Optie Saeftinghedok blijft overeind na studiewerk

Het onderzoek naar de alternatieven voor extra containercapaciteit is afgerond. Op 31 januari mogen alle actoren nog reageren. Daarna ligt de bal bij de Vlaamse regering. Sommige alternatieven scoren alvast slecht op strategisch of operationeel vlak.

Morgen zet de Vlaamse administratie de onderzoeksresultaten naar de acht alternatieven voor de extra containercapaciteit in Antwerpen online voor het grote publiek. Daarna komt het actorenoverleg, waar alle mogelijke betrokkenen samen zitten, een laatste keer bijeen. Daarna gaat de studie, samen met die laatste reacties van de actoren, naar de Vlaamse regering. In het rapport laat de administratie niet in haar kaarten kijken. Maar Freddy Aerts, voorzitter van de taskforce 'Complex Project Extra Containercapaciteit Antwerpen', liet verstaan dat de administratie de regering wel zal 'adviseren'. Wat dat advies zal zijn, is voorlopig onduidelijk.

De acht varianten die Antwerpen extra containercapaciteit moeten bieden zijn al bekend sinds april 2017. In de voorbije maanden werden door zowel tijdens het actorenoverleg als door een reeks deskundigen alle mogelijke pro's en contra's voor elk alternatief tegen het licht gehouden. Het resultaat is een zeer lijvig rapport, dat morgenochtend online beschikbaar is. U vindt er ook alle onderzochte alternatieven.

Milieu-effecten

Het 'geïntegreerd' onderzoek bevat om te beginnen een strategisch milieu-effectenrapport (s-MER). Dat brengt per alternatief het verlies aan bodem in kaart, het effect op de getijden, het watersysteem en de waterkwaliteit, enzovoort. Daaruit blijkt dat de extra containercapaciteit, afhankelijk van de keuze, tussen de 107 en 492 hectare oppervlakte inneemt. De studie geeft ook duidelijk aan dat een project voor de sluizen veel meer baggerwerkzaamheden impliceert, wat onvermijdelijk minder prettige ecologische effecten heeft. Milderende maatregelen zijn daar wel mogelijk.

Mobiliteit

Zeer opvallend is dat de studie aangeeft dat, onafhankelijk van de gekozen oplossing, de effecten op de mobiliteit beperkt zijn. Er wordt uitgegaan van een verhoging van het gebruik van de binnenvaart naar 42% van het volume. Alle acht alternatieven bieden verbeterde ontsluiting voor de binnenvaart. Daarnaast zou nog eens 15% van de containers via het spoor zijn weg moeten vinden. Voor het spoor krijgen twee alternatieven met een Saeftinghedok en het alternatief met een kunstmatig eiland aan de Schaar van Ouden Doel in combinatie met het Verrebroekdok een betere score dan de andere alternatieven. Heel belangijk: de studie vertrekt wel vanuit de veronderstelling dat het plan rond Oosterweel, met een tweede Tijsmanstunnel, in 2025 werkelijkheid zal zijn.

Doel

De studie gaat ook uitvoerig in op de effecten van elk project op het vlak van geluidshinder, luchtvervuiling, biodiversiteit, klimaat, de mens en zijn gezondheid. Daaruit blijkt dat alle alternatieven wel hun specifieke effecten op al deze elementen hebben. Daar valt dan weer op dat de globale impact op de gezondheid het grootst is bij het alternatief met een Saeftingedok dat Doel spaart. De alternatieven waarbij Doel verdwijnt, scoren dan logischerwijs weer slecht voor hun impact op erfgoedwaarden en landschap. Qua veiligheid scoren de alternatieven die vooral kiezen voor inbreiding aan bestaande dokken het slechtst. Ook weer logisch omdat ze dichter bij bestaande installaties van Sevesobedrijven liggen.

Nautisch

Op het nautische vlak bieden de alternatieven met een Saeftinghedok de beste oplossing. Schepen kunnen er rechtstreeks in de luwte van het dok afmeren. Dat is beter, vlotter en economischer dan het complexere afmeren langs de Schelde, waar de stroming speelt. Alle prognoses geven aan dat bij geen van de alternatieven een probleem ontstaat met de capaciteit. Mogelijk komen er iets meer wachttijden, maar die zijn niet onoverkomelijk. De diepte zou geen issue zijn.

Kosten-baten

De studie geeft aan dat het uitblijven van een beslissing over extra containercapaciteit vanaf volgend jaar tot een trafiekdaling kan leiden. Volgens de studie kan er zelfs sprake zijn van een halvering in teu tegen 2025. Een positieve beslissing zou, los van de uitvoering, zorgen dat tot 2022 een groei tot 15 miljoen teu mogelijk blijft binnen de bestaande capaciteit. Na de uitvoering van de beslissing zou Antwerpen in 2035 iets boven de 20 miljoen teu verzetten. De studie becijfert ook de financiële effecten, met onderscheid tussen nationale en internationale geldstromen. Daar halen de alternatieven 7 en 8 de zwakste resultaten. Alternatief 7 stelt een combinatie voor van extra capaciteit op de Noordzeeterminal, het Delwaidedok én het Deurganckdok West. Alternatief 8 een kunstmatig eiland en containerbehandeling aan het Verrebroekdok.

Operationele haalbaarheid

De studie is behoorlijk duidelijk als het gaat over de operationele en strategische geschiktheid. Een hele reeks projecten wordt operationeel/strategisch niet geschikt genoemd:

  • Het alternatief met een rivierterminal ten noorden van het Deurganckdok.
  • Het alternatief met een Delwaidedok in combinatie met nieuwe zeesluis ten noorden van de Zandvlietsluis. 
  • Het alternatief met de uitbouw van Deurganckdokterminals langs het Waaslandkanaal
  • Het alternatief met een nieuw insteekdok ten noorden van de Zandvlietsluis. Dit dok kan als een uitbreiding van de bestaande Noordzeeterminal beschouwd worden.
  • Het alternatief met de verhuis van de roroactiviteiten (AET-terminal) aan de Westkaai van Verrebroekdok naar een nieuwe rivierterminal stroomopwaarts van Fort Liefkenshoek.

Daar tegenover worden een aantal alternatieven opgesomd waar geen of beperkte knelpunten zijn op operationeel of strategisch vlak. Daarbij de Saeftinghedokvarianten, maar ook de uitbreiding van het Deurganckdok Oost op de terreinen van Ashland, de geoptimaliseerde versie van een verlenging van de Noordzeeterminal richting Zandvlietsluis en een beperkte of grote stroomafwaartse uitbreiding van de Noordzeeterminal.

Timing

Het lijvig document kan vanaf morgen om 9.00 uur online worden geraadpleegd en daarna bestudeerd worden door alle betrokkenen. Na het actorenoverleg bundelt de administratie alle feedback op de onderzoeksresultaten. Op basis daarvan maakt de administratie alles over aan de Vlaamse regering. Die zou dan, vermoedelijk in april of mei, een 'ontwerp-voorkeursbesluit' moeten nemen. Dat voorkeursbesluit hoeft niet noodzakelijk een kopie van een van de voorliggende alternatieven te zijn. Ook een combinatie van elementen uit verschillende alternatieven is mogelijk.

Na het ontwerp-voorkeursbeluit start een openbaar onderzoek, met alle nodige administratie. Een definitief voorkeursbesluit zou dan nog kunnen voor de gemeenteraadsverkiezingen eind oktober, maar dat is al een scherpe timing. Omdat nagenoeg iedereen na die definitieve beslissing juridische procedures verwacht, is het onmogelijk om een eerste spadesteek te voorspellen. Volgens projectleider Freddy Aerts moet je voor de bouw van een grote terminal toch ongeveer 2,5 à 3 jaar uitvoeringstijd rekenen.

Bart Timperman / Michiel Leen