Vlaamse havens doen het samen beter dan in 2008

Nooit behandelden de vier Vlaamse zeehavens samen meer maritieme trafiek dan vorig jaar. Maar ze droegen niet allemaal gelijk bij tot het nieuw record. Antwerpen klom hoog, Oostende viel diep.

Vorig jaar behandelden Antwerpen, Gent, Oostende en Zeebrugge (volgens nog deels voorlopige cijfers) samen meer dan 269 miljoen ton maritieme lading. Dat is ruim 2 miljoen ton meer dan de bijna 267 miljoen ton die de vier havens optekenden in 2008. Dat was het eindpunt van een steile klim die hen op vier jaar tijd liefst 50 miljoen ton extra maritieme overslag had opgeleverd (in 2004 stond de gezamenlijke teller nog op bijna 217 miljoen ton.

Antwerpen piekte in 2008 op 189,42 miljoen ton (een record dat pas in 2013 voor het eerst licht verbeterd werd tot 190,97 miljoen ton). Gent haalde 27,03 miljoen ton (en zou in 2010 nog iets beter doen met 27,26 miljoen ton). Oostende zat op zijn hoogste peil ooit met 8,48 miljoen ton. Zeebrugge laste een kleine adempauze in met 42,02 miljoen ton (maar zou daarna nog doorstomen naar 49,60 miljoen ton in 2010).

Crisis

Daarna sloeg de crisis in alle hevigheid toe. Eind 2009 stond voor de vier havens samen nog 229 miljoen ton op het bord. De beste tussentijdse prestatie werd in 2011 geleverd met 265 miljoen ton.

Het record van 2008 hield uiteindelijk zes jaar stand. Dat het in 2014 sneuvelde, is vooral de verdienste van Antwerpen. De Scheldehaven laadde en loste vorig jaar bijna 199 miljoen ton en deed daarmee bijna 10 miljoen ton beter deed dan in 2008. Ook Zeebrugge ging er ten opzichte van dat jaar nog licht op vooruit, al valt het resultaat voor 2014 met 43 miljoen ton een pak lager uit dan dat van 2010. Gent zit met 26 miljoen ton iets onder het peil van 2008.

De zwaarst getroffen haven is Oostende. Op zes jaar tijd verloor de kusthaven meer dan 7 miljoen ton of ongeveer 85% van het volume van 2008.