Zomer: met schipper Patrick (PortConnect) van Zeebrugge naar Antwerpen

In onze zomerreeks gaat onze redactie mee op pad met verschillende vervoersmodi. Vandaag varen we met Patrick Verheyen de Schelde op van Zeebrugge naar Antwerpen. Met zijn estuaire barge ‘Polybotes’ vervoert hij voor operator PortConnect containers.

“Zie ik de lichtjes van de Schelde …”, zingt Patrick Verheyen (54). De eerste Antwerpse havenkranen doemen op na nauwelijks vijf uren ‘opvaren’ van bij PSA Zeebrugge, dankzij de ‘voorstroom’ van het opkomende tij. De lading van 1.200 ton containers is ruim op tijd.

Toegegeven: op de kade van het Wielingendok hield ik even mijn hart vast toen mijn wagen door de lucht zweefde. “Geen probleem, wij zijn het gewoon om onze auto’s op het dek te zetten”, zegt Patrick. “Mijn vader en grootvader waren schippers en mijn zus ook. Na de Hogere Zeevaartschool voer ik als officier de wereld rond voor de baggersector en vrachtrederijen. Later koos ik ervoor om dat als gezin te doen met mijn vrouw Dianne Trog en onze zonen. Matthias (21) studeerde intussen met succes af voor binnenschipper aan de Antwerpse scheepvaartschool Cenflumarin en specialiseert zich nu verder in de estuaire vaart. Nicolai (19) studeert weliswaar informatica maar springt graag in als jobstudent. Benedendeks hebben we een perfect appartement met ook ruimtes voor matrozen.”

Hoog boven het water

Met de toenemende containertrafiek en aandacht voor multimodaal vervoer, is er veel vraag naar de diensten van operator PortConnect. Die joint venture van het Zeebrugse havenbestuur MBZ en Group Decloedt versterkte begin mei zijn vloot tot vijf schepen. “Die zijn specifiek geschikt voor het estuarium (mondingsgebied) van de Schelde, grote rivieren en kanalen. De ‘Polybotes’ – vernoemd naar een Griekse mythologische reus – is 110 meter lang en dateert van 2004. Dat oorspronkelijke roroschip werd dit voorjaar omgebouwd naar een maximaal open ruim voor 200 teu.”

Voor een ideaal uitzicht over het schip en de omgeving, stuwt Patrick de stuurhut hydraulisch tot elf meter hoogte. Aan de dienst Scheepvaartbegeleiding vraagt hij de toestemming om “Kaai 140 te verlaten, met bestemming Antwerpen" en meldt hij dat "25 decimeter diepgang en vijf personen zonder symptomen van corona.” Van zodra het inkomende roroschip ‘Victoria Highway’ passeert, kiezen we het zeegat. Op deze zonnige, niet te warme zomerdag, hebben we een ideaal zicht. Met weinig wind glijden we langs Knokke-Heist, het Zwin, Cadzand en Breskens.

Geen stuurwiel

Tot mijn verwondering hoor en voel ik geen motor dreunen. “Dit is een zeer rustig schip met een heel goede geluidsisolatie. Tegenwoordig zijn er strenge normen voor het welzijn van de bemanning. Bovendien ‘spoelt’ het opkomende tij ons naar Antwerpen. Daardoor draaien de twee motoren op minder dan 30% van hun vermogen”, zegt Patrick, terwijl het vlot aanwijst waar we bij alarm moeten verzamelen.

Ik mis een klassiek stuurwiel. “Alles gebeurt nu met een kleine stuurknuppel en op automatische piloot. Het pad naar onze bestemming bepalen we op voorhand in het krachtige informatica- en communicatiesysteem. Dat houdt onze positie en prestaties in de gaten maar waarschuwt ook voor andere schepen of obstakels. Toch moeten we altijd manueel kunnen overnemen. Wist je dat de eisen inzake noodbesturing voor de Rijnvaart strenger zijn dan voor de zeevaart? In een nauwe rivierbedding heb je minder uitwijkmogelijkheden dan op volle zee.”

Duitsers eisten schip op

“Ondanks alle technologie, is de bepalende schakel in de ketting nog altijd de mens”, benadrukt Patrick. Dat blijkt wanneer een zeilboot aanstalten maakt om ons pad te kruisen. Patrick neemt over de radio contact en de zeilers sturen meteen bij. “Een van de basisregels is dat beroepsvaart altijd voorrang heeft op pleziervaart.”

We passeren bekende locaties: het sluizencomplex van Terneuzen, de radartoren van Hansweert, de kerncentrales van Borsele en Doel en het verdronken land van Saeftinghe. “Daar is Ossenisse”, duidt Patrick aan. Ik krijg een koude rilling: de naam Ossenisse kennen we in onze familie. Daar werd in 1939 mijn grootvader op een rijnaak gezet naar zes jaar krijgsgevangenschap in Duitsland. Misschien was de schipper wel Patricks grootvader? “Wie weet … Gedurende de oorlog werd hij met zijn schip inderdaad door de Duitsers opgevorderd. Gaandeweg leerde hij alsmaar beter opdrachten te ‘saboteren’ maar het was voor hem zeker geen plezante periode.”

Stap opzij voor containerreus

Hoe dichter bij Antwerpen, hoe smaller en drukker de rivier wordt. Tot voorbij halverwege profiteerden we van minder diepe ‘nevenpaden’ tussen zandbanken maar nu moeten we ook het slingerende ‘hoofdpad’ nemen. We worden op de hielen gezeten door de ‘HMM Garam’, een 366 meter lange containerreus van 15.300 teu. Hoewel onze ‘Polybotes’ allesbehalve een roeibootje is, kijken we letterlijk omhoog.

“Ondanks hun afmetingen varen zulke oceaanreuzen zeer snel maar kunnen ze ook moeilijk afremmen. Ik laat over de radio aan de loods weten dat we een stapje opzij gaan om hen te laten passeren. Hier bij de bocht van Bath is extra voorzichtigheid geboden. Bijvoorbeeld de grootste schepen mogen alleen op rechte trajecten kruisen. De kapitein van een ander zeeschip achter ons liet net weten dat ze niet gehaast zijn en achter ons zullen blijven.”

Ondergaande zon

We bewonderen het spektakel van de slepers die de ‘HMM Garam’ voor de PSA Noordzee Terminal komen halen. Een half uur later legt Patrick boterzacht aan – “dankzij de camera’s zie ik permanent alle hoeken van het schip” – en takelt mijn wagen op de kade bij de Berendrechtsluis.

“Pas morgenvroeg hebben we onze laadbeurt in het Deurganckdok. We gaan ons nu iets verderop met de spudpalen vastzetten voor de nacht. Het wordt een mooie avond bij de ondergaande zon.” Ik ben er zeker van: door Patricks aderen stroomt geen bloed maar water.

Roel Jacobus