Strijdbijl begraven in Rotterdamse containersector

In de Rotterdamse containersector is een akkoord over werkzekerheid bereikt dat een einde moet stellen aan een conflict dat maandenlang sluimerde en af en toe opflakkerde. De bonden gaan het akkoord nu aan hun achterban voorleggen.

Aanleiding voor het conflict was de vrees van de havenarbeidersbonden dat de verschuivingen in de containersector, met de ingebruikname van de nieuwe terminals aan de Tweede Maasvlakte, de toenemende automatisering en een door overcapaciteit gekenmerkte markt zich zou vertalen in zware druk op de loon- en werkomstandigheden en op de tewerkstelling. Zij eisten garanties inzake werkzekerheid. Vanaf eind vorig jaar voerden zij de druk op. Begin dit jaar kwam het even tot een staking.

De onderhandelingen onder bemiddeling van het Havenbedrijf Rotterdam verliepen moeizaam, maar uiteindelijk is gisteren toch een vergelijk uit de bus gekomen dat de lont definitief uit het kruidvat van de containerbehandeling moet halen.

Zes terminaloperatoren en sjorbedrijven (ECT, APMT, Rotterdam World Gateway, Matrans Marine Services, International Lashing Service en Unilash), twee bonden (FNV Havens en CNV Vakmensen) en het Havenbedrijf zelf hebben hun handtekening onder het akkoord gezet. Zij stellen samen ruim 3.700 mensen tewerk.

Uniport en RST, die niet op de Maasvlakte zitten, hielden zich afzijdig. Zij “kunnen” de gemaakte afspraken “overnemen in een afzonderlijke overeenkomst met een aparte financieringsafspraak”. Of dit ook zal gebeuren, is nog de vraag.

RPS

Het akkoord voorziet in hoofdlijnen in werkgarantie tot 1 juli 2020 (voor havenarbeiders die per 1 januari 2015 al vast in dienst waren), een uitbreiding van de regeling van vervroegd pensioen voor zestigplussers en een “maatwerkoplossing” voor de 120 resterende medewerkers van de havenarbeiderspool RPS (Rotterdam Port Services).

Dat laatste punt is het grootste verschil met het ontwerpakkoord dat rond de jaarwisseling al op tafel lag. RPS, dat uitzendwerk verricht voor met name containerbedrijven, stevent op een faillissement af. De vakbonden stonden er op dat er een oplossing zou komen voor de medewerkers van die pool.

Opschortende voorwaarden

De containerterminals hebben zich ook ingedekt tegen een (heel zware) ommekeer in de markt. “Partijen kunnen geen rechten meer ontlenen aan de in deze overeenkomst opgenomen werkgelegenheidsgarantie en de voorziene maatregelen indien gedurende twee opeenvolgende jaren het in Rotterdam overgeslagen totale containervolume in teu een daling vertoont van minimaal 5% ten opzichte van het volume in 2014”, staat in het akkoord.

“De afgelopen periode is gebleken dat groei in de containersector verre van vanzelfsprekend is. Vorig jaar daalde de overslag van containers in Rotterdam 0,5%. Het afgelopen halfjaar waren de cijfers ook negatief. Dit zet de hiervoor genoemde werkzekerheidsgarantie van vier jaar in een ander licht dan een halfjaar geleden. Het is ongekend dat vakbonden en bedrijven erin geslaagd zijn deze afspraak te maken terwijl de markt zo onder druk staat”, zegt een persbericht daarover.

Aan het akkoord zijn ook twee andere opschortende voorwaarden verbonden: de Nederlandse concurrentiewaakhond ACM (Autoriteit Consument & Markt) moet een positief oordeel vellen over de tekst en het bereikte financieringsmodel moet verenigbaar blijken met het EU-staatssteunrecht.

Aan het akkoord hangt een prijskaartje “in de ordegrootte van 20 tot 30 miljoen”. Over de financiering daarvan hebben de betrokken ondernemingen en het Havenbedrijf “onderlinge afspraken” gemaakt.

Ja, maar…

De vakbonden gaan, ondanks bedenkingen bij een aantal aspecten, het bereikte onderhandelingsresultaat met een positief advies voorleggen aan hun achterban. De uitslag van die consultatie zal even op zich laten wagen. “Vanwege de vakantieperiode duurt het tot de tweede helft van augustus voor de ledenraadplegingen kunnen worden afgerond”, klinkt het.