Reacties op Brexit: “Bureaucratie vermijden”

Teleurstelling over de Brexit overheerst in de maritieme en transportsector. Angst voor nieuwe bureaucratie die de goederenstroom benadeelt, staat tegenover mogelijke opportuniteiten. Maar die wegen niet op tegen een kans op economische schade.

Flows verzamelde de eerste reacties op de uitslag van het 'Brexit'-referendum in de verschillende sectoren. Een overzicht.

Maritieme wereldhub bedreigd?

In de aanloop naar het referendum werd van vanuit verschillende hoeken gewaarschuwd voor de gevolgen die een Brexit zou hebben op de positie van het VK in het algemeen en van Londen in het bijzonder als wereldhub voor maritieme diensten van scheepsmakelaardij en bevrachting tot financiering en verzekeringen.

PriceWaterhouseCoopers raamde de bijdrage van die sector aan de Britse economie op 6,5 miljard dollar per jaar. Zowat 80% daarvan is te danken aan werk voor het buitenland. Volgens Maritime London hangen aan scheepvaart in totaal 469.000 Britse banen vast. Een deel van die bedrijvigheid zou in het geval van een vertrek van Groot-Brittannië uit de Europese Unie andere oorden kunnen opzoeken, was de boodschap in de campagne rond de Brexit.

Topman Clive Richardson van V.Group liet optekenen dat de Brexit weliswaar bijdraagt tot de instabiliteit waarmee de scheepvaartsector vandaag al geconfronteerd wordt, maar dat de grote handelsstromen zich daarom niet gaan verleggen.

Vrijhandelsakkoorden sluiten

Patrick Verhoeven, secretaris-generaal van de Europese redersvereniging ECSA, verwijst naar de reactie van de UK Chamber of Shipping. Die stipte aan dat 95% van de Britse buitenlandse handel over zee loopt. “Dat zal niet veranderen.”

De Chamber roept de regering in Londen wel op om werk te maken van het afsluiten van vrijhandelsakkoorden en om het proces van uittreding uit de Europese Unie zo voorzichtig mogelijk te beheren.

Wat ECSA zelf betreft, wil Verhoeven niet vooruitlopen op de feiten. Hij stipt wel aan dat ook de Noorse reders lid zijn van de organisatie, ook al is hun land geen lidstaat van de EU.

“Zeebrugge UK port”

Voor reders die diensten op het VK verzorgen, zal de grootste bezorgdheid wellicht zijn te zien wat het Brexit-nieuws doet met de Britse economie, het pond en dus de koopkracht van de Britten. Een economische vertraging aan de andere kant van het Kanaal, een daling van het pond tegenover de euro… kunnen een impact hebben op de volumes die zij te verschepen krijgen richting het VK, een van de belangrijkste economieën in Europa en de jongste jaren een van de belangrijkste trekkers in onder meer het shortsea-gebeuren.

Onder de Belgische havens profiteerde Zeebrugge daar wellicht het meest van. Joachim Coens, gedelegeerd bestuurder van MBZ, steekt niet onder stoelen of banken dat voor de kusthaven veel op het spel staat. “Van de 25 miljoen ton lading die jaarlijks tussen Vlaanderen en het VK beweegt, gaat 18 miljoen ton via Zeebrugge. Het Verenigd Koninkrijk is daarmee goed voor 44% van onze totale overslag. Het belang van die markt voor ons kan dus niet onderschat worden. Zeebrugge is en blijft een UK port.”

Dat geldt onder meer voor de autotrafiek. “Van de 2,5 miljoen nieuwe wagens die we jaarlijks behandelen, gaat of komt 40% naar of van het VK.” Het is een sector waar de politieke en economische onzekerheid rond de Brexit zou kunnen leiden tot uitstelgedrag bij de Britse consument als het op grote aankopen aankomt, stipt Coens aan.

Hij pleit er voor “niet emotioneel maar verstandig te reageren. Laat ons vooral geen nieuwe handelsbarrières optrekken en de vrije handel waarborgen.”

CLECAT

“De Brexit is heel erg voor de EU zelf, voor de economie en voor de handel. Ik vrees voor de onrust die hierdoor kan veroorzaakt worden. Op zijn beurt kan dat leiden tot referenda in andere lidstaten…”, zegt een duidelijk aangeslagen Nicolette van der Jagt, directeur-generaal van de expediteurskoepel CLECAT. Een officieel standpunt is nog niet verspreid. Ze moet het nog bespreken met de voorzitter, Steve Parker (overigens een Brit). 

Wel wou ze het op een korte reactie houden. “We moeten nu verder en hopen dat de onderhandelingen over de praktische modaliteiten voorspoedig gebeuren.”
Het risico bestaat immers dat er weer nieuwe regels komen die de handel tussen het VK en de EU zullen hinderen. “Wij vrezen dat de exporterende bedrijven extra kosten zullen moeten dragen, onder andere op gebied van douane”, zegt ze.

Op de vraag van Flows of dat het herinvoeren van douanerechten geen opportuniteit is voor haar leden die als douaneagent actief zijn, antwoordt ze negatief. “Het is inderdaad zo dat zij misschien meer werk zullen hebben, maar je moet dit macro-economisch zien: de Brexit is niet goed voor de economie.”

Britse expediteurs

Ook de Freight Transport Association, die de Britse expediteurs verenigt, luidt de alarmbel. Zij heeft het over “een groot risico op nieuwe kosten, nieuwe restricties en nieuwe bureaucratische eisen” voor het vervoer tussen het VK en de EU. “Deze lasten en kosten zouden de Britse supply chains ernstig kunnen verstoren.”

“De regering heeft nu twee jaar om te onderhandelen over nieuwe regels. Dit houdt in dat wij bijvoorbeeld het douaneboekje voor internationaal wegvervoer terug moeten invoeren, dat laatst in 1992 werd gebruikt. Dat laat toe om goederen grensoverschrijdend onder douanecontrole te vervoeren.”

FTA vraagt alvast dat de Britse regering tijdens de onderhandelingen de prioriteit geven aan akkoorden over het internationale goederenvervoer, met zo weinig mogelijk nieuwe regelgeving en zo lag mogelijke kosten voor het Britse bedrijfsleven.

David Wells, CEO van FTA: “Hoewel we politiek buiten de EU treden, blijft de EU onze grootste afzetmarkt en een grote leveranciers van onze importgoederen. Wij kunnen dan ook niet dulden dat nieuwe bureaucratische regels een efficiënte goederenstroom verhinderen.”

Volgens Wells heft het VK nu twee jaar om voorwaarden uit de brand te slepen die gelijkaardig zijn aan de regels die gelden voor Servië of Albanië. Noorwegen en Zwitserland hebben betere schikkingen, maar zij hebben daarvoor in ruil strengen voorwaarden geaccepteerd, zoals het vrije verkeer van personen. De onderhandelingen zullen dan ook aartsmoeilijk zijn.”

Wegvervoer

Ook de IRU vreest voor de gevolgen en hoopt op voorspoedige onderhandelingen. “De uitslag van die onderhandelingen zullen de volle impact van het Britse referendum bepalen voor het internationale wegvervoer.” 

De internationale koepel van het wegvervoer, die ook landen buiten de EU vertegenwoordigt, hoopt dan ook dat de onderhandelingen duidelijkheid, rechtszekerheid en stabiliteit zullen opleveren. Aspecten die hierbij van primordiaal belang zijn, zijn “het gebruik en de herinvoering van douaneregels voor inklaren en het vergemakkelijken van transit, grensoverschrijdende BTW, toegang tot de markt, normen voor opleidingen en de erkenning ervan.”

Ook vreest de IRU dat de sector getroffen zal worden door een aantal beveiligingsproblemen, met meer problemen met migranten en identiteitscontroles.
De IRU vraagt dan ook “een zeer snelle oplossing voor deze uitdagingen, zodat er snel duidelijkheid kan worden gecreëerd voor de wegvervoerders.”

Eurotunnel

In een reactie op de Brexit zegt Eurotunnel-topman Jacques Gounon dat de tunnel gerealiseerd werd in het kader van een internationaal verdrag tussen twee soevereine staten. “Het is onze Brits-Franse roeping om de klanten een constant verbeterende en competitievere transportdienst te bieden en ik vertrouw erop dat we die doelstelling zullen realiseren”, zegt hij.

De groep verwacht dan ook dat de uitslag van het referendum geen invloed zal hebben op de activiteitenen wijst erop dat het VK nooit deel heeft uitgemaakt van de Schengen-zone.

Een waardevermindering van het Britse pond zal zorgen voor een daling van de schuld van de groep in die munt en zal de kosten voor de maritieme concurrenten de hoogte injagen. Daarnaast zal het de Britse export stimuleren, waardoor potentiële negatieve effecten gecompenseerd worden, aldus Eurotunnel.

De tunneloperator vertrouwt erop dat de Britten ook na de Brexit waardevolle producten zullen blijven invoeren van continentaal Europa.

De Kanaaltunnel is een belangrijk element in de supply chain tussen het VK en continentaal Europa, aangezien jaarlijks zo’n 1,5 miljoen trucks van de vaste oeververbinding gebruik maken. Daarnaast maken elk jaar nog eens 21 miljoen toeristen en zakenreizigers gebruik van de infrastructuur. Zeven van de belangrijkste handelspartners van het VK zijn lidstaten van de EU.