Joris Praet (Haven Zeebrugge): “Doelpunt op oceaan vergeet ik nooit”

In Zeebrugge beëindigt havenkapitein-commandant Joris Praet (64) op de symbolische Wapenstilstandsdag 11 november zijn actieve dienst. Hij vertelt honderduit, zowel over de ‘Kamina’ en de oorlog in Vietnam, als over het wel en wee van een eigen boot.

De liefde voor de scheepvaart werd Joris Praet met de paplepel ingegeven. Hij werd in 1956 geboren als oudste van vijf kinderen. “Mijn ouders kwamen vanuit de grensdorpen Kieldrecht in Oost-Vlaanderen en Nieuw-Namen in Zeeuws-Vlaanderen naar Zeebrugge wonen. Nogal wat familieleden zaten op het water en mijn vader werkte voor een firma van scheepselektronica. Op zondag nam hij me mee aan boord van schepen. Zo kwam ik tijdens de oorlog in Vietnam op de ‘MS American Ranger’, die op de oude havenmuur van Zeebrugge munitie voor de Amerikaanse troepen laadde. Als klein ventje zag ik in 1967 het fameuze marineschip ‘Kamina’ door de Visartsluis naar de sloopwerf in Brugge varen. Wegens de transportcrisis werden toen ook veel Griekse Libertyschepen in het Boudewijnkanaal geïmmobiliseerd.”

In het Zeebrugge van de jaren '60 en '70 viel altijd iets te beleven. “Aan de toen slechts twee dokken en één sluis – de oude Visartsluis – bruiste het van het leven. De cafés waren dag en nacht open en er was twee keer daags garnalenmarkt. Ik herinner me ook grote acties van het comité 'Zeebrugge Blijft' tegen transporten van nucleair afval en zelfs tegen plannen voor een kerncentrale. De bevolking keek ook kritisch naar de uitbreiding van de huidige voor- en achterhaven, die in 1985 door koning Boudewijn ingehuldigd werd. Zeker toen tijdens het graven van de Pierre Vandammesluis veel huizen scheurden. Bij de studie was er onvoldoende rekening mee gehouden dat de Belgische kuststrook op een vijftien meter dikke veenlaag drijft”, weet Joris Praet. Hij is verzot op geschiedenis en won vorig jaar met een team vrienden en collega’s de eerste Havenquiz.

Zonder gps positie bepalen

Toen hij als tiener van een loopbaan op zee sprak, stuurde vader hem als kennismaking mee op een vissersvaartuig. “Ik werd flink zeeziek maar ik had de microbe te pakken. Na mijn middelbaar in het Sint-Leocollege in Brugge, trok ik naar de Hogere Zeevaartschool. Het eerste jaar vond plaats in Oostende, gevolgd door drie jaren in Antwerpen. De zeeziekte ging voorbij en in de zomer deed ik vakantiejobs op de sleepboten van het toenmalige URS. Ik herinner me dat we in de kurkdroge, hete zomer van 1976 een schip moesten halen in het Noorse Stavanger. We waren verrast dat het daar regende. Ik deed ook vakantiejobs in de luxevaardij op het 21 meter lange privéjacht ‘Connda Vennessa’.”

Het echte werk startte als dekofficier op de tankschepen van Nedlloyd: vier maanden op zee en een maand thuis. “Na twee jaar stapte ik over naar UBEM-Cobelfret waar je kon reizen van september tot in mei, gevolgd door een hele zomer thuis. We voeren regelmatig met allerlei goederen van Europa naar de Great Lakes in Noord-Amerika en Canada. In Chicago en Duluth moest je vóór 15 december weg zijn want dan vroren de meren en de seaway dicht tot 15 maart. In het noorden van de Atlantische Oceaan kon het zwaar stormen en gps bestond nog niet. Af en toe kon je eens een satellietsignaal oppikken maar het navigatiewerk en de plaatsbepaling gebeurden nog grotendeels op de zon, planeten en sterren. De sextant en het kompas waren onze dagelijkse werkinstrumenten. Aan de hemel vind ik nog veel van de 57 sterren waarop je kunt navigeren, van Acamar tot Zubenelgenubi. Bij mist of bewolking moest je dagenlang gissen waar je was en waren het scheepskompas en de snelheidslog de enige hulpmiddelen.”

Alleen op de wereld

Op de lange omvaart moet je mentaal sterk staan. “Als je ’s nachts alleen de hondenwacht loopt terwijl de rest van de bemanning slaapt, op de zuidelijke Indische Oceaan, ver van alle kusten en onder een wolkeloos firmament, met complete radiostilte en geen enkel schip aan de verre horizon, dan weet je hoe Rémy, een hoofdpersonage van de Franse schrijver Hector Malot, zich voelde: 'Ik ben alleen op de wereld'. Dat is een heel intens gevoel.”

Uit die eenzame maanden blijft woensdagavond 20 november 1985 in zijn geheugen gegrift. “Honderden mijlen onder de kust van Zuid-Afrika, in de lege donkerte van de oceaan, hoorden we op de wereldontvanger hoe Georges Grün tegen Nederland het doelpunt van de WK-kwalificatie scoorde. Een onvergetelijk moment.”

Ontwaken met aanvaring

Eind 1988 bleef Joris Praet aan wal om een gezin te stichten. Hij stapte net als zijn vader in de verkoop van scheepvaartelektronica, eerst voor SAIT Marine Electronics, vervolgens Ines en ten slotte Astron. “Om daarna mijn carrière mooi af te sluiten, nam ik in 2013 deel aan het examen voor havenkapitein in Zeebrugge. Ik werd aangenomen en kwam de voorbije zeven jaar elke dag vol plezier werken. Het havenbestuur MBZ is een schitterend instituut.”

Toen hij al anderhalf jaar voor MBZ werkte, merkten zijn vrienden van de Maritieme Kring Zeebrugge op dat je pas een échte havenkapitein bent wanneer je een aanvaring meemaakte. “Uitgerekend de volgende ochtend ontwaakte ik met het nieuws dat de gastanker ‘Al Oraiq’ het vrachtschip ‘Flinterstar’ had geramd. De nasleep van dat ongeluk hield ons maanden bezig. Het wrak werd in twee delen door het kraanschip ‘Rambiz’ binnengebracht, een enorme klus. Toen het laatste stuk op een ponton naar de sloper vertrok, was ik zo tevreden dat ik vanop de westelijke dam de sleep heb uitgewuifd.”

Hart vasthouden voor brexit

Joris Praet is een van de vier kapiteins in een dienst van 46 mensen, bijna een derde van 140 medewerkers van MBZ. “Het havenwerk nam enorm toe: van amper vijf aanlopen in 1946 tot nu bijna 10.000 schepen per jaar. Het gaat vaak om precisiewerken zoals het door de sluis loodsen en bij ICO op de kade zetten van de 80 modules voor een aardgasfabriek in het Russische Yamal. Vorig jaar was er ook maatwerk nodig voor het berekenen van het juiste tijvenster om de oude Foxtrot duikboot B-143 van Seafront uit het oud Visserijdok te slepen.”

Een ander soort maatwerk is voorbereiding op de brexit. “Ik durf te zeggen dat we tot in de puntjes klaarstaan. In samenwerking met de diensten van de gouverneur, de veiligheidsdiensten en het crisiscentrum van de FOD Binnenlandse Zaken, schreven we bijvoorbeeld noodplannen om gestrande vrachtwagens al van in het binnenland op te vangen. Toch houd ik mijn hart vast voor de mogelijk economische impact van de brexit. Van Engeland gesproken: twintig jaar geleden zagen we af en toe gezinnen met heel kleine kinderen op de vlucht, schrijnende toestanden. Nu worden in de voorhaven dagelijks gelukszoekers en slachtoffers van mensensmokkelaars aangetroffen. Zolang het Verenigd Koninkrijk geen identiteitskaart wil invoeren, zal dat probleem blijven bestaan.”

Toch geen boot kopen

Binnenkort nadert het einde van de actieve dienst. “Op welke datum kun je beter de wapens neerleggen dan op Wapenstilstandsdag 11 november? Omdat de maritieme gemeenschap een kleine wereld met veel vrienden is, wil ik ook daarna betrokken blijven. Het vrijwilligerswerk in het Seamen Centre Zeebrugge, waar ik nu bestuurslid voor MBZ ben, lijkt mij wel iets. Straks zal ik ook meer tijd hebben om te fotograferen en cursussen te volgen. Maar hoe graag ik ook vaar, een eigen boot zal ik nu niet meer kopen. Want weet je wat de twee beste dagen als eigenaar van een boot zijn? De dag dat je hem koopt en de dag dat je hem verkoopt …”

De vader van havenarbeider Thomas (30) en zorgkundige Lore (28) woont met zijn partner in de Tijdokstraat. “Daar krijgen we de komende jaren het beste zicht op de bouw van de nieuwe sluis. Deze gemeenschap overleefde de twee Wereldoorlogen en de grote havenwerken van de jaren '70 en '80. Met de mentaliteit en het karakter van een echte Zeebruggenaar kunnen wij dit ook nog wel behappen. Een haven leeft nu eenmaal en het is er altijd druk. Daar moet je je van bewust zijn wanneer je er komt wonen.”

Op de foto: Havenkapitein-commandant Joris Praet (derde van links) verwelkomde (in het prille begin van de coronacrisis) kapitein Lars Gustasson van de 'Hollandia Seaways’ (tweede van links), in het gezelschap van Theo Milliau (PSA Zeebrugge - uiterst links) en scheepsagent Geert Libbrecht (Lalemant - uiterst rechts) 

Roel Jacobus