Rederijen zien alleen Saeftinghedok zitten

Als het van de scheepvaartsector zelf afhangt is de enige optie voor extra containercapaciteit in de Antwerpse haven het Saeftinghedok. Vlaams parlementslid Dirk de Kort (CD&V) vindt het nog te vroeg voor conclusies en wil eerst een groter draagvlak.

In een opiniestuk stelt de Antwerpse Scheepvaartvereniging (ASV) onomwonden dat de haven zonder het Saefthingedok gedegradeerd wordt tot een tweederangshaven. “Alle rederijen zitten op dezelfde golflengte. Op korte termijn kunnen de andere alternatieven ervoor zorgen dat er links en rechts wat extra capaciteit bijkomt. Op langere termijn moeten we over een diepzeekade kunnen beschikken om de grote schepen naar Antwerpen te halen. Waarom hebben we anders de Schelde verdiept? Omwille van natuureffecten mag men de visie van de havenklanten niet naast zich neerleggen”, zegt Philippe Oyen, voorzitter van de ASV.

Hij beseft dat er ook op het vlak van mobiliteit oplossingen moeten komen. “Het is niet de schuld van de haven dat Oosterweel er nog niet is”, benadrukt hij. “Nu de finale rapporten verzameld worden, willen we een schot voor de boeg geven. De hoofdkantoren van de rederijen hebben geen binding met Antwerpen en nemen besluiten. We moeten hen een perspectief bieden voor de toekomst en hen goed kunnen opvangen, zo niet kiezen ze voor alternatieve havens”, besluit hij.

Achter de sluizen

“Wij steunen de keuze voor het Saeftinghedok voor 100%. Er is geen rederij meer die nog achter de sluizen wil komen. Het aantal grote schepen blijft toenemen. Ook de Far East-loops maken gebruik van megaschepen die in consortia varen waardoor er grotere volumes in de haven geconsolideerd worden. Tel daar de eigen diensten bij. Wij vertegenwoordigen in Antwerpen 1 miljoen teu per jaar. De oplossing daarvoor is een grote terminal voor zeeschepen, barges, feederdiensten en transshipment”, zegt Eugène Vanfleteren, managing director van CMA CGM Belgium.

“Achter de sluizen is geen optie. Een patchwork van kleine terminals lost het probleem van de grote schepen en transhipment niet op. Dan moet de lading van links naar rechts per truck of spoor vervoerd worden. We hebben op termijn behoefte aan een terminal met de nodige capaciteit voor grote schepen”, zegt hij.

Wat als?

“Als er geen extra capaciteit komt, zijn we verplicht om vanuit andere havens te feederen. Dat zorgt voor heel wat extra kosten. Antwerpen heeft een belangrijk industrieel cluster met grote volumes, het heeft de logistiek en de grootste oppervlakte aan warehouses van de omliggende havens. Al die voordelen dreigen we te verliezen. Ik begrijp dat alle mogelijkheden moeten onderzocht worden. Maar sommige zijn ronduit klantonvriendelijk, zoals het voorstel om de AET-terminal van Grimaldi te verhuizen”, besluit Vanfleteren.

Te vroeg

Vlaams parlementslid Dirk de Kort was donderdagmorgen aanwezig tijdens het werkbezoek aan de haven. “Wat me duidelijk is geworden is dat de consolidatie van de verschillende groepen in het verleden de juiste keuze was. Wat de extra containercapaciteit betreft is het evenwel nog te vroeg om conclusies te trekken”, zegt hij. De Kort geeft wel toe dat een versnipperde capaciteit geen oplossing is.

“In de tweede helft van januari verwachten we in het Vlaamse parlement een nadere toelichting om het geheel verder te kunnen afronden”, laat hij voorlopig niet in zijn kaarten kijken. Hij wijst ook op het mobiliteitsaspect. “Oosterweel moet gerealiseerd worden en de binnenvaart moet haar rol vervullen in het hinterlandvervoer. Het spoor zal echter nog een tandje moeten bijsteken. Dat is cruciaal om goederen vlot en efficiënt aan en af te voeren. Voor dit dossier moet dit aspect nog meer opgevolgd worden. Voor het wegvervoer kan bijvoorbeeld een slimme kilometerheffing ingevoerd worden zodat vrachtwagens ’s nachts aan een goedkoper tarief kunnen rijden”, zegt de Kort.

“Ik had meer verwacht van het havenbezoek. Onder meer een beleidsevaluatie en wat aanbevelingen. Het is dan ook wenselijk dat we een nadere toelichting krijgen”, besluit hij.

Doel 2020

“Dat de rederijen nu al druk zetten, zegt veel over hun motieven", zegt actiegroep Doel 2020. "Zij willen hun kosten zo laag mogelijk houden en maximale uitbreidingsmogelijkheden hebben." Het argument dat er geen behandeling meer achter de sluizen kan plaatsvinden, houdt volgens de actiegroep geen steek. “Tot 2015 bevond de grootste containerterminal van Antwerpen zich nog volledig achter de sluizen”.

Er wordt ook verwezen naar het doemscenario dat dreigt wanneer de rederijen ‘niet op hun wenken worden bediend’. “Alsof de toekomst van de ganse Vlaamse economie afhankelijk is van een paar kilometer containerkaai. Dat is een argument dat in het verleden nog werd gebruikt maar zonder veel betekenis”, zegt Doel 2020 nog.

Koen Heinen