Jacques Vandermeiren: “De dienstverlening moet drastisch verbeteren”

De eerste honderd dagen als enige kapitein op de brug van het grote schip op het Zaha Hadidplein zitten er op voor Jacques Vandermeiren. Flows mocht op de koffie voor een gesprek over alle hete hangijzers.

In dit uitvoerige gesprek passeren natuurlijk de loodsen de revue. Maar de CEO spreekt ook vrijuit over de relatie met de private ondernemers in de haven, hun belangengroepen, Saeftinghe, de moeizame modal shift, de toekomst van de breakbulk en het Saudisch afvalproject, enzovoort. Grootste conclusie: er wordt de komende maanden veel koffie gezet.

Wat onthoudt u na een eerste kwartaal alleen op de brug als CEO? Kwam u voor verrassingen te staan?

“Ik zei bij mijn prille begin al dat ik verbaasd was over de diversiteit die in deze sector aanwezig is. Die indruk is alleen maar versterkt. De verscheidenheid aan beroepen en achtergronden is echt uitzonderlijk. Als CEO kan je op één dag achtereenvolgens spreken met iemand van het spoor, dan heb je contact met iemand uit Singapore, dan een kleine concessiehouder, iemand uit de binnenvaart en even later zit je in een vergadering over de audit van de nautische keten. In die zin is de job behoorlijk veeleisend."

"Ook door het publieke karakter van de functie. Die is veel belangrijk dan ik verwachtte. De vraag om te gaan spreken is bijvoorbeeld zeer groot. Ook de inhoud van die vragen divers: van de vogelrichtlijnen tot de mobiliteitsdiscussie. In april tel ik al tien aanvragen. Ik probeer die in te willigen als het enigszins kan. Daar voel ik telkens weer die grote en brede interesse voor wat we doen.”

Alles wat zelfrijdend is, passeert stilaan het tijdperk van het experiment. Die evolutie zal zonder twijfel ook impact hebben op de loodsen.

Bent u nu goed ingewerkt? Of staat u nog regelmatig voor verrassingen?

“Men zal me nog lang blijven verrassen, met dossiers en vragen. Ook met de finesses, de geschiedenis en vooral de emoties die vaak met dossiers gepaard gaan. Maar na honderd dagen heb ik toch het gevoel dat ik de stakeholders en de uitdagingen wel ken, dat ik begrijp wie wie is. Maar het is natuurlijk nog maar het begin van een lang proces.”

U maakte rond nieuwjaar alvast indruk door te spreken over clans en conservatisme. Dat werd niet overal op gejuich onthaald. Vanwaar die scherpe uitspraak?

“Het is mijn stijl om de dingen duidelijk te benoemen. Ook in onderhandelingen zoals met vakbonden of de Nederlandse overheid moet je proberen de zaken heel helder te stellen. Dan gebruik je misschien wel eens beelden die niet bij iedereen even goed aan komen. Ik had ook kunnen spreken over parochies of het bisdom. Achteraf hebben heel veel mensen me gezegd dat het klopte. Ik blijf ook bij dat inzicht. Het valt nog steeds op dat deze sector vaak gefragmenteerd opereert vanuit een conservatieve werkwijze.”

Aan het Churchilldok is er een grote breakbulkactiviteit. We hebben de kennis en de expertise en we behouden er graag onze grote spelers. Ik vrees wel dat we ook daar een concentratiebeweging zullen kennen.

Anderen wijzen op de waarde van de eeuwenoude traditie in de haven om zich per beroepsgroep te organiseren. Daar is toch iets voor te zeggen?

“Het woord 'clan' was net om te duiden dat ieder zijn geschiedenis heeft en zich heel goed voelt binnen zijn beroepsvereniging. En van daar een beetje argwanend kijkt naar de anderen als naar een andere familie. Een realiteit waarbij iedereen probeert om iets meer aanzien te hebben, of meer impact of belang dan de andere familie. Dat heeft zijn charme. Maar op een bepaald moment moet je dat overstijgen, als het gaat om de positionering van een havengemeenschap in een hypercompetitieve wereld. Dan ga je niet winnen door elk in de eigen discipline een beetje beter proberen te zijn. Het is niet evident om samen te werken als iedereen in de eigen familie blijft." 

Gelukkig zien we dat steeds meer mensen dat ook begrijpen. Ik ben heel blij met de initiatieven die vandaag opgenomen worden door die gemeenschap om veel meer samen te gaan werken en op innovatieve wijze te werken. Twee mooie voorbeelden zijn het verhaal van NxtPort en dat van de intentieverklaring rond de 24/5-opening. Dat zijn bemoedigende signalen die wij heel graag ondersteunen. Ze bewijzen dat we het samen echt wel kunnen. Ik zie het al eens belangrijke opdracht voor het Havenbedrijf om hier een rol te spelen als facilitator of stimulator. Voor al dat soort dingen staat ons gebouw open en de koffie klaar.”

We hadden het over conservatisme. Maar ook het Havenbedrijf zelf wordt wel eens vergeleken met een tanker die niet makkelijk te besturen en bij te sturen valt. Klopt dat?

“Bedrijven die meer dan 500 of 1.000 personeelsleden hebben, zijn inderdaad tankers. Het havenbedrijf is ook een vertaling van de havengemeenschap. Ook hier heb je een gefragmenteerde organisatie met beroepen die onder één koepel vallen maar niet echt dagdagelijks heel transparant met elkaar interageren. Dat is ook te begrijpen. De nautische wereld en de IT-wereld zijn niet per definitie nauw verbonden. Ook wij moeten werken aan meer innovatie, gebruik van technologie en meer transversaal werken. Uiteindelijk moeten wij zorgen voor een betere dienstverlening naar onze klanten. Zij verwachten dat ook, en terecht. Ze betalen er voor. Wij moeten dat waarmaken. In die context is de audit nautische keten een zeer goed instrument om de dienstverlening drastisch te verbeteren.”

We gaan nu van crisismoment naar crisismoment. We moeten daar uit weg.

Laat ons een kat een kat noemen. Doorheen de audit komt het functioneren van de loodsen als een cruciaal element naar voor. Hun acties zijn geen toeval. Is die loodsenknoop te ontwarren?

“Elke knoop is te ontwarren of door te hakken. De kop in het zand steken is geen optie. Je voelt aan alle kanten dat we hier op een scharniermoment zitten. Ik ken de loodsen niet. Ik weet wel hoe een buitenstaander ze ziet. Al decennia lang, al van in mijn jeugd is het verhaal van de loodsen hetzelfde. Wie niet in de haven actief is en er weinig of niets van kent, weet wel dat er problemen zijn bij de loodsen. Loodsen zijn enorm belangrijk. Ze zijn terecht fier op hun vak."

"Alleen hebben ze quasi overal een heel negatief imago, behalve in hun eigen kring. Daar moet toch een bewustwording rond groeien. Blijven zij in het verleden hangen? Dat lijkt me geen goed idee. Alles wat zelfrijdend is, passeert stilaan het tijdperk van het experiment. Die evolutie zal zonder twijfel ook impact hebben op de loodsen."

"Misschien moeten ze een voorbeeld nemen aan de piloten die de technologie omarmden. Zij hebben zich bijvoorbeeld aangepast aan de automatische piloot die nu een evidentie is. En op die manier hebben ze hun eigen beroep gevrijwaard. Zullen de loodsen zelf op zoek gaan naar de loods van morgen. Loods 4.0? Of blijven ze in het verleden steken in een verzet tegen elke mogelijke nieuwe aanpassing? Ik hoop van niet.”

Heeft u in dit dossier een rol te spelen?

“Ik ken de loodsen niet. Wij zijn in de eerste plaats het slachtoffer van hun acties, samen met alle andere spelers. Wij hebben niet de sleutel of de middelen om ze aan tafel te krijgen. Ik kan niet inschatten of de partijen zelf aan tafel kunnen voor een doorbraak. Misschien is er een bemiddelaar nodig. Wij willen in elk geval ook hier de koffie en de tafel en de stoelen aanbieden. En misschien ook nog wat ideeën. Maar dit proces moet echt wel opgestart. De audit is een objectieve aanleiding."

"We gaan nu van crisismoment naar crisismoment. We moeten daar uit weg. Want ik stel echt wel vast dat bij de vele missies de Antwerpse ‘pilot discussion’ altijd top of mind is. Ik voelde veel onbegrip en groeiend wantrouwen naar Antwerpen. Daar moeten we zeer omzichtig mee zijn.”

Onze voorkeur ging altijd uit naar een oplossing met Saeftinghe. Van de acht resterende opties zijn er drie waar Saeftinghe cruciaal is.

Voor de extra containercapaciteit zullen acht pistes worden onderzocht. Iedereen heeft de indruk dat voor het Havenbedrijf het Saeftinghedok de enige juiste oplossing is. Gelooft uw wel in die alternatieven?

“Onze voorkeur ging altijd uit naar een oplossing met Saeftinghe. Van de acht resterende opties zijn er drie waar Saeftinghe cruciaal is. Het is niet dat wij vanuit een ivoren toren zeggen wat er moet komen. Onze vraag komt er na veelvuldig overleg met de operatoren, uit gesprekken met de huidige en nieuwe spelers. Zij vragen allemaal niet alleen ruimte voor containerbehandeling, maar ook ruimte voor logistiek met toegevoegde waarde. Ik denk niet dat de andere vijf alternatieven die ruimte bieden. Ik hoop dat in de hele procedure voldoende wordt geluisterd naar die spelers die er hun activiteiten willen ontplooien. Zij lijken me heel cruciaal.”

Is het hele proces van het complex project dan nutteloos?

“Natuurlijk niet. Het is goed dat alle actoren goed en veelvuldig aan bod komen. Vraag is of op het moment dat de regering een voorkeurskeuze maakt op basis van een van de acht of een combinatie er van, ook iedereen zich dan kan neerleggen bij die voorkeur. Dat is de geest van die aanpak.  Ik hoop dat iedereen zich ook in die geest gedraagt.”

Er zijn mensen die het hele uitgangspunt in vraag stellen. Zij beweren dat de inschatting van de containertrafiek in de toekomst verre van juist is en dat die trafiek zelfs kan imploderen. Hebben zij een punt?

“Ik heb geen kristallen bol. Niemand kan exact voorspellen hoe de geglobaliseerde wereld er over tien tot twintig jaar uit ziet. Je moet gewoon kijken naar de geschiedenis. Die vertelt een verhaal van indrukwekkende groei en een geostrategisch belang voor onze economie. De impact van de haven gaat veel verder dan Antwerpen zelf. Die motor van je economie geen ruimte geven in een marktsegment dat fantastisch groeit, is een hypotheek leggen op de welvaart.”

Na honderd dagen heb ik toch het gevoel dat ik de stakeholders en de uitdagingen wel ken, dat ik begrijp wie wie is, maar het is natuurlijk nog maar het begin van een lang proces.

De stelling dat containertrafiek weinig meer is dan ‘dozen schuiven’ is duidelijk niet de uwe?

“Dat is het debat verengen. Je meet het belang van een luchthaven ook niet alleen aan het aantal mensen dat er bagage behandelt. Je hebt een deel transhipment. Dat klopt. Maar ook daar zijn meer mensen bij betrokken dan de dokwerkers. Denk maar aan de estuaire vaart en de binnenvaart. Heel vaak is er achterliggend ook veel meer. Neem het voorbeeld van Nike in Laakdal. Dat bedrijf is goed voor meer dan 1.000 jobs en het blijft groeien. Dat bedrijf ligt alleen daar door de nabijheid van de haven via het Albertkanaal. En zo zijn er veel meer voorbeelden. In het debat wordt bovendien ook steeds de andere kant onderbelicht. Heel veel productieactiviteit zit ook hier in de ruime omgeving omdat de afgewerkte producten hier met containers weg kunnen.”

De breakbulkoperatoren vrezen dan weer dat u te weinig geeft om hun type activiteit.

Aan het Churchilldok is er een grote breakbulkactiviteit. Die is groot en performant in vergelijking met andere Europese havens. We hebben de kennis en de expertise. We behouden er graag onze grote spelers. Ik vrees wel dat we ook daar een concentratiebeweging zullen kennen zoals we die ook in de containers kennen. Er zal ook een impact zijn van de groeiende containerisatie in die sector. Maar we blijven oog en oor hebben voor vragen zoals bijvoorbeeld van Zuidnatie en Nova Natie. Wij moeten zorgen dat die een plaats en groeimogelijkheden krijgen.”

Ik citeer een natiebaas en het is niet Fernand Huts: “In Antwerpen verliest breakbulk aan belang. Ze geven liever ruimte aan de olie, terwijl een kraantje voor olie open draaien weinig jobs oplevert.” Heeft die man een punt?

“Je mag het verhaal van de vloeibare bulk in tankopslag niet afdoen als een verhaal van alleen maar olie. Wat wij daar doen is vooral het natuurlijk verlengstuk van de grote chemische cluster in de haven. De verankering van die activiteit is ook van levensbelang voor de ruime regio. Het is ook meer dan een kraantje open draaien. Als ik zie hoeveel die cluster hier blijft investeren ... Je kan niet voorbij gaan aan de investeringen die Sea-Invest en Zenith hier doen van om en bij de 650 miljoen euro. De impact op jobs direct en indirect mag je niet minimaliseren.”

De impact van de haven gaat veel verder dan Antwerpen zelf. Die motor van je economie geen ruimte geven in een marktsegment dat fantastisch groeit, is een hypotheek leggen op de welvaart.

Gelooft u eigenlijk nog in het verhaal van ERS? Is het ultimatum voor 8 mei meer dan een formaliteit?

“Toch wel. We hebben 8 mei als ‘milestone’ gesteld, maar de beslissing over dit project is echt geen uitgemaakte zaak. Door een aantal ontwikkelingen liep het zeker niet zoals beide partijen hoopten. Dat zorgde inderdaad voor wrevel en teleurstelling. Dat is logisch. We spreken over een belangrijk project. Dan wil je natuurlijk zekerheid dat de betrokkene bekwaam is. Als je met grote verwachtingen naar een sterrenzaak gaat en bij de aperitiefhapjes al foutjes proeft, ga je ook twijfelen over het vervolg. Maar je sluit niet uit dat het goed komt." 

"Onze mensen in het project lieten nu weten dat de investeerder nu alles op orde heeft wat al vroeger moest gebeurd zijn. Eind deze maand komt de investeerder naar Antwerpen om de Belgische vennootschap op te richten. De afspraak voor een gesprek ligt vast. Ik zal dan met een open geest het hele dossier met die mensen bespreken. Ik heb hen nog nooit ontmoet. Op dat moment zullen we wel aanvoelen wat het potentieel is en die indrukken op 8 mei naar de raad van bestuur brengen. Die zal dan op basis daarvan een standpunt innemen. Ik ontken dus dat er al een beslissing is of een alternatief klaar ligt.”

Er wordt ook getwijfeld aan de haalbaarheid van het hele multimodale discours. Noch bij het spoor, noch bij de binnenvaart is de tevredenheid groot. Er gaat te veel mis.

“Zoals bij veel uitdagingen kan niemand dit alleen oplossen. Kijk naar Oosterweel: pas als actoren samen zitten, krijg je echt gedragen oplossingen. Dat is voor deze uitdaging niet anders. Voor de binnenvaart zien we toch al heel mooie groeicijfers. Daar moeten we inderdaad wel nog veel stroomlijnen. Ik ontken niet dat er problemen zijn met communicatie, preplanning, ligplaatsen en dergelijke meer. Ik denk dat ons permanent overlegorgaan hier goed werk levert en probeert om de problemen op te lossen. Hier zitten we vaak samen en we boeken resultaten. Helaas bestaan er geen mirakels."

"Wat het spoor betreft, ligt dat anders. Als we het spoor van 7 naar 15% willen brengen, dan moeten we het echt wel anders aanpakken. Ik stel vast dat er geen permanent overleg is met Infrabel. Het is geen zaak van infrastructuur, die is er voldoende. Het is veeleer het beheer dat niet loopt zoals het moet. Infrabel zou hier meer flexibiliteit, creativiteit en innovatiedrang moeten tonen. De infrastructuur binnen een havengebied moet je anders beheren dan buiten de haven.”

Ik pleit inderdaad voor een andere speler voor het beheer. Of een Infrabel die het dan wel doet volgens andere regels en principes.

Moet het beheer van de spoorinfrastructuur dan bij een andere partij komen?

“Ik verwijs graag naar wat ik recent in Denemarken zag. Ik zag de CEO van de Deense Infrabel en de haven-CEO’s. Ik zie dat het daar, net als in Hamburg, anders en beter verloopt. Er is daar een verschil tussen het eigendom van de infrastructuur en het beheer. Het aandeel van spoor is er fors hoger dan hier. Wij moeten daar het debat over durven voeren. Een flexibel beheer en een concurrentiële kostprijs zijn van kapitaal belang om die percentages te halen. Ik pleit dus inderdaad voor een andere speler voor het beheer, zoals in andere landen. Of een Infrabel die het dan wel doet volgens andere regels en principes.”

Daarnaast heeft iedereen ook de mond over sustainability. Maar als ik dat woord intik op de website van Port of Antwerp, lees ik alleen maar over de gelijknamige award. Doet het Havenbedrijf meer dan awards uitreiken?

“Ik ben medeoprichter van het duurzaamheidsnetwerk 'The Shift' in dit land. Daar zijn honderden spelers actief. Het is dus iets wat voor mij zeer relevant is. Maar je mag het ook niet verengen tot de P van Planet. Het is meer dan het ecologische. We kijken ook naar de P van Profit, People en Prosperity. Maar los daarvan is het inderdaad een werkpunt. Onderschat toch ook het belang van het duurzaamheidsverslag niet. Dat is uniek en het werk van een hele gemeenschap. Maar dit is nog geen ruim duurzaamheidsbeleid. Dat uitbouwen is een van de twaalf strategische prioriteiten voor dit jaar. U zal snel veel meer zien, lezen en horen.”

NxtPort is inderdaad een mooi initiatief waarvoor de private gemeenschap alle credits verdient. Een platform bouwen is één ding. Veel belangrijker is om constant voldoende gegevens bij elkaar te krijgen.

Er is ten slotte groot enthousiasme over NxtPort. Een initiatief van de private havengemeenschap die daar heel fier op is. Het lijkt wel of er stiekem zelfs wat trots is dat het zonder u kon. Hoe ziet u de rol van het Havenbedrijf in NxtPort?

“Het is inderdaad een mooi initiatief waarvoor de private gemeenschap alle credits verdient. Het heeft een groot potentieel. Maar denken dat het zonder ons kan, zou een denkfout zijn. De slaagkans hangt net af van de vraag of NxtPort een akkoord vindt met de havenbedrijven en overheden zoals de douane. Een platform bouwen is één ding. Veel belangrijker is om constant voldoende gegevens bij elkaar te krijgen. Dat zal niet lukken als het Havenbedrijf daar niet op één of andere manier bij wordt betrokken. Ik hoor ook van de voorzitter, de CEO en de ‘founding fathers’ dat dat absoluut de bedoeling is. Ook hier staat de koffie klaar voor het overleg om in de zeer nabije toekomst tot een akkoord of participatie te komen.”

Over koffie gesproken. Mag u in Zeebrugge nog op de koffie nu zij niet weerhouden zijn bij de acht alternatieven binnen de procedure complex project voor de containercapaciteit?

“Ik denk het wel. Ik denk dat iedereen beseft dat Zeebrugge niet het antwoord is op de vraag naar 6 à 7 miljoen TEU groeiruimte. Dat blijkt uit alle studies. Die vaststelling hoeft niet te betekenen dat er geen andere samenwerking kan zijn. We zitten aan tafel om het vorig jaar ondertekende akkoord over economische samenwerking concreet te maken. Samen met de marktoperatoren bekijken we wat mogelijke samenwerkingsvormen realistisch kunnen betekenen.”

U zal nog veel koffie drinken.

“Ik zal me niet vervelen, dat staat vast. Ik sta hier gelukkig niet alleen voor.”

Bart Timperman