Meer vertragingen in Rotterdam dan in Antwerpen

CargoSmart heeft naar aanleiding van de recente klachten over congestie het aantal vertragingen in de twee grootste Beneluxhavens vergeleken. Opvallende conclusie: de grootste containerschepen waren vorige maand minder te laat.

Grotere call sizes en containerschepen die met vertraging arriveren en hun ‘berthing window’ dus missen, worden vaak genoemd als oorzaken om congestie op containerterminals te verklaren.

Naar aanleiding van de recente congestieproblemen bij ECT op de Maasvlakte en bij Antwerp Gateway heeft het Global Vessel Voyage Monitoring Center (GVVMC) van het platform CargoSmart een analyse gemaakt van 4.107 aanlopen van containerschepen van top-21 carriers tussen 26 december en 25 maart in Rotterdam en Antwerpen. Daaruit blijkt dat de terminalplanning in de Maashaven iets meer op de proef werd gesteld dan in de Scheldehaven.

Afgenomen

De analyse toont vooral dat de vertragingen in beide havens de voorbije maanden duidelijk zijn afgenomen. Tussen 26 december en 25 januari arriveerden de schepen in Rotterdam met gemiddeld 16,1 uur vertraging. In Antwerpen bedroeg het gemiddelde toen 15,8 uur.

In de loop van februari ging de gemiddelde vertraging in de Scheldehaven al omlaag (naar 12 uur) en was er in Rotterdam (15,2 uur) minder vooruitgang in de positieve zin. In maart was die vooruitgang er in de Nederlandse haven wel (13 uur). Tussen 26 februari en 25 maart bleef de gemiddelde vertraging in Antwerpen twaalf uur bedragen.

Grote schepen

De analyse heeft ook uitgewezen dat de echt grote schepen van meer dan 10.000 teu vorige maand minder vaak te laat waren. In Antwerpen daalde de vertraging voor dat soort megaschepen van 16,8 uur in januari naar 9 uur in maart. In Rotterdam ging het gemiddelde zelfs van 18,4 naar 8,3 uur.

CargoSmart berekende ook hoeveel schepen in beide havens meer dan 24 uur te laat arriveerden. Voor de ganse periode ging het in Rotterdam om 23% van alle aanlopen. In Antwerpen bedroeg dat percentage 19%. Wanneer alleen schepen van meer dan 10.000 teu geteld worden, arriveerde 14,5% ervan met meer dan een dag vertraging in de Scheldehaven, tegenover 17,2% in Rotterdam.

Ook de gemiddelde tijd dat een schip tegen de kaai ligt, werd voor beide Beneluxhavens vergeleken. In maart was dat 25,8 uur in Antwerpen en 22,7 uur in Rotterdam. Beide cijfers zijn echter moeilijk te vergelijken, omdat de duurtijd van een aanloop in relatie tot het formaat van het schip en de call size beschouwd moet worden.