Iets minder banen in Vlaamse havens

In de vier Vlaamse zeehavens is de directe toegevoegde waarde van zowel de maritieme als de niet-maritieme clusters vorig jaar gestegen. Het aantal banen kende een lichte daling.

De Nationale Bank van België heeft maandag een flashraming van het economische belang van de Belgische havens gepresenteerd in afwachting van de exhaustieve statistische publicatie in het voorjaar van 2016.

De vier zeehavens zagen de toegevoegde waarde vorig jaar met gemiddeld 1,9% toenemen. In de binnenhavens van Brussel en Luik werd juist een daling vastgesteld. Er was in Antwerpen, Gent, Zeebrugge en Oostende in zowel de maritieme als niet-maritieme clusters een groei.

Werkgelegenheid

Het aantal arbeidsplaatsen in de zes Belgische havens daalde in 2014 met een halve procent. In de maritieme clusters was er alleen in Gent en Zeebrugge groei. In de Antwerpse haven verminderde het aantal maritieme jobs van 28.163 in 2013 naar 27.910 vorig jaar.

Die cijfers moeten echter met een korrel zout genomen worden: de Nationale Bank zag bijvoorbeeld een daling van het aantal personeelsleden bij DEME, maar die mensen werden wellicht overgeheveld naar een andere dochter binnen de baggergroep met een zetel buiten het havengebied. Ook bij het Gemeentelijk Havenbedrijf werd een belangrijke personeelsvermindering opgetekend.

In de niet-maritieme clusters kwamen er in Antwerpen, Gent en Oostende banen bij. In Zeebrugge was dat niet het geval, omdat een bedrijf uit de elektronikabranche (Philips) is verhuisd naar een locatie buiten het havengebied.

Vergelijking

De nieuwe Vlaamse Havencommissaris, Jan Blomme, verwelkomt de cijfers omdat ze een goede vergelijking tussen de havens mogelijk maken. “Havens pakken graag uit met grote tonnages, maar door de studies van de Nationale Bank besef je ook het belang van de andere sectoren in het havengebied.”

Hij stelde vast dat dit in steeds meer havens een mono-industrie wordt, zoals bijvoorbeeld de petrochemie in Antwerpen. Blomme vindt het dan ook belangrijk dat bij de invulling van beschikbare terreinen (zoals de Opel-site) weer wordt gekeken naar de maakindustrie.

De cijfers over toegevoegde waarde of werkgelegenheid worden soms ook tegen een haven gebruikt. Zo noemde de actiegroep Doel 2020 het merkwaardig dat de Antwerpse haven naast ongeveer 60.000 directe banen - 61.226 om precies te zijn volgens de flashraming 2014 - ook 90.000 indirecte banen oplevert, terwijl die verhouding in Rotterdam net andersom ligt.

België - Nederland

Blomme verdiepte zich in de studies over beide havens en stelde een verschillende methodologie vast. “De Belgische studie is gebaseerd op een bottom-up benadering per bedrijf en drukt de werkgelegenheid uit met voltijdse equivalenten (VTE). In Nederland gaat het om een top-down benadering met een ruimere inschatting van het havengebied en een werkgelegenheid die in aantal personen wordt uitgedrukt.

De verschillende manieren van berekenen vertalen zich bijvoorbeeld in grote verschillen voor het aantal wegvervoerders dan zijn baan aan de haven dankt. Volgens de Antwerpse studie zijn dat 1.700 VTE, terwijl de Rotterdamse studie het over 23.500 personen heeft. Een ander verschil is de tewerkstelling bij de zuivere goederenbehandeling, waarbij Antwerpen met 14.900 VTE duidelijk hoger uitkomt dan de 8.900 banen in Rotterdam.