Nieuwe vaarroutes maken toegang tot Vlaamse zeehavens veiliger

Om 2.00 uur deze nacht treden nieuwe scheepvaartroutes in voege op het Belgisch-Nederlands deel van de Noordzee ten zuiden van Rotterdam. Een internationale erkenning verzekert de toegankelijkheid van de havens in die regio.

België, Vlaanderen en Nederland onderhandelden sinds 2014 intensief over een herinrichting van die scheepvaartroutes. De bal ging definitief aan het rollen toen in Nederland de plannen voor windmolenparken voor de kust van Zeeland, vlak naast de parken in het Belgisch deel van de Noordzee, vaste vorm kregen. De aanleg van dat ‘windenergiegebied Borssele’ start in 2019.

Een Nautische Adviesraad met “de knapste maritieme koppen van de federale, de Vlaamse en de Nederlandse overheid” kreeg de opdracht de nieuwe, grensoverschrijdende scheepsroutes uit te tekenen.

350.000 bewegingen

Duidelijke afspraken over routering en ruimtelijke planning in een zone waar onder andere scheepvaart, offshore, visserij, zandwinning, aquacultuur om plaats vragen, zijn geen luxe, onderstreepte Theo van de Gazelle (rechts op foto 1), plaatsvervangend directeur-generaal van Rijkswaterstaat, bij de officiële voorstelling in Vlissingen.

“De Noordzee lijkt met al zijn bedrijvigheid wel de Antwerpse De Keyserlei. Die drukte neemt bovendien toe. Het is woekeren met de ruimte om al die activiteiten en al dat verkeer in goede banen te leiden”, zei hij, ook sprekend over een “krachttoer” om veiligheid, bereikbaarheid en milieu met elkaar te verzoenen.

Jaarlijks vinden op het Nederlands deel van de Noordzee dan ook zo’n 260.000 scheepsbewegingen plaats. Het Belgische deel is goed voor een extra 100.000 bewegingen. “Duizend bewegingen per dag”, vatte staatssecretaris voor de Noordzee Philippe De Backer (Open Vld, links op foto 1) die twee cijfers samen. Ruim de helft daarvan heeft volgens Rijkswaterstaat een directe relatie met havens in Nederland of België.

Rotonde op zee

De zone waar straks enkele duizenden windmolens uit de zee zullen steken, wordt een ‘no-gozone’ waar alleen nog schepen die onderzoek en onderhoud verrichten, mogen komen. De scheepvaart moet zich een weg zoeken rond die grensoverschrijdende concentratie van windmolenparken (foto 2).

De Backer omschreef de nieuwe situatie als “een rotonde op de Noordzee”. Die term kan ietwat misleiden, omdat in tegenstelling tot op de weg schepen op zee wel in beide richtingen kunnen varen. Kapiteins kunnen bovendien nog steeds kiezen welke route ze willen volgen.

Jacques D’Havé, administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK), ziet in het nieuwe routesysteem alvast een positieve ontwikkeling, al houdt hij rekening met een toename van de verkeersdrukte langs de zuidoostelijke kant van het windmolengebied. “Er komt op termijn hoe dan ook een evaluatiemoment, al zal het dan vooral gaan om het bijstellen van kleinere punten. Eerst moeten we de nodige ervaring opdoen met het nieuwe stelsel.”

Internationale erkenning

De nieuwe scheepvaartroutes zijn voor de bereikbaarheid van de havens van Oostende, Zeebrugge, Vlissingen, Terneuzen, Gent en Antwerpen van cruciaal belang. Een van de uitdagingen bestond erin hun toegankelijkheid en een vlotte doorstroming in het doorgaand vaarwegenstelsel van Frankrijk naar Duitsland te verzekeren.

De nieuwe routes kregen het groen licht van de Internationale Maritieme Organisatie. Die internationale erkenning is niet alleen voor de scheepvaart van belang. “De vaarroutes van en naar de havens zijn nu als het ware beveiligd. Wanneer over het nieuw Marien Ruimtelijk Plan gepraat zal worden, zal men niet meer aan die routes kunnen tornen”, legt Jeroen van Overloop van het directoraat-generaal Scheepvaart bij de FOD Mobiliteit uit. Hij volgde aan Belgische kant het hele dossier op.

De aanpak van België en Nederland kan naar verluidt op heel wat belangstelling rekenen van landen uit Zuid-Amerika, Azië en de rest van Europa. “De expertise die we hebben opgedaan, is exporteerbaar. We moeten goed nadenken over hoe we in dit vlak koplopers kunnen blijven.”, trok De Backer daar als les uit.

Jean-Louis Vandevoorde