Rob Harrison: "Nachtopening werkt goed, maar anderen moeten volgen"

Transporteurs die gebruik maken van de nachtopening van de containerterminals aan het Deurganckdok zijn tevreden. Rob Harrison bevestigt de goede cijfers. Maar dat niet alle terminals en depots ’s nachts open zijn, blijft een doorn in het oog.

Sinds iets meer dan een jaar zijn de terminals van DP World en van MPET/PSA Antwerp 24/5 toegankelijk. "We merken dat een toenemend aantal vervoerders inspeelt op de mogelijkheden die deze nachtelijke operaties bieden", zegt Rob Harrison, CEO van DP World Antwerp. "Zo’n 300 containers per nacht worden bij ons afgeleverd. Dat is nu 12 à 15% van de dagelijkse volumes. De intelligente transporteurs maken dus gebruik van het systeem."

Wel voegt hij daar aan toe dat het systeem beter zou aanslaan als ook de andere terminals van PSA en een aantal depots ook ’s nachts zouden opengaan. "De anderen moeten volgen. Als dat gebeurt, kunnen de transporteurs beter opdrachten combineren, wat de nachttransporten zou stimuleren".

Hij zit op dat punt op eenzelfde lijn als vijf grote transporteurs die in een gemeenschappelijke brief vroegen dat de mogelijkheid om ’s nachts te werken, structureel wordt uitgebreid. "Drie terminals en zeven depots bieden nog geen mogelijkheid om ‘s nachts te werken. Dat beperkt de mogelijkheden en werkt zelfs contraproductief", stelden ze. "Als de depots ’s nachts dicht blijven en we kunnen nergens terecht voor ons leeggoed, dan zijn we verplicht om toch overdag te rijden."

Verladers moeten meewillen

Ook de geringe bereidwilligheid van de verladers en de industrie mee te gaan in het systeem, vertraagt het succes van het initiatief. "Wij hebben nu al 23 combinaties die ’s nachts rijden. Maar wat voor nut heeft het om de uren die we winnen door niet in de file te staan te verliezen door voor de gesloten poort van een bedrijf te staan", zegt Yves Haud’huyze, COO van Groep Joosen, een van de ondertekenaars van de open brief.

Ook andere transporteurs maken toenemend gebruik van de mogelijkheden die de nachtelijke opening biedt. Er zijn steeds meer nachtelijke pendeldiensten tussen de haven en het hinterland. Zo opende Van Moer een nachthub in Arendonk langs de E34 om containers tijdens de filevrije uren te verplaatsen en van daaruit overdag verder te trucken. Ook Be-Trans organiseert nachtafhalingen van containers op de linkeroever. De dozen gaan dan ofwel naar het depot van Routa/Van Laer op de linkeroever, vanwaar ze verder internationaal worden vervoerd, ofwel naar de eigen vestiging in Geel. Steeds meer transporteurs rijden 's nachts en het vinden van chauffeurs die bereid zijn dat te doen, blijkt geen probleem.

Druk overdag

Deze initiatieven verlichten de druk overdag. Toch kunnen er nog steeds wachttijden ontstaan die langer zijn dan normaal. Zo schreef Maarten Lippens van Transmeer aan zijn collega’s om hen aan te moedigen om daar tegen te protesteren. "Die wachttijden zorgen voor meer chauffeurskosten, demotivatie en overtredingen van de rij- en rusttijden", stelt hij. "En het wordt moeilijk om een tweede rit in te plannen". Volgens hem is de situatie even erg geworden als een jaar geleden.

Maar dat ontkent Harrison ten stelligste. "Vorige week zijn er inderdaad enkele grote pieken geweest tijdens drie dagen. Mei is de drukste maand ooit geweest. Maar in tegenstelling tot een jaar geleden ging het niet om een structureel probleem. Er waren genoeg dokwerkers en materieel. Het was gewoon uitzonderlijk druk en de situatie is overigens zeer snel genormaliseerd. Het maakt me dus kwaad als sommige vervoerders zeggen dat de situatie verslechtert, want dat is niet het geval. Dit was géén structureel probleem, ik herhaal het", zegt hij vastberaden.

"Die vervoerders zouden eigenlijk kwaad moeten worden op hun minister van Mobiliteit, die de congestie op de wegen maar laat betijen. De toestand op de wegen in Antwerpen is chaotisch en er wordt niets aan gedaan. Dat is de écht grote schande. Daartegen moeten ze heviger protesteren", zegt hij tot slot.

Philippe Van Dooren