Verrassende (lijst) alternatieven voor Saeftinghedok

De Vlaamse overheid heeft de opties voor extra containercapaciteit in Antwerpen in kaart gebracht. Enkele worden als ‘onredelijk’ afgevoerd. Andere, zoals een uitbreiding van de Noordzeeterminal, lijken haalbaar, ook als het Saeftinghedok er komt.

In het raam van de onderzoeksfase die de Vlaamse regering vorig jaar al opstartte, ligt sinds gisteren een ‘Alternatievenonderzoeksnota’ op tafel.

Daarin worden alle zones in kaart gebracht die - naast het door het Havenbedrijf nagestreefde Saeftinghedok - in aanmerking zouden kunnen komen voor de verdere uitbouw van de containerbehandelingscapaciteit in het Antwerpse havengebied tot 2030. Daar gaan ook de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen voor logistiek en industrie en de multimodale aansluiting op het hoofdnet mee gepaard.

Vlaanderen volgt daarbij de procedure voor ‘complexe projecten’, waarin ruime participatie van alle betrokken partijen en publieke consultatie centraal staan.

Voor én achter de sluizen

In de procesnota wordt de totale capaciteitsvraag voor containerbehandeling in Antwerpen tegen 2030 (maritiem + binnenvaart) geraamd op 18 à 21 miljoen teu. Om dat cijfer te bereiken en die volumes zonder congestie te kunnen verwerken, moet 4,6 à 7,6 miljoen teu aan extra capaciteit gecreëerd worden.

De onderzoeksnota onderstreept dat “er een toekomst blijft voor containerbehandeling achter de sluizen” voor nichespelers en in nichetrafieken. Die zijn dit jaar nog steeds goed voor zowat 14% van de totale containeroverslag.

Het gros van de containertrafiek via zee- en binnenvaart vindt voortaan echter voor de sluizen plaats.

Redelijk of onredelijk

Een eerste participatieronde dit najaar leverde een rist nieuwe alternatieven op die opgenomen zijn in de pas gepubliceerde nota. Die alternatieven worden ingedeeld in ‘redelijke’ en ‘onredelijke’ projecten.

Het onderscheid wordt gemaakt op basis van criteria zoals: voldoende kaaimuurlengte (minimaal 1.400 meter om drie schepen van 400 meter gelijktijdig te kunnen behandelen), vlotte nautische toegankelijkheid, toereikende terreinoppervlakte en terreindiepte (circa 500 meter is ‘optimaal’), plaats voor een opslag, onderhoud en herstelling van containers, mogelijkheid tot multimodale aansluiting, enzovoort.

Saeftinghedok en Noordzeeterminal

Voor de eventuele uitbouw van een Saeftinghedok wordt een aantal varianten naar voor geschoven. In een ervan wordt enkel de zuidzijde ontwikkeld in plaats van twee op zichzelf functionerende installaties aan beide kanten van het nieuw te graven getijdendok. Nog een andere houdt rekening met het (gedeeltelijke) behoud van de dorpskern van Doel.

Elders op Linkeroever kan gedacht worden aan bijkomende behandelingscapaciteit op een rivierterminal ten noorden van het Deurganckdok of op nieuwe installaties in de Waaslandhaven, achter de sluizen.

Op rechteroever staat, naast de zuidelijke uitbreiding van de Europaterminal, ook de aanleg van een nieuw insteekdok ten noorden van de Zandvlietsluis (foto) vermeld. Dat zou het mogelijk maken om de Noordzeeterminal gevoelig uit te breiden.

Het is een van de opties die aangeven waar Antwerpen op termijn binnen zijn havengrenzen nog ruimte zou kunnen vinden voor een verdere groei in de containersector, ook al krijgt het Saeftinghedok als voorkeursoplossing toch groen licht.

Als niet-infrastructureel alternatief wordt “het gebruik van innovatieve stackingsystemen om de capaciteit van de bestaande terminals aan Deurganckdok, Noordzeeterminal en Europaterminal te verhogen” naar voor geschoven.

Kanaaldok onder getij

Er werden in de partipatieronde blijkbaar ook wildere ideeën gespuid, die in de nota als onredelijk worden afgedaan.

Het gaat op infrastructureel vlak onder meer om

  • het met elkaar verbinden van de Noordzee- en Europaterminals, waardoor de Zandvliet- en Berendrechtsluis zouden komen te verdwijnen;
  • het onder getij brengen van een deel van het Kanaaldok, waarvoor de twee vermelde sluizen eveneens zouden moeten verdwijnen, twee nieuwe binnenvaartsluizen zouden moeten worden aangelegd, kaaimuren en waterdiepte in de dokken verdiept zouden moeten worden, met hoge kosten en hinder voor bestaande activiteiten tot gevolg;
  • de bouw van een insteekdok ten zuiden van de Europaterminal, wat een herconfiguratie van de Scheldelaan zou vereisen en waarvoor industriële installaties zouden moeten wijken;
  • de stroomafwaartse uitbreiding van de Noordzeeterminal in de Schelde;
  • de uitbreiding van het sluizencomplex Zandvliet/Berendrecht met een derde zeesluis om het Deurganckdok opnieuw in te zetten voor grootschalige containerbehandeling.

Zeebrugge geen alternatief

De nota herhaalt de bevinding van een een eerder rapport dat “de inschakeling van extra containerbehandelingscapaciteit in Zeebrugge geen oplossing is voor het capaciteitstekort in Antwerpen”. Ze voegt eraan toe dat “de containerstromen in Antwerpen volstrekt anders zijn dan in Zeebrugge".

Ook andere havengebieden komen niet in aanmerking.

Publieke consultatie

Over het hele dossier vindt van 9 december tot 18 januari een publieke consultatieronde plaats. Op woensdag 14 december kunnen geïnteresseerden met al hun vragen terecht op de informatiemarkt in het Sluisgebouw van Kallo. Wie wil, kan tot 18 januari 2017 zelf ook bijkomende voorstellen indienen.

Jean-Louis Vandevoorde

Reageren? Mail met naam en adres naar opinie@Flows.be. Reacties kunnen gepubliceerd worden.