West-Vlaanderen wil mariene industrie als speerpuntcluster erkend zien

De provincie West-Vlaanderen wil samen met een aantal relevante actoren dat de ‘Blue Growth’ of mariene industrie als speerpuntcluster erkend wordt. Eind dit jaar krijgen vijf dergelijke clusters een werkingsbudget van de Vlaamse overheid.

Het verzoekschrift van de provincie West-Vlaanderen wordt mee ondersteund door bedrijven, universiteiten en socio-economische actoren als DEME, Jan De Nul, Sioen Industries, DotOcean, Flanders’Maritime Cluster, Belgian Offshore Cluster, Haven van Oostende, UGent, Sirris, VLIZ, de Fabriek van de Toekomst Blue Energy (POM West-Vlaanderen), Voka en UNIZO. De ondertekening vond gisteren in Oostende plaats. De kusthaven werpt zich op als hub voor de ‘Blue Energy Business’.

“De ‘blauwe’ cluster die we hiermee in Vlaanderen willen verankeren, zal de krachten bundelen op het vlak van communicatie, innovatie en export”, zegt Jean de Bethune, gedeputeerde voor Economie van de provincie West-Vlaanderen.

Volgens DEME-topman Alain Bernard vertegenwoordigt de Vlaamse mariene en maritieme industrie een directe toegevoegde waarde voor de Vlaamse economie van 26 miljard euro. De sector biedt werk aan 46.000 mensen op voltijdse basis. Bernard is ervan overtuigd dat Vlaanderen binnen het Europese blauwe groeiverhaal een koppositie kan verwerven en een topspeler kan worden en blijven op de internationale markt.

Engagementen

Om de ‘blauwe economie’ verder de kunnen uitbouwen vragen de verschillende actoren aan de Vlaamse overheid concrete engagementen met betrekking tot zowel de definitieve toekenning van de middelen voor de financiering van de golftank met golf-, getij- en windgeneratie als voor de realisatie van een investeringsplan voor Blue Growth, meer bepaald voor testfaciliteiten on-, near- en offshore.

Tot slot willen ze een versnelde aanpak van de ontwikkeling en ontsluiting van de haven van Zeebrugge in het kader van het masterplan Vlaamse Baaien.

Speerpuntcluster

Aan de erkenning als speerpuntcluster hangt een jaarlijks werkingsbudget van de Vlaamse overheid vast van maximaal 500.000 euro voor een periode die tien jaar kan duren. Elke cluster apart kan bovendien nog rekenen op een extra budget voor onderzoeksprojecten.

De betrokken bedrijven moeten vragende partij zijn om samen te werken met andere bedrijven, kenniscentra en overheden. Ze moeten zelf de helft van de kostprijs van de projecten financieren.

Gezien de belangrijke ondersteuning door de Vlaamse overheid, zijn er wel meer sectoren die interesse tonen om als speerpuntcluster erkend te worden. Tot de grootste kanshebbers voor de vijf erkenningen worden alvast de chemie/farma (Fisch), het Strategisch Initiatief Materialen (SIM), de logistiek (VIL) en de agro/voedingssector (Flanders’Food) gerekend.

Met de ‘blauwe economie’, waarvan de haven van Oostende haar eigen speerpunt wil maken, komt daar dus nog een sterke kandidaat bij. De selectie moet tegen eind dit jaar gebeuren. De speerpuntclusters zullen de elf innovatieplatformen vervangen die worden stopgezet. Drie daarvan – Fisch, VIL en SIM – hebben als enige nog een jaar verlenging gekregen.