NileDutch doopt schip in Antwerpen (+ foto’s)

De Nederlandse rederij NileDutch heeft zijn derde nieuwbouw uit een serie van vier in de Antwerpse haven gedoopt. Intussen is ook het laatste schip uit de reeks van 3.510 teu al in de vaart gekomen.

Na de ‘NileDutch Breda’ en ‘NileDutch Dordrecht’ is de ‘NileDutch Antwerpen’ de derde nieuwbouw voor de Nederlandse rederij. Het schip werd in februari 2015 opgeleverd door Shanghai Shipyard en maakte zijn maidentrip in de gezamenlijke lijndienst van NileDutch en PIL tussen het Verre Oosten en West-Afrika. Daarna werd het overgeheveld naar de WEWA Service tussen Europa en West-Afrika.

De doopplechtigheid vond vorige vrijdag plaats bij Independent Maritime Terminal (IMT), waar de schepen van NileDutch sinds begin vorig jaar behandeld worden. Doopmeter was Kathelijne de Braal, de echtgenote van Jan Willem de Braal, chief operating officer van de rederij. Zij liet na aanwijzingen van kapitein Ivanov de scheepshoorn van het nieuwe schip (tweede foto) aan het Hansadok klinken.

Beperkte diepgang

NileDutch liet de vier schepen van 3.510 teu bouwen voor de trade tussen het Verre Oosten en West-Afrika. Omdat deze schepen een postpanamax-breedte van 34,8 meter hebben, blijft hun diepgang beperkt tot 12,5 meter. Het eerste schip uit de reeks kwam in juni vorig jaar in dienst  en vaart intussen tussen de oostkust van Zuid-Amerika en West-Afrika. Het vierde schip, de ‘NileDutch Rotterdam’, werd vorig maand aan de Nederlandse carrier overgedragen. Net als de andere drie vaart het onder Nederlandse vlag.

Ondanks het feit dat het hoofdkantoor van NileDutch in Rotterdam gevestigd is, bevindt het zwaartepunt van de activiteiten in de Benelux zich in Antwerpen. Het Belgische kantoor (aan de Godefridiuskaai) is namelijk het regionale hoofdkantoor van Europa en staat ook in voor de exploitatie van de WEWA Service.

Die dienst verbindt Antwerpen, Le Havre, Leixoes en Lissabon met Abidjan, Pointe Noire, Luanda, Lobito en Namibe. Via transshipment in Pointe Noire worden ook Douala, Malabo, Bata en Libreville bediend. In Luanda is er aansluiting met een feeder voor lading naar Boma, Matadi, Soyo en Cabinda.