Aansprakelijkheidsmodellen niet aangepast aan nieuwe transporten

Nieuwe ontwikkelingen op het vlak van autonoom transport, bundeling van goederen en logistieke platforms volgen elkaar in steeds sneller tempo op. Hierdoor zullen onvermijdelijk spanningen ontstaan op het gebied van aansprakelijkheid.

Het Belgisch Instituut voor Transportorganisatoren (BITO) organiseerde woensdag zijn jaarlijks colloquium, deze keer rond de nieuwe vormen van goederentransport, logistiek en transportorganisatie. “Die evolueren steeds sneller en mikken quasi allemaal op het wegnemen van de mens uit de transportmodi – via autonome transportmiddelen – en op een vermindering van de CO2-voetafdruk”, merkt Kris Neyens, manager internationalisering bij VIL, op. Volgens hem zijn de belangrijkste uitdagingen het mee laten evolueren van het regelgevend kader – de regels om testen en demonstraties te organiseren – en vooral van het wetgevend kader. “Doordat de technologie zich zo snel ontwikkelt, ontstaat er een steeds groter spanningsveld”, zegt hij.

Een goed voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van de autonome truck. “Vandaag zitten we op ‘Level 2’, waarbij de chauffeur geassisteerd wordt. Dat is het maximum dat vandaag in Europa wettelijk mogelijk is”, stelt Rudy Vanderperren, van Mercedes-Benz Trucks Belux. “Maar technologisch zijn we al tot veel meer in staat, zoals ons zusterbedrijf Freightliner bewijst in de Verenigde Staten,  waar in sommige staten autonoom rijden al is toegaleten. Wij zouden zeer snel kunnen overschakelen op Level 4, het volledig autonoom rijden met een chauffeur aan boord, die dan wel andere taken op zich neemt.”

Ook in binnenvaart

Dat spanningsveld tussen regelgeving en wetgeving is ook in de binnenvaart te merken. Ann-Sophie Pauwelyn, projectmanager Smart Shipping bij de Vlaamse Waterweg, benadrukt dat het kader voor de testen met onbemande vaartuigen sinds begin vorig jaar bestaat en dat de voorwaarden goed zijn omschreven. “Binnenkort start een test met een autonoom schip voor zandtransport op de IJzer”, zegt ze. Maar om daadwerkelijk tot autonoom varen over te gaan, werkt de wetgeving vandaag nog te beperkend. Overleg hierover is binnen de rijnvaartorganisatie CCNR bezig.

“Niet alleen de technologie evolueert snel, ook de organisatie van de transporten evolueert zeer snel. Transport was tot nu toe een keten. Vandaag vervaagt dat principe en evolueren we naar netwerken, waarbij verladers en vervoerders samenwerken met nieuwe, andere spelers en waarbij de middelen meer gedeeld worden. De digitalisering maakt de ‘matches’ tussen die actoren veel beter”, stelt Nanne Schriek van de Nederlandse verladersorganisatie Evofenedex.

Volgens hem hebben bundelingsinitiatieven zoals Compose van Evofenedex vandaag een grotere kans tot slagen dan eerdere projecten omdat men nu meer dan vroeger rekening houdt met de bedrijfsculturen en met psychosociale factoren. “Wij hebben de tijd mee. En de jongere generatie is opgegroeid in de deeleconomie.”

Aansprakelijkheidsmodellen

“Autonoom transport, de deeleconomie en de platformlogistiek vormen echter enorme juridische uitdagingen”, analyseert prof. Wouter Verheyen (UAntwerpen). In de traditionele keten hebben we een afzender, een vervoerder (eventueel een ondervervoerder) en een geadresseerde. Hierbij geldt de ketenaansprakelijkheid: de vervoerder is aansprakelijk voor alles wat onder hem gebeurt. We evolueren naar een totaal andere situatie, waarbij er nieuwe actoren ontstaan: hoger in de keten orchestleiders die de stromen van verschillende verladers bundelen, en naar beneden toe nieuwe spelers, zoals deelplatformen, crowddiensten zoals fietskoeriers, ICT-providers en platoondeelnemers”.

“De aansprakelijkheidsmodellen zijn dus niet aangepast aan autonoom vervoer, deellogistiek en platformlogistiek”, stelt Verheyen. “De aansprakelijkheid voor aangestelden en ondergeschikten kan in deellogistiek zelfs leiden tot een sterke toename van de aansprakelijkheid. En een bijkomend probleem is dat niet alleen de aansprakelijkheid toeneemt, maar ook dat de onzekerheid over de omvang van de aansprakelijkheid groter wordt.”

Philippe Van Dooren