Onderzoek UA: "Brexit maakt auto 2.744 euro duurder"

Auto's in- en uitvoeren wordt na de brexit fors duurder, blijkt uit een recent masterthesisonderzoek van Universiteit Antwerpen. Een meerkost van 2.744 euro per voertuig is niet denkbeeldig, zegt onderzoekster Liese Vermeiren.

Autohaven Zeebrugge kan zich maar beter schrap zetten. Dat is de teneur van het onderzoek dat onderzoekster Liese Vermeiren voerde in het kader van haar masterproef als handelsingenieur aan de Universiteit Antwerpen. Zij focuste zich op de impact die de verschillende brexitscenario's kunnen hebben op de import en export van nieuwe auto's van en naar het Verenigd Koninkrijk (VK). "Elk jaar passeren er 900.000 auto's in de haven van Zeebrugge richting het VK. De verschillende scenario's hebben elk een ander effect op de totale kosten. De impact van de nakende brexit is nu al te merken, want door de dalende waarde van het Britse pond daalt de koopkracht van de Britse gezinnen en stellen ze de aankoop van een nieuwe wagen vaak uit." 

Export wagens daalt nu al 

Dat hebben ze in Zeebrugge al mogen merken: de export van nieuwe wagens naar het VK is gedaald met 20% over de afgelopen twee jaar. Waar het VK in Zeebrugge in 2017 nog goed was voor een aandeel van 36,45% van de behandelde voertuigen, was dat in 2018 al gedaald tot 31,87% en deze daling was vooral het gevolg van een dalende export. Het verlies van autotrafiek naar het VK in Zeebrugge wordt wel grotendeels gecompenseerd door een stijging van de trafiek naar andere Europese, vooral Scandinavische, bestemmingen.

In 2017 was het VK met 32,1 miljard goed voor 8,4% van alle Belgische export. De import vanuit het VK is goed voor 17,4 miljard en 4,8% van alle Belgische import. Voor de haven van Zeebrugge maakt dit 46% van de totale trafiek uit, voor Antwerpen ‘slechts’ 6,2%. In de export vertegenwoordigt automotive de grootste groep met een waarde van 9,3 miljard en een aandeel van 29,0%. Dat is al een daling tegenover 2016. 

243.695 auto's minder 

De verschillende brexitscenario's brengen ook gevolgen mee voor de kost van in- en uitvoer van wagens. Concreet: “In het geval van een harde brexit wordt verwacht dat de koers van het Britse pond zal zakken tot een 1/1-pariteit met de euro. Dan worden auto’s onder WTO-regels behandeld met een importheffing van 10% voor auto’s en 4,5% voor onderdelen. Dat zou leiden tot een daling van de export met 30% en de import met 20%. De lagere koers zou de Britse auto-industrie bevoordelen, maar de vraag is hoeveel fabrieken er nog zullen blijven. BMW heeft van in het begin aangekondigd zijn Mini-plant naar Nederland te verhuizen. Voor Zeebrugge zou dit tot een volumedaling van 243.695 stuks leiden (op een totaal van 2,9 miljoen). Daarenboven zou de aangehouden voorraad auto’s, om langere leveringstermijnen op te vangen en invoerrechten te vermijden, toenemen in de periode voor 29 maart 2019. Die wagens moeten allemaal gefinancierd en gestockeerd worden. Per voertuig zou dit tot een meerkost van 2.744,35 euro leiden, inclusief de kosten om de douaneaangiftes uit te voeren.”

Canadees scenario? 

In het geval van een vrijhandelsakkoord naar het voorbeeld van het CETA-akkoord met Canada, dalen de importheffingen voor afgewerkte auto’s naar 5%, de administratieve kosten dalen ook met de helft en de vertragingen zijn kleiner, wat leidt tot een kleinere voorraad. De totale extra kost per voertuig daalt dan tot 1.362,87 euro en de volumedaling is dan maar 20% op uitvoer en 10% op invoer, een daling van 76.719 eenheden. Maar dat scenario kan pas in werking treden na jarenlange onderhandelingen. In het geval van een douane-unie zal het effect minimaal zijn, maar ook dat kan pas in voege gaan na een lange onderhandelingsperiode.

Eindhalte Ierland

Volgens Vermeiren bestaat de kans dat bestaande trafieklijnen, vooral dan richting Ierland, veranderen. Door het VK als tussenstop te vermijden, kunnen ook de extra douaneperikelen en toeslagen vermeden worden. Omgekeerd bestaat de kans dat er lijnen richting VK verdwijnen, omdat Groot-Brittannië zich elders in de wereld bevoorraadt en minder via het vasteland. Toch hoeft Zeebrugge volgens Vermeiren niet te hard te wanhopen, omdat het een sterke functie als hub blijft behouden.

Michiel Leen