Symposium veiligheid Schelde: “Beter samenwerken en communiceren"

De Nederlandse en Vlaamse overheden die betrokken zijn bij het scheepvaartverkeer, willen lessen trekken uit de scheepsongevallen met de Jupiter en de Seatrout van afgelopen jaar. Vlottere communicatie is daarin het sleutelwoord.

2017 kende twee uitzonderlijke scheepsongevallen op de Westerschelde: de aan de grond grond gelopen containerreus CSCL Jupiter en een maand later de tanker Seatrout, beide in het nauw van Bath. Het Havenbedrijf Antwerpen en verschillende andere betrokken diensten kwamen vrijdagmiddag in het Antwerpse havenhuis bij elkaar om de ongevallen te evalueren en te kijken wat er beter kan, door van elkaar te leren. Nadia Bos van het agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust, Rob Smeets, directeur nautische operaties havenbedrijf, Martin Oosse van Rijkswaterstaat en Leendert Muller, algemeen directeur Multraship, een van de bedrijven die hielp beide schepen te bergen, schoven nadien aan voor een interview met Flows.

“Communicatie is een belangrijk werkpunt, en daarnaast moet worden onderzocht hoe ver de bevoegdheden reiken van de verschillende betrokkenen: rederijen, overheden en andere”, zegt Rob Smeets. “Dat levert soms dilemma’s op die we hier proberen op te lossen.”

Vanuit de praktijk voert Leendert Muller aan dat permanente evaluatie van scheepvaartongevallen een must is: “De scheepvaart evolueert, de schaalgrootte neemt toe. De Jupiter was de eerste calamiteit ter wereld waarbij een containerschip van die grootte vast voer. Daar moet je lessen uit trekken."

Nadia Bos meent dat er qua samenwerking de laatste jaren al grote stappen zijn gezet. “Daardoor is er nu voldoende openheid om nu samen lessen te kunnen trekken uit die incidenten.”

Wie, wat wanneer

Welke verbeterpunten ziet Muller? “Er moet meer duidelijkheid komen over wie wat wanneer beslist. De verantwoordelijkheden van de verschillende overheden zijn op zo’n moment niet altijd even duidelijk. Niet alleen het nautisch beheer, maar ook de externe veiligheid spelen een rol. Dan komen er plots heel veel partijen bij te pas. Dat kun je beter stroomlijnen.”

Smeets: “Net daarom is een open communicatie zo belangrijk. Daarom willen we betere procedures maken, om minder afhankelijk te zijn van het moment. Al is elk ongeval anders, dus je kunt niet de illusie koesteren dat je waterdichte procedures kunt ontwerpen.”

Blijft de vraag wat gaan de overheden concreet doen als ze die bal toegespeeld krijgen?

 “Duidelijkheid brengen in de verschillende scenario’s en bevoegdheden", zegt Bos. "Dat overleg bestaat momenteel al in de Schelde-directeurenvergadering tussen Vlaanderen en Nederland. Het tweede luik is een juridisch onderzoek naar wat we kunnen opleggen en wat de consequenties zijn als daaraan geen gevolg wordt gegeven.”

Oosse vult aan: “Er is al veel geregeld, daarom is het ook goed dat we vandaag deze eerste ontmoeting hebben en kennis kunnen overdragen. Bevoegdheden waren vandaag een belangrijk thema. Maar bijvoorbeeld ook: wat doe je als een onwillige kapitein treft, zoals bij de Jupiter? Die man wou onze aanwijzingen niet opvolgen. De vraag is: wat zet je daar als overheid tegenover? In het extreemstegeval laat je het schip in beslag nemen onder de wrakkenwet. Maar je moet heel goed afwegen wanneer je naar dergelijke drastische middelen grijpt.”

Overleg uitdiepen 

De vergadering van vrijdagmiddag is een goede eerste aanzet, maar volgende stappen zijn nodig. “In een volgende stap willen we het overleg inhoudelijk verder uitdiepen", zegt Oosse. "Daarom wordt in het najaar verder overleg gepland. Informatiemanagement over de grenzen heen wordt ook een werkpunt.”

Bos beaamt: “Op termijn komt er ook een 'tabletop'-oefening, een simulatie van zo’n scheepvaartongeval om te kijken hoe we het nu zouden aanpakken.”

Smeets: “Je kunt niet bij wijze van oefening weer een containerschip op de kant gaan leggen, natuurlijk.”

Veilige rivier

Ook de oorzaken van de twee opvallende scheepsongevallen werden onder de loep genomen. Smeets: “De Jupiter had een technisch defect, bij de Seatrout zijn twee schepen elkaar te dicht genaderd, waardoor ze elkaar aangezogen hebben en de Seatrout vastvoer.”

Maar in zijn totaliteit is de Westerschelde een veilige rivier, meent het gezelschap. “In 2017 hadden we de pech dat we twee grote calamiteiten kort na elkaar hebben gehad, maar in de voorgaande jaren waren er geen grote scheepsongevallen", zegt Bos.

Smeets valt haar bij: “Jaarlijks zijn er 160.000 scheepsbewegingen, met zo’n 80 incidenten per jaar. Maar ook een aanvaring met een boei of een jacht dat aan de grond loopt, zit in die statistiek. Dan hou je een handvol ernstige incidenten over.”

“De straat oversteken is gevaarlijker", meent Muller.

Quick wins

Ziet het gezelschap ook 'quick wins' om bij toekomstige scheepsongevallen nog sneller te kunnen handelen? 

 “Communicatie, van elkaar weten hoe de lijnen lopen en weten wie welke besluiten neemt, is belangrijk", meent Smeets. "Die oefening hebben we al gemaakt. Het feit dat we elkaar nu wat persoonlijker kennen, helpt ook. Ook de procedures worden verder op punt gezet. Als we nog eens op een onwillige kapitein botsen, weten we meteen welke middelen we in stelling zullen brengen.”

Muller legt ook het operationele luik op tafel: “Wij pleiten voor een aangepaste organisatie van het operationele. In het Verenigd Koninkrijk heb je het sos-repsysteem: een vertegenwoordiger van de regering die de macht heef om snel beslissingen te nemen. Belangrijk is dat het steeds dezelfde mensen zijn die calamiteiten oplossen: dan hou je de ervaring binnen het proces. Als je met drie man kunt oplossen waar nu twintig mensen hun zeg willen doen, dan is het wel duidelijk wat het snelst gaat. Er moet een stabiel, wendbaar team zijn van mensen die het mandaat hebben om beslissingen te nemen in het belang van de veiligheid en de milieuschade. Vandaag liggen belangrijke bevoegdheden bij burgemeesters en gouverneurs, maar die bedoel ik dus niet: ik heb het over mensen die de operationele, nautische kant door en door kennen.”

Voor Oosse moet er dan weer een duidelijker lijn komen in crisiscommunicatie. Smeets lkan hem geruststellen: “Vanuit het Havenbedrijf werken we nu al aan een beter gestroomlijnde crisiscommunicatie. Goede en snelle informatie is een must in dergelijke gevallen.”

Michiel Leen