Renaat Landuyt: “Wij hebben soepelheid die andere havens niet hebben”

Over twee jaar verkiezen we nieuwe gemeentebesturen. Flows maakt een round-up de politieke bazen van de Vlaamse zeehavens. Vandaag spreken we met Renaat Landuyt (Brugge). Hij ziet flexibiliteit als het antwoord op de tegenvallende containertrafiek.

Renaat Landuyt (sp.a) trok na de verkiezingen van 2012 de bevoegdheid haven meteen naar zich toe. Als ex-minister wou hij zijn volle politiek gewicht laten wegen op de uitbouw van Zeebrugge. In een gesprek met Flows evalueert hij zijn keuze positief. Zijn geloof in de toekomst van Zeebrugge is groot.

U koos bij het begin van uw mandaat bewust voor het voorzitterschap van de haven. Vroeger was de CEO ook voorzitter. Waarom die verandering?

“Ik greep eigenlijk bewust terug naar de basisvisie die als sinds 1905 in deze stad bestaat. Die traditie wil dat iedere burgemeester voorzitter is van de zeehaven. Die is onderbroken onder wijlen Frank Van Acker. Zo is er in de geesten toch een grotere scheiding ontstaan tussen de zeehaven en stad. Ik wou die trend ombuigen en de twee weer meer met elkaar verbinden.”

Brugge en Zeebrugge zijn één?

“Dat is een van de hoofdlijnen uit mijn beleid. Het is een eeuwenoude obsessie om de stad uit te bouwen richting zee. Die wens deel ik. Daarom benadruk ik ook zo fel dat we spreken over de ‘Maatschappij van de Brugse Zeehaven’. Het is een vreemd gegeven dat waar vroeger de haven altijd Zeebrugge werd genoemd het nu ‘De haven van Zeebrugge’ is. Zeebrugge is ontstaan als de nieuwe haven van Brugge, waar die stad dan naartoe zou groeien. Er is daar een kleine gemeente ontstaan, niet de stad waar men van droomde. Ik hoop die leefgemeenschap te laten bloeien, maar tegelijk de haven te laten groeien richting stad. Daarom hebben we ook letterlijk de sluis open gezet om opnieuw meer binnenvaart mogelijk te maken langs de Brugse Ring.”

Die ontsluiting langs het water is niet evident voor de Bruggeling?

“Daarom hebben we, samen met de Vlaamse regering een project Stadsvaart, waarbij we opnieuw zwaardere binnenvaart willen toelaten. Dat leek inderdaad in eerste instantie bedreigend voor de Bruggeling. Via een proces van studie, inspraak en projectwerking, groeit het draagvlak bij de bevolking. Ik wil de mensen terug meekrijgen in het verhaal van Brugge-aan-zee. Daarom stond ook ons kunstproject, de Triënnale, tot 2018 in het teken van water. Ik wil heel het draagvlak voor de haven vergroten.”

Kan u na vier jaar bestuur zeggen dat dat lukt?

“Meer dan ik had verwacht. We hebben de hele problematiek van de Ringvaart gekoppeld aan de bekende ergernis over de vaak openstaande bruggen. We hebben door een beter akkoord met de Vlaamse overheid al minder openstaande bruggen. Zo hebben we de problematiek van mobiliteit op het water gekoppeld aan die van mobiliteit op de weg en de verfraaiing van de binnenstad. Die doelstellingen zitten in het project Stadsvaart waar we continu in overleg zijn met de burger. Zo krijgen we het draagvlak om ook de noodzakelijke ingrepen te doen aan de sluis en zo verder. Net omwille van dat draagvlak is het belangrijk dat het schepencollege baas is in het bestuur van de haven. Wij zijn 98% aandeelhouder en kunnen zo de tegenstelling tussen haven- en stadsbeleid opheffen. Alleen zo kunnen we de verankering van de haven tot ver in het binnenland versterken.”

Zwaardere binnenvaart zegt u, net nu de containertrafiek bij jullie in slechte papieren zit.

“Dat zie ik anders. Met die verankering bedoel ik onder meer de goederenstromen richting Roeselare en Kortrijk versterken. Bovendien kozen we al eerder voor een andere strategie voor de haven, nog voor die terugloop in containers. We stelden toen al dat we na de uitbouw moesten kiezen voor de opbouw. In het licht van de nieuwe economie die op ons afkomt moeten we goed nadenken over de invulling van de terreinen die we hebben. Wij zijn een stadshaven met wereldambities die een soepelheid heeft die andere havens niet hebben. Wij kunnen ons ontzettend snel herpositioneren in de wereldmarkt.”

Maar u laat de containers toch ook niet los?

“Ik ben blij dat we de West-Vlaamse vertegenwoordigers in de Vlaamse regering hebben overtuigd om de link te leggen tussen het Saeftinghedok en het optimaal benutten van de beschikbare ruimte in Vlaanderen, specifiek in Zeebrugge. Zo werd het Santiago-akkoord mogelijk. Zo wordt men zachtjes gedwongen om beter en meer duurzaam samen te werken in het licht van zeer grote investeringen. We hopen dat dit tot betere resultaten kan leiden. Maar intussen werken we verder op onze sterktes. We zijn de wereldhaven voor het autovervoer, maar ook de belangrijkste haven voor de UK. Wij zijn dé hub voor Engeland. Al wat ze daar drinken passeert in Zeebrugge. En dan zijn er nog onze energiefaciliteiten. De containersituatie is wat ze is, maar dat vertaalt zich hier niet in negatieve tewerkstelling of negatieve economische groei. Bovendien vraag ik me af wat de verre toekomst van het containergebeuren zal zijn. Wat zal het gevolg zijn van 3D-printen? Producten wordt steeds kleiner: alle iPads van de Benelux kunnen in één schip. Wie weet haalt de realiteit van de kleinheid deze sector heel snel in? Onze wendbaarheid zal een troef zijn, maar daarvoor hebben we dat lokaal draagvlak nodig.”

Dat draagvlak is nodig voor de ontsluiting van uw haven over het water en de weg. Hoever staan die projecten nu in het licht van de verkiezingen van 2018?

“Het blijft realistisch om er van uit te gaan dat de Steenbruggebrug, een van de eerste knooppunten, zal aangepakt worden vanaf 2018. De Dampoortsluis zou in 2020 moeten volgen. Die timing is realistisch dankzij de goede inspraakformule in het project. De oude schrik dat verkeer over het water de stad zal blokkeren of een impact heeft op de schoonheid van de stad verdwijnt. Over de weg zal Brugge een totaal andere mobiliteit kennen in 2018. Dan is de A11 eindelijk klaar en intussen is de expresweg ook klaar. Brugge en Antwerpen raken hiermee nog eens vlotter verbonden. De stad inrijden wordt dan ook anders. Dat is belangrijk voor het Noorden van Brugge, richting haven, dat we ook willen invullen. Daar zal de bouw van het voetbalstadion een belangrijke factor zijn in een dynamiek die stad en haven beter zal verbinden.”

Daarnaast hebben jullie fors ingezet op de cruises?

“Laat me toch eerste het misverstand uit de wereld werken dat we cruises nodig hebben voor het toerisme in de historische stad. Het centrum vraagt niet om nog meer cruisetoeristen. Wij willen de problemen van Venetië niet. Ik zie de rol van onze haven hier vooral als een toeristische poort naar Vlaanderen. Ik zie die cruisetoeristen ook graag vertrekken richting Gent of elders in het binnenland. Als wij inzetten op cruises is het om de hele industrie die zich daar in de haven rond ontwikkelt, want zo’n schip is een serieus dorp dat aanmeert en om diensten vraagt. Ik zie dat de merknaam Brugge hier een enorme troef is. We slaagden er dankzij die naam reeds in om hier een hub te ontwikkelen voor de cruises richting Noorden. Onderschat de impact op het toerisme in Vlaanderen niet. Na de aanslagen van 22 maart kreeg het toerisme overal klappen. Terwijl er maar drie cruises over Brugge zijn afgeblazen. De Amerikanen zijn via Brugge teruggekeerd. Niet onbelangrijk: eind 2017 zal ons nieuw cruisegebouw af zijn, waarmee we er een nieuw landmark zullen bij hebben.”

Wat is de impact van de Brexit voor de haven van Zeebrugge?

“Die is er ontegensprekelijk. Een derde van onze toeristen komt uit de UK en de UK is een belangrijke bestemming van onze haven. Wij weten zeer goed dat de pondgevoeligheid ons parten kan spelen. Maar ik denk tegelijk dat de onderhandelingen rond de Brexit kunnen leiden tot meer heldere verhoudingen. Zuivere economische verhoudingen die niet overschaduwd worden door een politiek project dat de UK toch niet wil. Het hoeft niet negatief te zijn. Want de inwoners van de UK moeten nog altijd eten en drinken en dus bevoorraad worden via Zeebrugge.”

Wordt de ontwikkeling van de haven in 2018 een element in de verkiezingsstrijd?

“Ik denk niet rechtstreeks. De ouderwetse framing kan tegen ons werken. Die framing die zegt het gaat slecht met de containers dus de haven gaat slecht. Terwijl de alle andere activiteiten zo sterk groeien, dat we dat verlies kunnen opvangen. Het hele verhaal van de ontsluiting zal dan min of meer vastliggen. Ervaring leert dat het twaalf jaar duurt om realisaties zichtbaar te maken. Wel, in 2018 zijn niet alle realisaties tastbaar. Ik heb er vrede mee dat misschien iemand anders de lintjes zal knippen. Bij manier van minder ernstig spreken, zullen de verkiezingen hier veeleer gaan over het karakter van de burgemeester dan over beleidskeuzes. De beslissingen rond de ontsluiting zijn genomen en niet meer om te keren. Na dertig jaar grote discussies over het Noorderkanaal zijn we eindelijk vertrokken. Dat zal allemaal pas zichtbaar zijn op het einde van de volgende legislatuur. Ik weet dat ik hiermee een politiek risico nam. Maar wie dan ook dat lintje knipt, ik zal tevreden en trots zijn.”

Wenst u te reageren op dit artikel. Dat kan mits vermelding van uw naam + telefoonnummer op dit adres: opinie@flows.be

Bart Timperman