Belgisch wegvervoer blijft voortsukkelen

Het wegvervoer in België deed het in het tweede kwartaal iets beter. De nationale vervoersactiviteit steeg wat, maar internationaal is opnieuw een lichte daling geregistreerd. Door de kilometerheffing blijft het echter dweilen met de kraan open.

Dat stelt marktobservator ITLB vast met de conjunctuurenquête voor het tweede kwartaal van 2016. Het instituut hierbij de techniek van de ‘gewogen saldo’s’. Dat is het verschil tussen het aantal ondernemingen (in percent) dat een stijging signaleert en het aantal (in percent) dat een daling noteert in vergelijking met het voorgaande kwartaal.

Nationaal vervoer

In het nationaal vervoer bedraagt het gewogen saldo +1,4% (tegen -7,6% in voorgaand kwartaal en +0,3% in het tweede kwartaal van 2015)

Drie kwart van de bedrijven signaleerde een status-quo van de vervoersactiviteit in vergelijking met het voorgaande kwartaal, maar bij de rest is het aantal dat op een stijging wijst in de meerderheid: 15,3% duidt een verhoging aan en 9,5% een verlaging.

Internationaal vervoer

In het internationaal vervoer is er nog geen sprake van herstel, al vlakt de daling af. Het gewogen saldo voor het tweede kwartaal is -0,1% een kwartaal eerder was dat nog -13,2% en een jaar eerder -2,1%.

Gevraagd naar de bestemmingslanden van de Belgische vervoerondernemingen blijft men meestal bij onze buurlanden, vooral Frankrijk. Daarnaast worden Spanje, Italië, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk meermaals vermeld.

“Aangezien Frankrijk een belangrijk land is voor veel Belgische vervoerders is het niet verbazingwekkend dat de wet Macron niet unaniem met gejuich onthaald wordt. Het zorgt andermaal voor nieuwe kosten en we hebben er nieuwe administratieve rompslomp bij”, meldden sommige vervoerders aan de onderzoekers van het ITLB.

Kostprijs gestegen

“Na de invoering van de kilometerheffing zal het allicht weinigen verwonderen dat de kostprijs gestegen is”, stellen ze verder ook vast. Het gewogen saldo van de antwoorden bedraagt +24,4 % in het nationaal vervoer (+4,4% een kwartaal terug) en +17,2% in het internationaal vervoer (tegenover +2% in het kwartaal ervoor).

Ook de vrachtprijs is in veel bedrijven naar boven toe aangepast. Het gewogen saldo van de antwoorden bedraagt +20,3 % in het nationaal vervoer en +14,2% in het internationaal vervoer (in het kwartaal ervoor bedroegen de saldi respectievelijk +0,8% en -0,5%). 

Dweilen met de kraan open

“Veel vervoerders hebben dan wel hun vrachtprijs kunnen verhogen maar voor veel bedrijven voelt het aan als dweilen met de kraan open. In het nationaal vervoer deelt gemiddeld 92,5% van de bedrijven mee dat het om een stijging van meer dan 4% gaat. Het aantal bedrijven dat een stijging van de vrachtprijs van meer dan 4% kon doorvoeren, was echter een pak minder (49,7%)”, aldus de onderzoekers.

“Vóór de invoering van de kilometerheffing is de noodzaak om de kosten voor de volle 100% door te rekenen uitvoerig in de verf gezet, maar veel vervoerbedrijven kampen nu met de grenzen van de realiteit in de concurrentiestrijd met vervoerbedrijven die de heffing niet of slechts gedeeltelijk doorrekenen”, klinkt het verder. 

Personeel

De personeelsbestanden van de chauffeurs en van de bedienden zijn iets gestegen, terwijl dat van de niet-rijdende arbeiders op hetzelfde peil gebleven is in vergelijking met het voorgaand kwartaal. Een op vijf vervoerondernemingen signaleert een vacature met betrekking tot de chauffeurs en de bedienden. Bij de niet-rijdende arbeiders zijn er daarentegen zeer weinig jobs vrij.

Nog steeds wordt vastgesteld dat voor veel vervoerders vooral de zoektocht naar bekwame chauffeurs moeizaam verloopt. “Sommigen stellen vast dat de flexibele werkuren, het fileleed en het netwerk van regels veel kandidaten flink afschrikt. Een goede talenkennis is een troef voor een chauffeur, maar die is in realiteit vaak onvoldoende aanwezig”, aldus de onderzoekers.

Liquiditeitsproblemen

Gemiddeld een op de tien vervoerondernemingen signaleert liquiditeitsproblemen (10,5% in vergelijking met 16,8% in voorgaand kwartaal). “Behalve de bekende problematiek met betrekking tot de laattijdige betalingen van opdrachtgevers stippen sommige vervoerders de voorfinanciering van de kilometerheffing aan als een bijkomend probleem”, aldus het ITLB.

Het uitstel van betaling dat door bedrijven aan opdrachtgevers wordt toegestaan bedraagt gemiddeld 43 dagen, terwijl ze in praktijk gemiddeld tien dagen langer moeten wachten op de betaling.

Bijna 30% van de vervoerders verklaart een investering doorgevoerd te hebben in de loop van het kwartaal, waarbij het in bijna 62% van de gevallen om een vervanging gaat.