Nautische keten laat kansen voor betere planning liggen

De haven kent zijn eigen golfslag te weinig. In de organisatie van de nautische keten staat dat een betere planning en capaciteitsbenutting in de weg. De betrokken spelers laten kansen liggen om het hele proces in vlottere banen te leiden.

“De nautische keten is vraaggestuurd”, onderstreept het syntheserapport van Audit Vlaanderen van meetaf aan. “De dienstverlening is responsief”, luidt het iets verder.

Het betekent concreet dat de private en publieke nautische dienstverleners aankijken tegen sterk fluctuerende trafieken. Dat verkeer is bovendien bijzonder heterogeen, met schepen van de meest uiteenlopende types en afmetingen.

Van die dienstverleners verwachten de havengebruikers niettemin een grote responsiviteit en flexibiliteit. Dat houdt in dat zij continu plannen en bijsturen. Daarvoor moeten zij even permanent overleggen en coördineren.

Het gaat om een complex samenspel van tal van actoren en factoren, waarop bijvoorbeeld ook de schaalvergroting in de scheepvaart (krappere tijvensters…), de organisatie van de havenarbeid, infrastructurele ingrepen (de bouw van de nieuwe sluis in Terneuzen…), andere verkeersstromen (binnenvaart voorop) en zelfs het weer, een impact hebben.

Pieken en dalen

Tegelijkertijd laten de spelers in de nautische keten kansen liggen om het komen en gaan van schepen op een meer gestroomlijnde manier aan te pakken. Vandaag schipperen zij in ruime mate op het zicht tussen de pieken en dalen in de vraag, zo blijkt uit de audit. Soms leveren zij tot 50% meer prestaties dan gemidddeld, soms kampen zij met tekorten.

Zij gaan er te veel van uit dat de vraag onvoorspelbaar is. “Bij de verschillende actoren leeft het gevoel dat de trafiek volledig onvoorspelbaar is en dat de planning derhalve daarop niet kan afgestemd worden. Elke bestelling van nautische diensten wordt dan ook per definitie behandeld als een ‘ad hoc’ vraag.” Zij hebben zelf “zeer weinig kennis over de fluctuaties in de keten”.

Trends

Uit metingen vallen nochtans een paar krachtlijnen te trekken:

  • De late namiddagen en avonden zijn in het algemeen drukker zijn dan de late nacht of vroege ochtend.
  • Zaterdagavond en zondag kennen gemiddeld genomen minder trafiek dan de rest van de week.
  • Opvaarten pieken vooral aan het begin van de week en afvaarten op vrijdagavond.
  • Het type schip speelt mee. Roro- en containerschepen vertrekken vooral op het einde van shiften in de havenarbeid (of na een ‘mid-shift’).
  • Voor of na bepaalde feestdagen vinden weerkerende pieken plaats.

Het kan dus anders, vindt Audit Vlaanderen. “Als piek- en dalmomenten op voorhand voorspeld zouden kunnen worden, vermijdt men dat er langs de dienstverlenerskant op bepaalde plaatsen buffers moeten aangehouden worden.”

Modellering

“Data-analyse moet in de toekomst toelaten om de intensiteit van de trafiek veel beter te voorspellen. Ook actieve monitoring van de prestaties in de keten en van de eventuele oponthouden, kan ertoe bijdragen dat er een beter zicht is op de capaciteit die nodig is om alle pieken en uitzonderlijke situaties zo goed mogelijk op te vangen.”

Meten is weten, de regel geldt ook voor de nautische keten. Betere trafiekprognoses zetten de deur open voor een “langere planningshorizon”, voor een betere afstemming tussen vraag en aanbod én voor een efficiëntere interactie tussen de verschillende actoren. Het helpt tevens om investeringsbeslissingen steviger te onderbouwen.

“In feite zijn de meeste elementen momenteel reeds aanwezig om een betere planning in de toekomst mogelijk te maken”, stelt het rapport vast. Alleen wordt een betere modellering “momenteel gehypothekeerd door een aantal onbetrouwbare of ontbrekende meetgegevens”.

Het komt er in de eerste plaats op aan de communicatie te verbeteren en de verschillende schakels in de keten beter op elkaar in te haken. Zo kan “een pre-indicatieve pre-planning opgesteld worden om de beschikbaarheid van de dienstverleners hier proactief op af te stemmen”.

Jean-Louis Vandevoorde