopen jaren zo (zie figuur 2) en ook dit jaar wordt de tendens bevestigd: tijdens de eerste drie kwartalen gingen in het eerste geval 34 wegvervoerders failliet en in het tweede 44.

Ter vergelijking: volgens de cijfers van de FOD Mobiliteit waren er op 1 januari 2016 8.415 wegvervoerbedrijven in België, waarvan 5.968 in Vlaanderen, 1.869 in Wallonië en 578 in Brussel.

(Nog) geen cascade effect kilometerheffing

“Het derde kwartaal is het eerste met het volledige effect van de kilometerheffing, die in april van kracht is geworden. De cijfers duiden er dus niet op dat de kilometerheffing leidde tot het gevreesde cascade-effect. Maar het zou echt voorbarig zijn om er conclusies uit te trekken. Zelfs wanneer we over de cijfers zullen beschikken van het vierde kwartaal, zullen we dat nog niet kunnen doen. Voor definitieve conclusies zullen wij minstens een jaar moeten wachten”, aldus Lode Verkinderen, secretaris-generaal van TLV.

Volgens hem zijn er twee factoren waarmee men rekening moet houden: de brandstofprijzen stijgen weer en het is niet zeker dat de vervoerders in 2017 de kilometerheffing zullen kunnen doorrekenen. “Wij verwachten dat veel verladers volgend jaar prijzen ‘all-in’ zullen vragen, wat het doorrekenen moeilijker zal maken”, zegt hij.

Daarmee bevestigt hij de vrees die een vooraanstaande wegvervoerder ons enige tijd toevertrouwde. “Wanneer eind dit jaar de nieuwe tenders worden uitgeschreven, zou het mij niet verwonderen dat veel verladers een all-inprijs zullen vragen. Niet meer met de kost van de kilometerheffing apart, maar in de prijzen zelf gecalculeerd. Indien deze transparantie wegvalt, wordt ook de kans kleiner om de kostprijsverhoging te blijven doorrekenen”, waarschuwde hij.

Zwakke thesaurie

Ook Michael Reul, secretaris-generaal van UPTR, waarschuwt voor voorbarige conclusies. “Het ITLB geeft het aantal faillissementen, maar zegt er niet bij hoeveel voertuigen ze vertegenwoordigen. Het kan dus zijn dat het aantal falingen laag is, maar als er veel middelgrote bedrijven bij zijn, zou dat wel kunnen wijzen op een grotere malaise. En dat weten we dus niet”, zegt hij.

Ook zegt hij dat alle economische studies erop wijzen dat de Belgische transportbedrijven al jaren met een structureel probleem zitten: de zwakte van hun thesaurie. “Zij moeten de kilometerheffing onmiddellijk betalen, terwijl ze pas veel later door hun opdrachtgevers worden betaald. Zelfs als zij de heffing voor de volle 100% kunnen doorrekenen – wat weinigen kunnen doen – staan hun liquiditeitsposities onder zware druk”, zegt hij. Die zeer zwakke thesaurie is dus voor veel bedrijven een tikkende tijdbom.

Wallonië

In zijn commentaar over het feit dat dit jaar het aantal falingen in Wallonië opnieuw proportioneel hoger is dan in Vlaanderen, is Reul voorzichtig. “Ook hierover is het te vroeg om conclusies te trekken. Mogelijk heeft dat te maken met het feit dat twee typisch Waalse sectoren – de houtsector en de steengroeven – het zeer moeilijk hebben. Dat zijn sectoren met weinig toegevoegde waarde, zodat de kilometerheffing een grote impact heeft. Maar nogmaals: we moeten eerst over de cijfers van 2017 beschikken, voor we een pertinente analyse kunnen maken”, aldus Reul tot slot.