Groeiachterstand België schuld van transport, e-commerce en horeca

De verbeterde competitiviteit gaf de export door Belgische bedrijven een stevige duw in de rug, zegt het VBO. Toch zorgen transport, handel (e-commerce) en horeca voor een lichte groeiachterstand van ons land.

Naar aanleiding van de verkiezingen wil het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) het belang van de economie en de arbeidsmarkt in de kijker plaatsen. In een nota stelt het dat er belangrijke stappen vooruit zijn gezet inzake competitiviteit en exportmarktaandelen, en dat directe buitenlandse investeringen fors werden aangetrokken. “Maar er blijven ook nog pijnpunten, zoals de zwakke ontwikkeling van de e-commerce in ons land. Het glas is dus halfvol en het goede werk van de voorbije jaren moet in dezelfde richting worden voortgezet”, zegt hoofdeconoom Edward Roosens.

Het VBO ging na in welke mate de maatregelen die het concurrentievermogen verbeteren (indexsprong, taxshift, gematigde loonakkoorden enzovoort), België aantrekkelijker maakte voor directe buitenlandse investeringen. Daarbij komen we tot vier vaststellingen.

Meer export

Tussen 2013 en 2018 is de loonkostenhandicap van Belgische bedrijven ten opzichte van hun concurrenten in Duitsland, Frankrijk en Nederland, verminderd van 16,9% tot nog 11,7%, een verbetering met 5,2 procentpunten.

Die relatieve verbetering van hun competitiviteit hebben Belgische bedrijven in de voorbije vier jaar aangewend om hun producten 3 à 5% scherper te prijzen dan hun concurrenten in Europa of de rest van de wereld. En dat heeft geloond. Nadat ons wereldwijd exportmarktaandeel (in volume) tussen 2008 en 2013 met bijna 7% was gezakt, nam het tussen 2014 en 2018 met bijna 6% toe.

Daarnaast is ons land door de verbeterde competitiviteitspositie ook weer wat aantrekkelijker geworden voor Directe Buitenlandse Investeringen (DBI). Het aantal DBI-projecten nam toe van amper 170 per jaar in 2008-2013 tot ongeveer 220 in 2014-2018, opnieuw op het peil van 2004-2007.

Op het gebied van gecumuleerde economische groei sinds 2008, doet België het verre van slecht (10,5%). Alleen Duitsland doet beter (12,6%). Frankrijk en Nederland lopen iets achter (+10 en +9%). In de voorbije vier jaar zijn Duitsland en Nederland wel sterker gegroeid dan België.

Ondermaatse groei transport

“Hiervoor is één belangrijke verklaring: de ondermaatse groei van de economische activiteit in België in de omvangrijke sectoren van de handel, de transport en de horeca”, stelt Roosens. Samen vertegenwoordigen die drie sectoren 18,5% van het bbp. Hij verwijst naar de toenemende fileproblematiek, de impact van de aanslagen en de te rigide arbeidstijdenwetgeving. Hierdoor misten we de boot van de e-commerce ten voordele van Nederlandse, Duitse en Franse bedrijven net over de grens.

Volgens Roosens is de tragere groei van handel, horeca en transport op zich meer dan verantwoordelijk voor de groeiachterstand van België ten opzichte van die drie buurlanden in 2014-2018 (zie grafiek).

Als men de ontwikkeling van het bbp beschouwt exclusief deze drie sectoren, dan stelt het VBO vast dat de Belgische reële toegevoegde waarde er in alle andere sectoren in totaal met 14,5% is op vooruitgegaan ten opzichte van 2008. Dat is beduidend meer dan in Duitsland (13%), Nederland (10%) en Frankrijk (9%).

Philippe Van Dooren