KVBG opent nieuw front rond havenarbeid met klacht tegen CEPA

Het KVBG heeft bij de Europese Commissie een klacht ingediend tegen het monopolie van CEPA. Zo opent het een nieuw front in de strijd rond havenarbeid. Het KVBG neemt daarbij tevens de houding van CEPA in dat dossier zwaar op de korrel.

Het Koninklijk Verbond der Beheerders van Goederenstromen, dat stouwers en logistieke bedrijven in de haven van Antwerpen groepeert, diende vrijdag zijn klacht in tegen de regeling die havenwerkgevers in België bij wet verplicht aan te sluiten bij de lokale havenwerkgeverscentrale.

Ons land telt er zo vijf: CEPA in Antwerpen, CEPG in Gent, CEWEZ in Zeebrugge, CEWO in Oostende en CEMPO in Brussel-Vilvoorde. Zij vervullen in naam  van hun leden de verplichtingen die voortvloeien uit de wetgeving rond arbeid en sociale zekerheid en spelen zo de facto de rol van sociaal secretariaat. Zij treden bovendien op als officiële vertegenwoordiger van die bedrijven bij sociale onderhandelingen (bijvoorbeeld voor het afsluiten van nieuwe cao’s) of als gesprekspartner van de overheid.

Omdat het KVBG de belangen van Antwerpse bedrijven verdedigt, is de klacht tegen CEPA gericht. Het Verbond wordt voorgezeten door Karl Huts (foto 2). Zijn vader, Fernand Huts, de topman van Katoen Natie, is het gezicht geworden van het gevecht tegen de wet-Major in haar huidige toepassing. Volledig betekenisloos is dat in deze context niet. In de aanklacht wordt overigens vermeld dat KVBG “er zich van bewust is” dat bedrijven van de groep Katoen Natie “soortgelijke klachten” hebben ingediend.

“Strijdig met Europese wetgeving”

KVBG is de overtuiging toegedaan dat de monopoliepositie die havenwerkgeverscentrales genieten, strijdig is met de Europese wetgeving, omdat havenbedrijven niet de vrijheid hebben om hun administratie inzake human resources naar eigen inzicht en voorkeur te organiseren.

Dat gaat in tegen de vrijheid van vestiging die het Europees Verdrag in artikel 49 voorschrijft, argumenteert het verbond. Dat verbiedt lidstaten maatregelen te treffen die de toegang tot hun markt hinderen of minder aantrekkelijk maken voor nieuwkomers.

De verplichting om via havenwerkgeverscentrales te werken kan kostenverhogend werken of havendienstenverleners ervan weerhouden om zich in een Belgisch havengebied te vestigen omdat ze daar hun eigen organisatiemodel niet kunnen toepassen, is de redenering. Bovendien zijn gevestigde spelers beperkt in hun vrijheid om hun personeelszaken op een eigen manier aan te pakken.

Spanje liep eind 2014 al tegen een veroordeling door het Europees Hof van Justitie aan omwille van een gelijkaardig systeem. “Het  vonnis van het Hof in de zaak tegen Spanje moet logischerwijs uitgebreid worden tot de Belgische regel van verplichte aansluiting bij een erkende werkgeversvereniging”, is het standpunt van KVBG.

“Niet verantwoord”

Geen van de argumenten die ingeroepen kunnen worden om een beperking van de vrijheid van vestiging te rechtvaardigen, is hier op zijn plaats, voegt advocatenkantoor DLA Piper daar aan toe, met ook daar een verwijzing naar de veroordeling van Spanje.

De havenwerkgevers kunnen zelf instaan voor de opleidingen die nodig zijn om de veiligheid van de havenarbeid te garanderen. De nood om erover te waken dat havendiensten van hoge kwaliteit continu beschikbaar zijn, is evenmin van toepassing, luidt het. Tenslotte zijn de havenwerkgevers perfect in staat hun human resources en personeelsadministratie zelf te beheren of kunnen ze ervoor kiezen die taken uit te besteden aan een sociaal secretariaat van hun keuze. Dat gebeurt trouwens in andere landen zonder probleem.

“Belangen onvoldoende verdedigd”

Daar houdt de kritiek van KVBG niet op. CEPA krijgt het verwijt de belangen van de leden van het verbond “niet of onvoldoende” te verdedigen bij sociale onderhandelingen. CEPA “heeft het bewijs geleverd” dat het daarin tekort schiet, stelt de aanklacht.

Daarbij wordt rechtstreeks de link gelegd naar het dossier van de ingebrekestelling van België betreffende de organisatie van de havenarbeid door de wet-Major in het algemeen en van logistiek binnen havengebieden in ons land in het bijzonder.

KVBG heeft zestig leden. Het gaat vooral om de grote naties zoals o.a. Mexico Natie, Zuidnatie, Tabaknatie, Wijngaard Natie. Ook AET, Euroports Terminals en DP World Antwerpen zijn aangesloten bij de vereniging.